|
|
|
De indianen in Brazilië beseffen de laatste 30 jaar steeds meer dat er voor hen (opnieuw) een moment is aangebroken waarbij hun voortbestaan als volken op het spel staat. Ze vechten terug tegen deze dagelijkse bedreiging. Met hun successen en de versterking van hun organisatie groeit hun zelfvertrouwen. Maar ze zien ook hun beperkingen.
Herhaaldelijk is gebleken dat inheemse leiders en gemeenschappen kracht putten uit de steun die zij uit het buitenland ontvangen. Als zij zich thans weten te hergroeperen als volkeren, dan is dat mede omdat zij zien dat ze internationaal op de agenda staan (bijvoorbeeld bij het Internationaal Sociaal Forum, bij steuncampagnes, bij bezoeken van hun vertegenwoordigers in Europa).
|
|
Om hun eisen kracht bij te zetten verschijnen de indianen steeds vaker met vertegenwoordigingen op internationale bijeenkomsten. Zij spreken er het bedrijfsleven en de regeringen aan en vragen hun buitenlandse bondgenoten hun zaak te steunen.
CIMI heeft de indianenorganisaties diverse keren gesproken over de mogelijkheden van meer permanente vormen van uitwisseling tussen hen/CIMI en organisaties in Europa. Zij willen er graag aan meedoen.
Zij vinden - met hun eigen woorden gezegd - " dat er wereldwijd geen duurzame ontwikkeling kan bestaan als de rechten van inheemse volkeren op hun grond en hun controle op hun rijkdommen niet erkend worden."
|
|
|
De indiaanse volken vechten vandaag actief en fel voor hun zaak en ze maken serieuze vorderingen. Dit gegeven kan mensen in Europa aanspreken en inspiratie bieden. Het kan een appél bij hen doen om bondgenoot in deze strijd te worden. De slag om de diversiteit aan culturen en menselijke waarden kan niet alleen door de indianen gewonnen worden. Europa is partij op dit front! En ook de verontwaardiging over zoveel apert en structureel onrecht dat de indianen tot nu toe werd aangedaan zal door velen gedeeld worden. Het gaat immers om elementaire mensenrechten.
|
|
|
|
Twee organisaties (de een in Nederland, de ander in Brazilië) hebben elkaar gevonden. CIMI-Br. werkt met organisaties van indianen, het CMC ondersteunt bevolkingsgroepen en ook organisaties in de Derde Wereld die opkomen voor hun rechten, ondermeer door zogenaamde "coöperanten" uit te zenden (mensen die met kennis en ervaring assistentie bieden in een 'ontwikkelingsproces'). CMC heeft in samenspraak met haar partner CIMI enkele jonge mensen uit Nederland in de organisatie van de laatste werken.
|
|
De coöperanten van CMC brengen in Brazilië hun vakkennis en hun betrokkenheid bij de zaak van de indianen in. De een is journaliste en mediadeskundige, een ander tropisch landbouwkundige. CIMI en de indianen kunnen gebruik maken van de expertise van de "ontwikkelingswerkers". Deze begrijpen echter heel goed dat ze er niet alleen zitten om te 'brengen". Ze hebben van de indianen en van hun partnerorganisatie CIMI ook te leren. Te leren bijvoorbeeld hoe indianen met hun kennis van eeuwen naar allerlei terreinen van het leven kijken en voor hun problemen oplossingen hebben. Ook bij CIMI kunnen zij in de leer gaan. Bijvoorbeeld hoe deze tesamen met de indiaanse gemeenschappen - en vaak ook met de volksorganisaties - de situatie van de indianen en die van de Braziliaanse maatschappij analyseert en op grond hiervan keuzes maakt.
De deelname van de coöperanten bij CIMI gebeurt dus op basis van wederkerigheid. Zij hebben dan ook in hun takenpakket om hun bevindingen en hun ervaringen door te geven aan Nederland. Hoe dat vorm moet krijgen: zie verder.
Het tijdperk van ontwikkelingshulp als eenrichtingsverkeer is voorbij (of zou al lang voorbij horen te zijn). Nederland en de westerse wereld kunnen voor de problemen en voor allerlei aspecten van het leven de inbreng vanuit het Zuiden en van inheemse volkeren maar al te goed gebruiken.
|
|
|
Veel van de problemen waarmee de indianen vandaag kampen hebben te maken met wat tegenwoordig de problematiek van globalisering heet. Zonder hier veel op dit begrip in te gaan, is wel duidelijk dat groepen in het Zuiden zoals de inheemse volken of een Beweging van de Landlozen in Brazilië hier fel mee bezig zijn. Het raakt hun dagelijks in hun levenskansen. Een project dat serieus aan uitwisseling van allerlei belangrijke kwesties wil werken kan hier niet aan voorbij gaan. De uitwisseling zal juist in het kader van globalisering moeten staan. In Nederland groeit het besef dat deze problematiek ook onze samenleving fundamenteel over hoop haalt.
|
|
De context voor uitwisseling lijkt daarmee enigszins aangegeven. Maar hoe kunnen groepen en mensen die partij willen zijn praktisch iets doen?
Voor een deel moeten we hierover samen nog veel leren. Initiatieven als het Internationaal Sociaal Forum houden zich hier mee bezig. Het uitwisselingsproces CIMI-CMC wil daar via de praktijk van het werk in Brazilië en in Nederland kennis mee opdoen.
Op dit moment lijkt het dat een zinvolle uitwisseling rond de positie van indianen in Brazilië hoort te gaan over o.a.:
- Mensenrechten
- Omgaan met de aarde en de natuur (land, water)
- Alternatieven van 'ontwikkeling'
- Verdeling arm/rijk, globalisering
- Respect voor de eigenheid en identiteit van 'anderen' (eigen cultuur - integratie); diversiteit van culturen maar ook in de natuur
- Watermanagement en de aanleg van stuwdammen
- Grondstrijd
Op deze terreinen zijn de indianen vaak actief, CIMI e.a. helpen bij het analyseren met ondermeer permanente werkcommissies, in Nederland zijn deze kwesties eveneens actueel.
Binnen het uitwisselingsproces CIMI-CMC zullen de concrete ervaringen van de coöperanten handvatten voor informatie, bewustwording en handelen opleveren.
Ook de partnerorganisatie CIMI met haar brede ervaring, engagement en kritische opstelling binnen de katholieke kerk en de Braziliaanse samenleving biedt thema's van belang voor groepen en organisaties in Nederland.
Wie wil kan over concrete activiteiten contact opnemen met de coöperanten en met Magali Neumann (info@indianeninbrasil.nl)
(Zie verder ook de pagina Actie).
|
|