|
|
|
|
|
|
|
|
print |
|
12 augustus 2010
Honderden Braziliaanse Indianen uit alle delen van het land verzamelen zich om de aandacht te vestigen op de
moordaanslagen op hun leiders, de diefstal van hun land ten behoeve van industriële projecten en andere
ontwikkelingen die hun voortbestaan bedreigen.
Naar verwachting zullen ongeveer 800 Indianen, die een groot aantal van de 233 volksstammen in Brazilië vertegenwoordigen, meedoen aan de protestdemonstratie die wordt gehouden van 16 tot en met 20 augustus.
De bijeenkomst, die plaats vindt in de deelstaat Mato Grosso do Sul ten zuiden van de Amazone, is bedoeld om aandacht te vragen voor de kritieke situatie waarin de inheemse volken in die staat, en dan met name de Guarani, zich momenteel bevinden.
Het land van de Guarani is gestolen om plaats te maken voor veebedrijven en suikerrietplantages, en het zelfmoordpercentage bij de Guarani is een van de hoogste van de wereld.
Het protest zal ook een demonstatie zijn van de toenemende woede die opkomt bij de vele volksstammen die zich verzetten tegen de plannen van de regering om een hele reeks reusachtige stuwdammen te bouwen in de Amazone.
De demonstratie is georganiseerd door de Vereniging van Inheemse Volken van Brazilië en het Forum voor de Verdediging van Inheemse Rechten.
De Indianen hebben alle kandidaten voor de komende Braziliaanse presidentsverkiezingen uitgenodigd om de bijeenkomst bij te wonen.
De directeur van Survival, Stephen Corry, verklaarde vandaag: “De huidige regering heeft op een smartelijke wijze de Braziliaanse Indianen verwaarloosd. Die doen nu een oproep aan de presidentskandidaten om hun nood onder ogen te zien. Ze verwachten dat de nieuwe president actie zal ondernemen om hun landen te beschermen.”
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
|
|
top
|
print |
|
29 juli 2010
Deze manifestatie, met de naam ‘Wij bestaan: Land en Leven voor de Awá jagers- en
verzamelaars’, wordt georganiseerd door de Braziliaanse organisatie voor inheemse rechten
CIMI, door de plaatselijke Rooms Katholieke Kerk en door verschillende inheemse
groeperingen.
Waarschijnlijk zullen ongeveer 100 Awá deelnemen aan de protestdemonstraties. De meesten van hen zullen zich
dan voor het eerst buiten hun thuis in het oerwoud begeven.
De demonstraties zullen gehouden worden in het stadje Ze Doca, vlakbij het thuisland van de Awá in de deelstaat Maranhão in het oostelijke Amazonegebied. De aanleiding tot het protest waren uitspraken van de burgemeester van Ze Doca die het bestaan van de Awá in twijfel trok.
De Awá zijn één van de slechts twee nomadisch levende jagers-verzamelaars die nog leven in Brazilië. Meer dan 60 Awá hebben geen contact met de buitenwereld en worden ernstig bedreigd door illegale houthakkers.
Hoewel het grondgebied van de Awá officieel is erkend, is de inheemse bevolking het doelwit van houtkappers die wegen door het oerwoud aanleggen met behulp van bulldozers, en door kolonisten die op het wild jagen waarvan de Awá voor hun voedsel afhankelijk zijn. De Indianen worden hierdoor blootgesteld aan ziektes en geweld.
In juni 2009 beval een federale rechter dat alle indringers zich binnen 180 dagen moesten verwijderen van het grondgebied van de Awá. Dit vonnis is sindsdien echter opgeschort, wat heeft geleid tot nog meer ontbossing en een aanzwellende stroom van indringers.
Stephen Corry, de directeur van Survival, verklaarde vandaag: “Het ontkennen van het bestaan van inheemse volksstammen werkt als een zichzelf vervullende profetie en is een achterhaalde strategie die past bij het koloniale verleden. Het is ook misdadig: als je ontkent dat ze bestaan, dan verdwijnen ze ook zoals zo veel Braziliaanse stammen vóór hen. Als Brazilië wil dat ze wordt gezien als een toonaangevend land, dan mogen de autoriteiten niet langer dit soort rechtsschendingen gedogen.”
Het hoofd van Survivals afdeling Onderzoek en Veldwerk, Fiona Watson, heeft de Awá bezocht en is beschikbaar voor het geven van interviews.
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
|
|
top
|
print |
|
3 juni 2010
De federale politie nam op 3 juni jl. Glicéria Tupinambá met haar zoontje van nauwelijks twee maanden gevangen.
Glicéria is leider van het Tupinambá-volk en lid van de Nationale Commissie Inheemse Zaken (Comissão Nacional de
Política Indigenista, CNPI). De CNPI is verbonden aan het Ministerie van Justitie en haar leden bestaan uit
vertegenwoordigers van twaalf ministeries, twintig inheemse leiders en twee vertegenwoordigers van inheemse
koepelorganisaties. De dag voor de arrestatie nam Glicéria deel aan de ontmoeting van de CNPI met president
Lula. Hier sprak ze onder andere over het geweld dat Tupinambá-leiders te verduren krijgen van de kant van de
federale politie in het zuiden van de deelstaat Bahia.

Foto: © Ricardo Stuckert
De dag erna werd ze tijdens de terugreis naar haar dorp bij het verlaten van het vliegtuig samen met haar baby
gevangen genomen. Dit vond plaats in tegenwoordigheid van de andere passagiers. Ze werd met geweld afgevoerd
door drie leden van de federale politie. Luis Titiah, leider van het Pataxó Hã-hã-hãe volk en eveneens lid
van de CNPI, reisde samen met haar en was getuige van het voorval.
Beschuldigd
Glicéria werd de hele middag op het bureau van de federale politie van Ilhéus ondervraagd, haar baby nog bij
haar op de rug. Volgens nog onbevestigde berichten zou ze door rechter Antonio Hygino naar de gevangenis
verwezen zijn, beschuldigd van deelname aan diefstal van een dienstauto van de META (een energiebedrijf in de
regio). In een interview met een reporter van een plaatselijke krant sprak deze rechter over de Tupinambá als
“personen die zich indianen noemen”. Moeder en kind zullen naar een gevangenis in Jequié overgebracht worden,
200 km van haar dorp.
Conflicten
Sinds de FUNAI (regeringsinstantie voor inheemse zaken) het demarcatieproces van het inheems grondgebied van de
Tupinambá opstartte, zijn de boerenbedrijven die deze gronden bezet houden, begonnen met de werving van gewapende
huursoldaten. De boeren begonnen tevens lastercampagnes op radio en in kranten, waarbij ze de lokale bevolking
opzetten tegen de indianen. Dit leidde tot een serie conflicten tussen de huursoldaten, de boeren en de
Tupinambá. Als gevolg van de discussie over het landbezit moeten de Tupinambá zich verdedigen tegen
beschuldigingen van de federale politie die een duidelijke strategie hanteert om de legitieme strijd om
het traditionele territorium in een criminele hoek te plaatsen. Daarbij heeft de politie naast Glicéria
ook haar broers Rosivaldo (bekend als cacique/leider Babau) en Givaldo als politieke gevangenen vastgezet.
Verleden
De onrust die de federale politie rond de Tupinambá probeert te voeden is niet van gisteren.
Op 23 oktober 2008 overviel ze met bruut geweld het inheemse dorp Serra do Padeiro, waarbij veertien leden van de
Tupinambá-gemeenschap door rubberkogels gewond raakten en huizen en voertuigen vernield werden (waaronder ook de
school, leermiddelen en de voorraad levensmiddelen voor de leerlingen). Twee personen werden gevangen genomen.
In juni 2009 werden na een gezamenlijk optreden van de federale politie en boeren om de Tupinambá van hun grond te
verwijderen, bij vijf leden van de gemeenschap tekenen van marteling geconstateerd. Bij het onderzoek naar
die marteling, dat geleid werd door dezelfde man als die de politieactie coördineerde, werden deze feiten
ontkend. Geen van de betrokken agenten kreeg ontslag. Op 10 maart 2010 viel de federale politie tijdens een
onwettige actie ’s nachts om 2 uur het huis van cacique Babau binnen, vernielde meubels en gebruikte
buitenproportioneel geweld om Babau op te pakken. Deze dacht dat hij te maken had met huursoldaten,
aangezien de agenten vloekten en tierden, in camouflage pakken liepen, hun gezicht zwart gemaakt hadden
en zich op generlei wijzen identificeerden, laat staan dat ze een bevel tot in hechtenisneming toonden.
Oproep
CIMI spreekt haar bezorgdheid uit ten aanzien van de lichamelijke en psychische behandeling van Glicéria en
haar zoontje en keurt opnieuw en openlijk het optreden van politie en justitie jegens het Tupinambá volk af. CIMI
bevestigt nog eens haar inzet en steun bij de rechtvaardige strijd van de Tupinambá om de demarcatie van hun
traditioneel territorium. CIMI roept de Braziliaanse en internationale samenleving op de zaak van de Tupinambá
te verdedigen en de vrijheid van haar leiders te vragen.
Er is inmiddels een verzoek tot behandeling van de zaak bij de Speciale Rapporteur voor Inheemse kwesties
bij de Verenigde Naties ingediend.
Bron: Cimi www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
19 mei 2010
Twee megadammen die gebouwd worden in het Braziliaanse Amazonegebied dreigen een verwoesting aan te richten bij
verschillende groepen ongecontacteerde inheemse stammen.
De Santo Antônio en Jirau dammen worden gebouwd in de Madeira rivier in de buurt van het grondgebied van
geïsoleerd levende inheemse groepen die niet beseffen dat een groot deel van hun land waarschijnlijk vernietigd
wordt.

Foto: © Clive W. Dennis/Survival International
Tijdens een recente expeditie van het FUNAI, het Braziliaanse Departement voor Inheemse Zaken, werd bevestigd dat
er geisoleerd levende inheemse stammen leven en jagen in het gebied dat aangetast wordt door de dammen.
In de omgeving van het dambouwproject bevinden zich tenminste vier geïsoleerd levende groepen. Twee daarvan staan
bekend als de Mujica Nava en de anderen als de Jacareuba/ Katawixi.
In het kader van het damproject zullen nieuwe wegen worden aangelegd en zal een grote groep arbeidsmigranten het
gebied overspoelen – dit zal in korte tijd het woud van de inheemse stammen vernietigen.
De migranten zullen ook ziekten meebrengen, zoals griep en mazelen. Hiertegen hebben de Indianen weinig weerstand.
Iedere vorm van contact tussen geïsoleerde volksstammen en buitenstaanders houdt een buitengewoon groot risico in
voor de gezondheid van de inheemsen. Het kan leiden tot de dood van velen van hen, wat in het verleden dan ook
regelmatig gebeurd is.
In het rapport van FUNAI wordt geconstateerd dat het lawaai van de dambouw waarschijnlijk al een aantal
ongecontacteerde groepen van hun land heeft verdreven, naar een gebied waar mijnwerkers illegaal actief zijn en
waar malaria en hepatitis heersen.
De dammen vormen niet alleen een bedreiging voor de ongecontacteerde stammen maar zullen ook vele andere inheemse
volkeren in het gebied treffen. Met geen van hen is behoorlijk overleg gevoerd voordat begonnen werd met de bouw
van de dam. Domingos Parintintin van de Parintintin vertelde: “Ons land is nog onaangetast. We hopen dat dit
project niet door gaat omdat onze kinderen zullen lijden. Er zal niet genoeg vis zijn en niet voldoende wild om
op te jagen.”
Het Franse bedrijf GDF Suez, dat deels in bezit is van de Franse overheid, bouwt de Jirau dam. Een coalitie van
NGO’s, zoals Survival, Kaninde, Amigos da Terra- Amazônia Brasileira, International Rivers, en Amazon Watch, heeft
geprotesteerd bij de Braziliaanse overheid en GDF Suez en opgeroepen om het damproject te stoppen.
Tijdens de onlangs gehouden jaarvergadering stelde een aandeelhouder van GDF Suez vragen aan bestuursvoorzitter
Gérard Mestrallet over de ongecontacteerde stammen in de buurt van de Jirau dam. Mestrallet antwoordde dat
President Lula het damproject steunt en “als er iemand is die weet wat goed is voor de Braziliaanse bevolking
en tegelijk oog heeft voor het behoud van de plaatselijke inheemse bevolking, dan is dat zeker wel President
Lula.”
Onlangs stelde de inheemse woordvoerder van de Kayapó, Megaron Txucarramãe, echter dat “President Lula met
zijn uitspraak dat de omstreden Belo Monte dam in de Xingu rivier ondanks alle oppositie doorgang zal vinden,
heeft aangetoond dat hij de grootste vijand is van de Indianen.”
De directeur van Survival International, Stephen Corry, verklaarde vandaag: “De bouw van de Santo Antônio en
Jirau dammen moet worden gestaakt. Als dat niet gebeurd zullen veel Indianen getuige zijn van een invasie van
buitenstaanders op hun land en van de plundering van hun natuurlijke hulpbronnen. Ongecontacteerde groepen
zouden gedecimeerd kunnen worden of misschien zelfs uitgeroeid. Als een dergelijke ramp plaats vindt, dan zal
de Braziliaanse overheid daar verantwoordelijk voor worden gesteld.”
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
|
|
top
|
print |
|
7 mei 2010
Het proces tegen drie mannen die worden beschuldigd van het doden van Marcos Veron, een leider van het Guarani
Kaiowá-volk in de deelstaat Mato Grosso do Sul (zuid-west Brazilië), is opgeschort.

Foto: © J. Ripper/Survival International
Het proces begon op maandag 3 mei 2010, maar werd uitgesteld, omdat de rechter weigerde de getuigenissen van de
Guarani getuigen in hun eigen taal te horen.
De openbare aanklagers besloten uit protest de rechtszaal te verlaten, omdat alle Guaraní getuigen het recht
hebben om zich in hun moedertaal te uiten. Ongeacht of zij het Portugees beheersen of niet.
De weigering om de Guarani in hun eigen taal te laten getuigen in de rechtszaal is een schending van het
Braziliaanse en het internationale recht.
Officier van Justitie Vladimir Aras: "In de zeventien jaar dat ik processen heb gevoerd is dit pas de tweede
keer dat ik een rechtszitting heb verlaten. Het is niet aan een rechter om mensenrechten te beperken.”
De voortgang van het proces is uitgesteld tot 21 februari 2011. Justitie claimt dat er dit jaar géén budget
meer is om een jury te organiseren.
Keer op keer uitstel
Het is niet de eerste keer dat het proces is uitgesteld. Het zou eerst op 12 april 2010 beginnen, maar werd
een maand uitgesteld omdat de advocaat van een van de verdachten claimde te zijn begonnen met intensieve
psychotherapie van twintig dagen. De moord vond plaats in het jaar 2003.
Marcos Veron's zoon, Claudio Veron Cavalheiro, zei: “Nu we voor de tweede keer naaar São Paulo kwamen hadden
we de verwachting dat het proces eindelijk zou plaatsvinden, maar de rechter schond ons recht om in onze eigen
taal te spreken.”
Doodgeslagen
Marcos Veron, een bekende en internationaal gerespecteerde Guarani Kaiowá leider, werd in 2003 voor het oog van
zijn familieleden doodgeslagen door gewapende mannen in dienst van een plaatselijke boer. Dit gebeurde nadat hij
zijn gemeenschap naar Takuará, hun voorouderlijke gronden, had geleid. Dit grondgebied was in de vorige eeuw met
geweld door niet-inheemse boeren bezet en sindsdien in bezit van niet-inheemsen die zich verzetten tegen
teruggave.
Lees het engelstalige
nieuwsbericht over de dood Marcos Veron, gepubliceerd in The Guardian.
De verdachten, Estevão Romero, Roberto Carlos dos Santos en Jorge Cristaldo Insabralde, zijn werknemers op de
ranch, die het land bezet heeft van de gemeenschap van Veron. Ze worden ondermeer beschuldigd van moord en
illegale gevangeneming, naast andere ten laste leggingen. Een vierde verdachte, Nivaldo Alves de Oliveira,
is momenteel op de vlucht.
De Openbare Aanklager zei over Veron’s moordenaars: “gewapend met geweren bedreigden en sloegen en schoten
ze op de inheemse leiders. Veron, toen 72 jaar oud, werd met ernstige hoofdwonden naar het ziekenhuis gebracht,
waar hij stierf.”
In 2000 reisde Marcos Veron naar Europa op uitnodiging van Survival International om de wanhopige situatie
van de Guarani bekend te maken. Veron zei over Takuara: 'Dit hier is mijn leven, mijn ziel. Als je me weghaalt
uit dit land, neem je mijn leven weg."
Het gebeurt maar zelden dat degenen die in Brazilië van het doden van inheemse mensen worden beschuldigd ook
terecht staan.
De rechtszaak werd in São Paulo gevoerd, omdat de procureur-generaal besloot dat een onpartijdige rechter en
jury in Mato Grosso do Sul zelf zeer onwaarschijnlijk was. Ze zei: 'Er bestaat een sterk vooroordeel tegen de
inheemse bevolking onder de belangrijke leden van de samenleving van Mato Grosso do Sul.”
Doelwit
Het verslag van Survival over de situatie van de Guarani rapporteert een hoge mate van geweld tegen de Guarani
Kaiowá. Inheemse leiders die bezettingen van voorouderlijke gronden leiden worden systematisch doelwit van
criminelen. Het rapport werd begin dit jaar toegezonden aan het VN-Comité voor de Uitbanning van
Rassendiscriminatie.
Stephen Corry, directeur van Survival: “Marcos Veron's dood was een enorme klap voor zijn volk, en een
rechtstreeks gevolg van zijn strijd voor de grond van zijn gemeenschap. Het is cruciaal dat zijn moordenaars
worden berecht. De rechtszaak moet zo spoedig mogelijk voortgezet worden, en de Guarani moet worden toegestaan
om zich te uiten in hun eigen taal. De Braziliaanse autoriteiten moeten ook het land van de Guarani in kaart
brengen en beschermen, zodat zij niet langer gevaar lopen voor het eigen leven, wanneer zij hun grondwettelijke
recht uitoefenen om te leven op hun eigen land.”
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
|
|
top
|
print |
|
23 april 2010
Door: Marina Brouwer

Foto: flickr/International Rivers
"The white man wants too much: our water, our land. There'll be war so the white man cannot interfere in
our lands again." Twitter blijkt ook een platform te zijn voor de boze indianen uit het Amazonegebied.
Ze dreigen een tentendorp te bouwen op de plek waar een enorme en omstreden stuwdam moet komen.
Brazilië is in de ban van de Belo Monte-dam, een megaproject waar president Lula flink de vaart inzet.
Deze week zijn de contracten getekend met een binnenlands consortium dat de dam in een zijrivier van de
Amazone in 2015 moet opleveren. Het gaat om de op twee na grootste stuwdam in de wereld, die een fors
aandeel moet leveren in de stroomvoorziening van het uitgestrekte land.
Verkiezingen
De dam verdeelt het land. Volgens de jongste opiniepeiling in de krant Folha de São Paulo zegt 53 procent
van de Brazilianen 'sim' (ja) tegen het project, tegen 47 procent 'não'.
De verdeeldheid loopt voor een deel langs politieke lijnen, in de opmaat naar de presidents- en
parlementsverkiezingen van oktober. De oppositie is fel tegen de bouw, om zich duidelijk te profileren ten
opzichte van president Lula en zijn Arbeiderspartij die van de dam een prestigeobject hebben gemaakt.
Grondwet
Tegenstanders wijzen op de schade die het project zal berokkenen aan de bevolking - onder wie veel indianen -
en het milieu. Een indianenleider demonstreert met zijn stamgenoten al dagenlang in de hoofdstad Brasilia:
"Ze bezetten de Amazone, bouwen dammen en stuwmeren voor hun eigen gewin. Niemand bekommert zich om het land
van de indianen. De inwoners van de Xingu-vallei worden van hun land en uit hun huizen gejaagd."
Volgens Greenpeace komt een gebied van 500 vierkante kilometer onder water te staan, waardoor tienduizenden
gezinnen hun biezen moeten pakken.
Strijdbaar
De indianen zijn tot dusver volledig buiten de plannen gehouden, zegt de Nederlander Paul Wolters, die
in Brazilië werkt voor een NGO die waakt over de belangen van de inheemse bevolking. Terwijl in de grondwet
hun recht is vastgelegd om gehoord te worden bij projecten die hun dagelijks leven beïnvloeden.
De indianen hebben donderdag besloten om tóch in dit late stadium te gaan praten met het consortium dat de
waterkrachtcentrale gaat bouwen. Mocht dat gesprek niets opleveren, dan gaan ze over tot een bezetting van de
plek waar de dam moet komen.
Paul Wolters: "Dat zijn vooral Juruna-indianen. Later moeten daar ook nog Kayapo-indianen bijkomen. Dat
is een volk van strijders. Die zijn niet bang om letterlijk de strijd aan te gaan. Het is moeilijk voorspelbaar,
maar op het moment dat ze aan de bouw willen beginnen, zal toch het leger moeten komen om die indianen daar
weg te halen".
Volgens Wolters hebben de indianen in een aantal brieven aan president Lula laten weten dat ze de bouw van
de dam niet zullen accepteren. En dat er bloed zal vloeien, als dat nodig is.
Evenementen
Als het erop aankomt hebben de indianen geen andere pressiemiddelen dan het bespelen van de publieke opinie
in binnen- en buitenland. Zij putten moed uit het verleden: in de jaren 90, toen er ook al over de dam werd
gesproken, gingen de plannen de ijskast in als gevolg van grootschalige en wereldwijde protesten.
Maar de voorstanders hebben zwaarwegende redenen om de plannen ditmaal voort te zetten. De snelgroeiende
economie van Brazilië is gebaat bij de schone en goedkope stroom uit de nieuwe krachtcentrale.
Verder staan er prestigieuze evenementen op het programma, die niet in gevaar mogen worden gebracht door
gestuntel met stroom. In 2014 organiseert Brazilië het WK voetbal, twee jaar later gevolgd door de Olympische
Spelen. Bij een grootschalige black out, eind vorig jaar, zaten ruim 60 miljoen Brazilianen enkele uren zonder
stroom. Direct werden hardop vraagtekens geplaatst bij het Braziliaanse vermogen om zulke grote evenementen te
organiseren. En die twijfels wil president Lula voor altijd uit de wereld helpen.
Bron: Radio Nederland Wereldomroep (RNW) www.rnw.nl
|
|
top
|
print |
|
19 april 2010
Afgelopen week, 14 april 2010, leek de aanbesteding van de Belo Monte Dam verboden te worden door de rechter
in de deelstaat Para. (zie: Federale rechter schorst licentie bouw Belo Monte waterkrachtcentrale)
Helaas verandert de situatie snel. De beslissing van de rechtbank werd vrijdag 16 april 2010 weerlegd door de
federale regionale rechtbank (wat blijkbaar mag volgens de Braziliaanse wetgeving) en dus heeft ANEEL,
de Braziliaanse energiemaatschappij, verklaard dat de aanbesteding voor de Belo Monte Stuwdam dinsdag 20 april 2010 a.s.
door zal gaan.

Honderdveertig organisaties ondertekenden een brief aan Lula om het
In Brazilië zullen vele organisaties en inheemse volken protesteren. Internationaal worden nu zo veel mogelijk
handtekeningen ingezameld die betreffende organisatie naar hun ambassades zullen sturen. Het doel is om president
Lula te laten weten dat veel mensen willen dat de bouw van de stuwdam niet doorgaat. De gevolgen voor milieu,
lokale bevolking en inheemse volken zijn niet te overzien!
Via onderstaande websites kunt u heel eenvoudig een handtekening plaatsen (Duitse sites van
collega-organisaties):
- www.regenwald.org
- www.gfbv.de
Meer informatie, in het engels, over de Belo Monte Stuwdam:
hier
www.stopamazondams.org Op de hoogte blijven over de Belo Monte Stuwdam:
twitter.com/StopBeloMonte
UPDATE :
De aanbesteding is voorlopig weer uitgesteld. Dat werd dinsdag 20
april 2010 besloten.
Handtekeningen blijven nodig!!!
LAATSTE NIEUWS 21 april 2010
De aanbesteding is uiteindelijk toch gewoon doorgegaan.
Drie keer bepaalde een regionale rechter dat de aanbesteding
uitgesteld moest worden totdat drie rechtszaken zouden zijn
beoordeeld. Drie keer werd deze uitspraak door een hogere rechter
verworpen.
De winnaar is een consortium van verschillende bouwbedrijven en het
staats energiebedrijf CHESF.
De strijd is hiermee nog steeds niet ten einde. Nationaal en
internationaal gaat de druk door. De inheemse volken uit het gebied
zijn begonnen met de voorbereidingen voor een inheemse dorp, precies
op de plek waar de dam zou moeten komen.
Zij zullen daar blijven, totdat de regering het besluit terugdraait;
En wij kunnen handtekeningen blijven zetten!
En de Braziliaanse regering blijven wijzen op de gevolgen!
Bron: Cimi www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
14 april 2010
De federale rechter van Altamira (deelstaat Pará) is het in een civiele rechtszaak eens geworden met het federale
Openbaar Ministerie, dat er sprake is geweest van onregelmatigheden bij de aanbesteding van de bouw van de
waterkrachtcentrale Belo Monte.

Het Federale Hof schorst de voorlopige vergunning voor het bouwen van de stuwdam en last de aanbesteding,
gepland voor aanstaande dinsdag 20 april 2010, af.
De rechter besloot tot een voorlopige voorziening, gezien "het gevaar voor onherstelbare schade” door de bouw.
Het besluit is het resultaat van de beoordeling van een van de twee openbare civiele acties, ingediend door
federale aanklagers, die wezen op onregelmatigheden bij de aanbesteding. Het richtte zich specifiek op het gebrek
aan regulering van artikel 176 van de Federale Grondwet van Brazilië, dat zegt dat er een wet vereist is wanneer
het gaat om het gebruik van hydraulisch potentieel op inheems land.
"Het is ondubbelzinnig bewezen, dat de Belo Monte-waterkrachtcentrale het hydraulisch potentieel in de gebieden
waar de inheemse volken wonen direct zal beïnvloeden door de bouw en ontwikkeling van het project," zei de
rechter in het besluit.
Naast de schorsing van de licentie en annulering van de aanbesteding, ging de rechter ook akkoord met de
andere maatregelen die volgens de aanklagers van het Openbaar Ministerie gevraagd waren, namelijk dat de
milieudienst IBAMA geen nieuwe licentie mag uitgeven; dat ANEEL (het Nationale Elektriciteits- en
Energie Bedrijf) zich onthoudt van een nieuwe uitgifte; dat de BNDES (de Braziliaanse Ontwikkelingsbank)
en dat de ondernemingen Norberto Odebrecht, Camargo Corrêa, Andrade Gutierrez, Vale do Rio Doce,
J Malucelli Verzekeringen, Fator Verzekering en UBF Verzekeringen op de hoogte worden gebracht van het besluit.
In de beslissing is opgenomen, dat "wanneer de ondernemingen kennis hebben genomen van het besluit, ze kunnen
reageren op de aanklacht van milieucriminaliteit." In het geval dat het besluit niet wordt nageleefd, zijn
de bedrijven onderworpen aan dezelfde straf die eerder tegen ANEEL en IBAMA werd uitgevaardigd: een geldboete
van 1 miljoen Braziliaanse reais, over te dragen aan de getroffen inheemse volken.
Het Openbaar Ministerie is verder nog in afwachting van de beslissing in een andere openbare civiele zaak,
waarbij het gaat om onregelmatigheden in de milieuvergunning die verleend is aan de Belo Monte-waterkrachtcentrale.
Op de hoogte blijven van de ontwikkelingen:
twitter.com/StopBeloMonte
Meer over Belo Monte:
- Director of Avatar asks Lula reconsider the project of Belo Monte
- Belo Monte: External funding may be decisive
- 140 international organizations denounce Belo Monte
- Hydroelectric of Belo Monte: A question of democracy
- Belo Monte “Pharonic project and generator of death” Special interview with Dom Erwin Kräutler
- Indigenous Peoples of the Xingu issue alert regarding licensing announcement for construction of the Belo Monte hydroelectric Plant
- Belo Monte: 12 questions without answers
Achtergrondinformatie:
- Summary and History of the Belo Monte Dam: Rainforest Foundation
- Independent Review Highlights the True Costs of Belo Monte Dam
- Summary of the Independent Panel of Experts on the Belo Monte hydroelectric
Bron: Cimi www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
2 april 2010
Door: Egon Heck
"De maan verlicht onze angstige harten," zegt een Guarani, in weer een dageraad dat het licht stil naar beneden
valt. We zijn op weg naar Arroyo Kora, een Guarani-dorp in de deelstaat Mato Grosso do Sul, aan de grens met
Paraguay. De geestelijke leiders Getulio en Nelson zijn belast met de dialoog met de bovennatuurlijke krachten,
met de geesten die het leven geven, met Tupa, die het universum en alle levende wezens beschermt en in evenwicht
houdt.
Anastácio geeft vleugels aan de verbeelding en verbindt hilarische opmerkingen met slimme strategieën voor de
strijd tegen de anti-inheemse krachten in de regio. Het is de voorbereiding voor een volgende Guasu Aty, een
gezamenlijke vergadering van alle Guarani, waar volop gediscussieerd wordt, gereflecteerd, en waar de kracht
van de inheemse volken en de toekomst wordt gevierd.
Na ongeveer vier uur staan we in de schaduw van de bomen en zal de Grote Vergadering zo van start gaan. Het
totale gebied hier van de Guarani is 7000 hectare, maar slechts 700 hectare is daadwerkelijk in hun bezit.
Land dat reeds is afgebakend, door president Lula op 21 december 2009. goedgekeurd, maar op 24 december 2009 bij
beschikking van de toenmalige voorzitter van de Hoge Raad, Gilmar Mendes, aangehouden.
Bezorgdheid in de gemeenteraadszaal van Paranhos. Op de tribune tientallen leiders van de Guarani Kaiowá en
bondgenoten. Er wordt gedebatteerd over een controversieel en symbolisch belangrijk project in de gemeentelijke
wetgeving. Met deze nieuwe wet zou de Guarani-taal ingesteld worden als tweede officiële taal in de gemeente.
Het project werd vorig jaar ingediend met steun van docenten aan de Federale Universiteit van Dourados.
De besluitvorming werd meerdere malen uitgesteld. Tot 29 maart. Niettegenstaande mogelijke problemen
(of onwil) over de omvang en de gevolgen van het project, wordt de wet uiteindelijk goedgekeurd.
Het is de tweede keer dat een dergelijk project in Brazilië wordt aangenomen. Eerder gebeurde
dat in São Gabriel da Cachoeira, deelstaat Amazonas, waar 80% van de bevolking en ook de burgemeester
inheems is. In de gemeente Paranhos vertegenwoordigen de Guarani Kaiowá bijna 40% van de bevolking en
leven op minder dan 1% van het grondgebied van de gemeente. Net als in andere regio’s hebben de Guarani
Kaiowá ook hier te lijden van vooroordelen en racisme. In deze context betekent de goedkeuring van het
project een overwinning met grote symbolische waarde.
De maand maart
Voor de Guarani Kaiowá was maart een maand van hoop en vooruitgang in de moeilijke strijd voor
hun rechten. Er waren belangrijke momenten van nationaal en internationaal bewustzijn over de ernstige schendingen van de mensenrechten, geweld en genocide. De situatie werd aan de kaak gesteld in een rapport van de organisatie Survival International (www.survival-international.org) die het aan de VN stuurde. Volgens het rapport is de situatie van de Guarani verschrikkelijk slecht en een van de schrijnendste gevallen in Zuid-Amerika. De publicatie van het verslag viel samen met de Internationale Dag tegen Rassendiscriminatie (21 maart). De publicatie leidde onmiddellijk tot hevige reacties in de regionale pers in Mato Grosso do Sul. De krant O Progresso in Dourados, onlangs door CIMI aangeklaagd wegens laster en smaad, ging wederom door met het aanvallen van de inheemse volken en hun bondgenoten. "Dit type NGO moet uit het land verbannen worden omwille van de waarheid en de nationale soevereiniteit ", schrijft de krant op 20 en 21 maart. Het artikel eindigt met de
leugen waarvoor CIMI de krant o Estado de São Paulo en ABIN (de Geheime Dienst van Brazilië) al een proces heeft aangedaan (en ABIN heeft vervolgens het bericht ontkend) “dat CIMI 85 miljoen dollar ontvangen zou hebben van een ONG die geld krijgt van het Congres in de VS.” Mgr. Dimas, die deze dagen in Dourados verbleef, gaf spottend het volgende commentaar op het nieuws:
"Met zo’n bedrag zouden we al het pastorale werk van de CNBB (Bisschoppenconferentie van Brazilië, waar CIMI onderdeel van uitmaakt) voor meerdere jaren kunnen uitvoeren!”
Op 26 maart 2010 bezoekt de Commissie Mensenrechten de gemeenschap opnieuw. Ditmaal om de situatie en de genomen maatregelen te bekijken. In het inheems kampement Laranjeira Nhanderu troffen de bisschoppen en de andere adviseurs van CIMI een absurde situatie aan van hoe de gemeenschap moest zien te overleven. Een oude vrouw bijvoorbeeld huisde praktisch in de modder.
De Procurator van de Republiek, Marco Antonio Rufino, verscheen ook ter plekke en legde uit wat de oorzaken waren van deze rampsituatie. Hij benadrukte daarbij dat de recente invasie van de regio door het nationaal en internationaal kapitaal, met de massale bezetting van de beste landbouwgronden voor de productie van rietsuiker en biobrandstof, de regularisering van de landrechten voor de inheemse bevolking nog moeilijker heeft gemaakt. De grond is immers nog eens in waarde gestegen.
In Guyrariká hoorde Mgr. Dimas in de ogasu (het gebedshuis), meerdere keren de wanhopige kreet “in hemelsnaam, doe iets om de situatie van onderwijzer Rolindo op te helderen; dat op zijn minst zijn beenderen gevonden worden”. De moord op de twee onderwijzers bij de herbezetting van het Ypo-gebied blijft nog steeds ongestraft. De ouders van Rolindo en zijn weduwe met vier kinderen waren aanwezig en vroegen om een dringend onderzoek en bestraffing van de twee moordenaars.
Een ander belangrijk bezoek aan de Kaiowá Guarani-gemeenschappen was dat van een Werkgroep van instellingen die zich bezighouden met Mensenrechten. Het bezoek was vorig jaar al aangekondigd. Van 7 tot 10 maart waren ze in de deelstaat om de beschuldigingen van schending van de Mensenrechten, waarvan de Kaiowá Guarani het slachtoffer zijn, te onderzoeken. Ze bezochten enkele gemeenschappen en zagen en hoorden de getuigenissen over het geweld en de onmenselijke toestanden die de inheemse gemeenschappen in het uiterste zuiden van de deelstaat Mato Grosso do Sul moeten doorstaan. De Commissie, die bestond uit een tiental personen uit de hoofdstad Brasilia en de regio en die zich bezighouden met Mensenrechten, kreeg ruim de gelegenheid om zich op de hoogte te stellen van de ernst van de schending van de rechten van deze volken.
Zij hoorden ook de zegeningen die de landelijke politiek en de vertegenwoordigers van de agrobusiness beloven te brengen. Deze worden niet moe te verzekeren dat ze altijd in vrede met de inheemse bevolking leefden en dat ze hun grootste weldoeners zijn.
In het kampement Laranjeira Nhaderu spraken ze ook met de ouders van de in november vermoorde onderwijzers. Daarbij bood de gemeenschap van Ypo’i de commissie een document aan, waarin ze zegt: “naast de aangifte die we doen van onmenselijke behandelingen in Pirajuy dienen we een klacht in over het feit dat we op 3 oktober 2009 op gewelddadige wijze van ons traditioneel grondgebied Ypo’i gezet zijn en dat daarbij huurmoordenaars van de fazenda São Luiz twee van onze onderwijzers (Genivaldo Vera e Rolindo Vera) hebben meegenomen en later op gruwelijke manier afgeslacht hebben. Het is vandaag juist 4 maanden geleden dat deze wrede feiten plaatsvonden. We weten dat toen zowel door de regionale als door de Federale Politie een onderzoek gestart is om de barbaarse misdaden, de uitvoerders en de opdrachtgevers te bestraffen.” (Brief voor de Mensenrechtencommissie.)
Een belangrijke overwinning was de afwijzing (eindelijk!) door de Hoogste Federale Rechtbank van Sumula Vinculante 049. Hiermee wilde de Nationale Landbouw Federatie definitief een einde maken aan de meeste landregularisaties ten bate van de inheemse gemeenschappen, in het bijzonder in Mato Grosso do Sul. In deze deelstaat wil men bij de grondconflicten steeds meer het ‘tijdsmoment’ invoeren: slechts die indianen hebben recht op land die op het moment van de invoering van de Grondwet (5 oktober 1988) op die grond verbleven. De agrobusiness dacht zo een eind te kunnen maken aan elke pretentie van grondregularisatie.
Dan was er nog het initiatief met het doel de parlementsleden en de hele bevolking te informeren over de situatie van genocide jegens het Kaiowá Guarani-volk. Senaatslid Marina Silva deed namelijk in de Commissie Mensenrechten van de Senaat het voorstel een parlementair onderzoek over deze kwestie te houden. In oktober was zij in Aty Guasu de Yvy Katu, aan de grens met Paraguay. Zij was toen zeer onder de indruk van de getuigenissen van de Guarani-leiders en beloofde deze feiten bij president Lula aan te kaarten en een brief bij de senaat neer te leggen om over de kwestie te debatteren. Ze hield woord. Uit de verklaringen blijkt eens te meer dat de situatie onhoudbaar is en dat het een schande is hoe het land de Kaiowá Guarani-bevolking onderdrukt, in het bijzonder door hen het heilige recht op hun land te ontkennen.
Bezorgdheid blijft
Tegelijk met alle gebeurtenissen waarin de solidariteit met de Guarani zichtbaar werd, kwam ook de aankondiging van de uitbreiding van de projecten van het PAC-2. PAC staat voor het Vooruitgangsprogramma van president Lula. PAC-2 zal de problemen van de inheemse volken verder vergroten, de inheemse rechten zullen genegeerd worden, de natuur zal vernietigd worden, allemaal gevolgen van de ‘ontwikkeling’, waardoor het steeds moeilijker wordt om hoop te blijven houden op een meer rechtvaardige en gelijke wereld.
De komende tijd staan er twee belangrijke evenementen op de agenda van de Guarani. Allereerst zullen van 7 tot 10 april ongeveer 500 leiders bijeenkomen op de Aty Guasu, de Grote Vergadering, in het dorp Arroyo Kora in de gemeente Paranhos. Gesproken zal worden over hoe de Guarani zich strategisch goed kunnen organiseren en hoe het stopzetten van de identificatieprocessen van het land kan worden tegengegaan. Op 12 april start in São Paulo de rechtszaak tegen de moordenaars van de Guarani-leider Marcos Veron. Deze moord vond plaats in 2003. Volgens de aanklager kan het proces wel eens meer dan tien dagen duren.
Momenteel zit nog geen enkele moordenaar van inheemse leiders of andere inheemse personen in de gevangenis. Het Volk van de Guarani: strijdend voor het leven, zelfs met Pasen.
Bron: Cimi www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
11 maart 2010
Internationaal wordt er geprotesteerd tegen de Belo Monte Stuwdam.

Honderdveertig organisaties ondertekenden een brief aan Lula om het
plan om deze stuwdam aan te leggen, niet door te laten gaan.
De schade aan milieu en de gevolgen voor de inheemse volken zullen
anders niet te overzien zijn.
Lees hier de engelstalige brief aan president Lula.
Bron: Cimi www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
2010
Op het bevrijdingsfestival van 5 mei 2009 in Roermond en op andere plaatsen waren wij met een stand aanwezig
en spraken vooral met jongeren over dit probleem: Europa wil schonere brandstof voor haar auto’s – en om die
te kunnen produceren worden in Brazilië indianen van hun land verdreven. Als steungroep willen wij het probleem
in Nederland meer publiek maken en daarbij wijzen op onze verantwoordelijkheid als consument. Met een handtekening
op een flapover konden mensen een steunbetuiging geven.
De handtekeningen zouden een aanvulling moeten vormen op de petitie die 8 landelijke organisaties
(waaronder ook Indianen in Brasil) op 16 april 2009 aanboden aan de commissie VROM.
(zie: www.fian-nederland.nl)
De actie is een behoorlijk succes geworden en heel wat jongeren tekenden. Wij hebben ook op enkele plaatsen
bezoekers van de film ‘Birdwatchers’, die dezelfde problematiek als achtergrond heeft, om hun reactie op de
film gevraagd en ook om hun steunbetuiging.
De handtekeningen zijn op 17 februari 2010 naar de commissie VROM gestuurd. Daar zal de begeleidende brief op
een van de eerstvolgende vergaderingen behandeld worden.
Het zal nodig blijven om voor deze problemen actie te blijven voeren en u zult zeker ons en anderen hierover
in de toekomst nog horen.
Lees hier de brief aan VROM.
Bron: Steungroep Indianen In Brasil www.indianeninbrasil.nl
|
|
top
|
print |
|
2 maart 2010
Alarmerend. Met dit woord vat de VN de situatie van de inheemse volken wereldwijd, in het eerste verslag over de
situatie van de inheemse volken in de wereld, samen. Overal ondervinden inheemse volken achterstanden op gebieden
zoals armoede, gezondheid, onderwijs, werkloosheid, de mensenrechten, en zelfs op het gebied van milieu.
Op 15 januari lanceerden de Verenigde Naties (VN) voor het eerst een uitgebreid rapport over de situatie van de
inheemse volken in de wereld. En de conclusies zijn niet bemoedigend, zoals de inleiding direct duidelijk maakt:
"Inheemse volken blijven gebukt gaan onder discriminatie, marginalisering, extreme armoede en conflicten.
Sommigen worden beroofd van hun traditionele gronden, wanneer hun middelen van bestaan worden geruïneerd.
Ondertussen worden hun geloofsystemen, culturen, talen en manieren van leven blijvend bedreigd, soms zelfs met
uitsterven."
Bewakers
Tegelijkertijd onderstreept het verslag de grote waarde die de inheemse volken vormen voor de wereld.
"Inheemse volken zijn de bewakers van enkele van de meest biodiverse gebieden ter wereld. Zij zijn ook
verantwoordelijk voor veel van de taalkundige en culturele diversiteit in de wereld en hun traditionele
kennis is en blijft een waardevolle bron die ten goede komt aan de hele mensheid."
Vervolging
Wat Brazilië betreft onderkent het rapport dat in theorie de inheemse rechten goed zijn erkend en
vastgelegd in de grondwet en andere wetten. Maar het rapport benadrukt dat in de praktijk deze rechten
niet worden nageleefd of beschermd door de autoriteiten. Heel vaak, zo signaleren de VN, prevaleren
economische belangen over inheemse rechten. Vooral waar het gaat om de erkenning en de bescherming
van inheems grondgebied.
Wereldwijd, ondervinden inheemse volken dezelfde weerstand, druk en geweld als de inheemse Brazilianen over
landkwesties: "Voorbeelden van brutaliteit en geweld werden gehoord in alle uithoeken van de autochtone wereld,
in de meeste gevallen gepleegd tegen de inheemse personen die proberen hun land, territoriale gemeenschappen,
te beschermen." Het rapport herinnert er ook aan dat als gevolg daarvan "In veel landen, inheemse mensen
vervolgd worden en (...) het slachtoffer zijn van buitengerechtelijke executies, willekeurige arrestaties,
martelingen, gedwongen uitzettingen en vele vormen van discriminatie."
In dit verband onderstreept het rapport dat sinds tientallen jaren 'De conflicten tussen indianen en mijnwerkers,
boeren en andere niet-inheemsen zich gewelddadig over heel Brazilië heeft verspreid. (...) Hoewel de wetgeving
om het inheemse land af te bakenen werd goedgekeurd, is de realiteit op de grond compleet verschillend van de
wetten van de natiestaat. Bijvoorbeeld, de speciale rapporteur ontving dringend oproepen van de Guarani-Kaiowá
in Mato Grosso do Sul, Brazilië, over de ontruimingsorders, ondanks het feit dat hun gebieden in 2004 als inheems
land zijn afgebakend."
Suicide
Ook in het hoofdstuk over zelfmoord wordt gewezen op de situatie van de Guarani-Kaiowa, in Mato Grosso do Sul.
In feite zijn de zelfmoordcijfers onder bijna alle inheemse volken hoog. Maar het bijzonder grote aantal onder
de Guarani Kaiowá springt in het oog. In het verslag wordt als directe factor genoemd de ernstige verstoring
van de traditionele manier van leven "met inbegrip van de snel veranderende sociale en culturele veranderingen,
ontwrichting van het traditionele sociale leven, de geleidelijke ontmanteling van de uitgebreide
familiestructuur, en gedwongen uitzettingen."
Geïsoleerd
Het verslag besteedt veel aandacht aan het gebrek aan goed onderwijs, ook in Brazilië, als een van de
fundamentele problemen.
Het rapport bespreekt ook nadrukkelijk de verwoestende gevolgen voor de inheemse volken van grote
(infrastructurele en industriële) projecten, in de wereld in het algemeen, en in het Amazonegebied in
het bijzonder. Het wijst daarbij, onder andere, op de bouw van waterkrachtcentrales en op de ontwikkeling
van infrastructurele werken, gericht op de integratie van de afgelegen gebieden in een steeds verder
globaliserende maatschappij. In dit verband benadrukt het rapport "de tragische en onomkeerbare gevolgen
voor de inheemse volken, met inbegrip van de volken die nog in afzondering leven, zonder contact met de
Westerse samenleving, of volken die pas recent in contact zijn gekomen”.
De Engelstalige versie van het rapport is : hier te downloaden
Bron: UN www.un.org
|
|
top
|
print |
|
De oranje petten bleven in de tas. ´Tijdens het bezoek spraken we met de ouders van de vermiste Genivaldo
Vera en de vermoordde Rolindo Vera,’ vertelt ambassadeur Pieter Rade, over een intens onderdeel van zijn
bezoek aan het Guarani Kaiowá dorp Te’ Yikue. ‘We hadden het gevoel dat het niet passend was om vlak
daarna vrolijk oranje petten uit te delen’.
Ter gelegenheid van de Internationale dag voor de Mensenrechten bezocht de Nederlandse ambassadeur in
Brazilië, Pieter Kees Rade, op dinsdag 13 december het Guarani Kaiowá dorp Te’ Yikue, in het zuidelijkste
puntje van de Braziliaanse deelstaat Mato Grosso do Sul. Dat Rade dit volk bezocht is niet toevallig:
in 2009 steunde de Nederlandse ambassade de campagne Povo Guarani Grande Povo (Guarani – een groot volk),
opgezet door het Conselho Indigenista Missionário (CIMI).

Erkenning
De Guarani Kaiowá zijn met een geschatte 40.000 personen het grootste inheemse volk van Brazilië. Echter,
in Mato Grosso do Sul heeft de expansie van de intensieve landbouw (vooral soja en suikerriet voor de brandstof
ethanol) de Guarani Kaiowá van hun leefgebied verdrongen. Als gevolg daarvan leven zij samengepakt in kleine
reservaten, of in geïmproviseerde tentenkampen langs de wegen. Het gevolg: slechte, ongezonde leefomstandigheden,
armoede, werkloosheid, ondervoeding, uitzichtloosheid, geweld, moorden en kindersterfte.
Al decennialang strijden de Guarani Kaiowá voor de erkenning van hun rechten en voor de teruggave van hun land.
Dit leidt regelmatig tot gewelddadige conflicten. Van een van deze conflicten werden Genivaldo en Rolindo Vera
slachtoffers. Zij maakten deel uit van een groep die op 29 oktober 2009 een stuk land bezet hadden, om hun
landclaim kracht bij te zetten. Een dag later verjoeg een groep gewapende mannen hen met geweld. Na afloop
van de confrontatie bleken Genivaldo en Rolindo, beiden leraren, verdwenen. Een week later werd het lichaam
van Rolindo gevonden. Het lichaam van Genivaldo is nog altijd niet gevonden.
Na de traditionele welkomsdansen en liederen, spraken de inheemse leiders met de ambassadeur over de situatie van
hun volk. Aan de orde kwamen de schendingen van de inheemse rechten, het geweld, de intensieve landboud en de
gevolgen daarvan voor het milieu, de weerstand van de agrarische sector om tot een oplossing te komen, de recente,
onopgeloste moord en verdwijning van de beide leraren. De ouders van de slachtoffers vroegen de ambassadeur om
dit geweld ter sprake te brengen bij de Braziliaanse regering.
Campagne
De Guarani Kaiowá zijn een subgroep van het Guarani-volk, dat verspreid leeft over Argentinië, Brazilië,
Paraguay, Uruguay en Bolívia. in totaal ongeveer 350.000 personen. In al deze landen leven de
Guarani-gemeenschappen in vergelijkbare omstandigheden: verdreven van hun land, gediscrimineerd en
strijdend voor de erkenning van hun rechten. In deze context heeft het Conselho Indigenista Missionário
(CIMI) een internationale campagne opgezet: Povo Guarani – Grande Povo (Guarani – een Groot Volk).
In 2009 steunde de Nederlandse ambassade deze campagne financieel.
Tijdens zijn bezoek verrichte Pieter Rade de lancering van de hier
centrale website van de campagne, die werd mogelijk gemaakt door de financiële steun van de Nederlandse ambassade. De site biedt nieuws en
informatie over het Guarani-volk in de vijf landen. Daarom is de site drietalig: Portugees, Spaans en de
inheemse taal Guarani.
Continentale ontmoeting
De regionale bijeenkomst was een volgende stap in de realisatie van de derde continentale bijeenkomst van de
Guarani-gemeenschappen, gepland voor november 2010, in Asunción, Paraguay.
Klik hier voor de Europese site van de campagne
Bron:
|
|
top
|
print |
|
23 februari 2010
Een delegatie van inheemse volken uit het Noordoosten van Brazilië reisde door Europa om het geweld en de
schendingen van hun rechten ten gevolge van de omlegging van de rivier São Francisco aan de kaak te stellen.
"Water is een gemeenschappelijk goed van de mensheid, geen handelswaar.”
De boodschap die de delegatie in Europa liet horen, was duidelijk: de omlegging van de São Francisco heeft
verwoestende gevolgen voor 33 inheemse volken in het Noordoosten van Brazilië en voor verschillende
Afro-Braziliaanse gemeenschappen, en voor traditioneel levende vissersdorpen en het milieu. Daarnaast
schendt de regering de mensenrechten en de rechten van inheemse volken, verankerd in de Braziliaanse
grondwet en internationale verdragen zoals de Conventie 169 van de ILO en de Verklaring inzake de Rechten
van Inheemse Volkeren van de VN.
De delegatie bracht een bezoek aan Italië, Zwitserland, België en Duitsland. Zij werd ontvangen op openbare en
besloten bijeenkomsten voor maatschappelijke organisaties, burgemeesters, parlementsleden, vertegenwoordigers
van de Verenigde Naties (VN), de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en parlementariërs van de Europese Unie.
De delegatie bestond uit: Uilton dos Santos, hoofd van het volk de Tuxa en voorzitter van de organisatie
APOINME, Fabiana Bezerra Paieú (Pretinho) van het volk Truká, en Saulo Feitosa, vertegenwoordiger van CIMI.
Tegen welke prijs ?
De kwestie van de São Francisco-rivier heeft om verschillende redenen veel aandacht gekregen. In Europa is er
grote bezorgdheid over het milieu en de klimaatverandering. Er is een groot besef dat een omlegging zoals deze
rampzalig is voor het milieu en bijgevolg ook het klimaat zal beïnvloeden. Bovendien erkent men in toenemende
mate dat de inheemse volken het meest te lijden hebben van deze veranderingen en van het huidige economische
model. De leden van de delegatie bleven het herhalen: "De omlegging van de São Francisco zorgt ervoor dat onze
manier van leven onder druk komt te staan en ons volk zal uitsterven.” Edilena was heel helder over het project
dat de Braziliaanse regering presenteert als een belangrijke stap naar ontwikkeling: "Uw ontwikkeling is ons
bloedbad!"
Uilton Tuxa verklaarde dat het verzet tegen de omlegging geen verzet tegen ontwikkeling op zichzelf is. Het gaat
om de manier waarop: "Ontwikkeling ja, maar niet tegen elke prijs. De economie wordt boven het leven en boven
de rechten van inheemse volken geplaatst, en daar protesteren wij tegen”.
Geprivatiseerd water
Naast de zorg voor het milieu en het klimaat, is er de kwestie van de privatisering van water. Een actueel en
controversieel thema in Europa. Uilton legt uit: "Door de omlegging gaat de São Francisco tot de grootste markt
ter wereld behoren wat water betreft. Dit druist geheel in tegen de opvattingen van de inheemse volken: water
is een gemeenschappelijk goed voor de mensheid, geen handelswaar.”
Uilton vertelde ook dat uit cijfers van de overheid blijkt dat de omlegging alleen ten gunste zal komen aan
de agribusiness, de metaalindustrie en andere industrieën. Andere mensen in de regio zullen geen toegang
krijgen tot het water uit de kanalen. De regering heeft op dit moment al een alternatief plan ontwikkeld
om het water in het Noordoosten van Brazilië beter te beheren. Uilton: "Het beroemde Atlasproject. Met
de helft van de kosten, voordelen voor veel meer mensen, minder schadelijke gevolgen voor het milieu
en met een eerlijke verdeling van het water over alle regio’s."
Schendingen al bekend
In Italië kwamen veel mensen op de bijeenkomsten af en verschenen er verschillende stukken in de krant.
Er was zelfs een verslag op de nationale tv-zender. In Genève werd de delegatie ontvangen door verschillende
rapporteurs van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, zoals de rapporteur voor de mensenrechten
van inheemse volken. Ook vertegenwoordigers van Verdrag 169 van de afdeling mensenrechten van de Internationale
Arbeidsorganisatie (ILO) waren aanwezig.
Het bericht over de schendingen van de mensenrechten door de omlegging van de rivier is niet nieuw voor de
vertegenwoordigers van de genoemde organisaties. In 2008 zijn deze namelijk al gemeld aan de ILO. En
in 2009 heeft de ILO de Braziliaanse regering ook verzocht om verduidelijking. Brazilië heeft Verdrag
169 namelijk ook ondertekend en kan door de ILO daar dus op worden aangesproken. Tot nu toe heeft de
regering Lula niet gereageerd op het verzoek van de ILO. De vertegenwoordigers van de IAO benadrukten
dat de actuele informatie die de delegatie meebracht van groot belang is.
In Brussel werd de delegatie ontvangen door afgevaardigden van de Europese Unie, vertegenwoordigers van
vier verschillende politieke partijen en alle leden van de Mercosur-afdeling van het Europees Parlement.
Ze waren erg bezorgd over de gevolgen van de omlegging voor het milieu en de inheemse volken en beloofden
de kwestie in het Europees Parlement te bespreken en aan de orde te stellen bij ontmoetingen met
vertegenwoordigers van de Braziliaanse overheid.
Als laatste etappe werd Berlijn aangedaan, waar de delegatie een aantal ontmoetingen had met verschillende
maatschappelijke organisaties.
Een engelstalig rapport over de situatie vindt u hier.
Bron: Cimi www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
1 februari 2010
A delegation of indigenous peoples in the Northeast will travel to Europe to denounce the violence and
violations of their rights resulting from the Transposition of the São Francisco river project. The Indigenous
delegation will be in Italy, Switzerland, Belgium and Germany, between January 24 and February 8, 2010.
The Transposition of the San Francisco river has a devastating social and environmental impact on 33 indigenous
peoples of the region and on numerous maroon communities, traditional communities and riverside communities.
Contrary to the Brazilian Constitution and international treaties such as Convention 169 of the ILO and the
Declaration on the Rights of Indigenous Peoples of the United Nations, these communities were not informed,
consulted or heard about the venture.
The Indian delegation will present the complaints to international bodies on human rights, such as the United Nations (UN), the International Labor Organization (ILO), European governments, the European Parliament and European civil society.
The Implementation
The transfer of water from the Sao Francisco is a mega-project of hydraulic engineering which is part of the
Acceleration Program (PAC) of the Lula government. It provides for the construction of two channels, together
over 600 km long, 2 dams, 9 pumping stations, 27 aqueducts, tunnels 8 and 35 dams of water reservoirs. Currently,
the project is under construction in spite of the numerous judicial irregularities.
Rights denied and violated
The campaign Opará – Indigenous Peoples in Defense of the São Francisco seeks to denounce the numerous
violations of indigenous rights by the project implementation.
The project violates the right to previous and well-informed consultation, because the government did not carry
out procedures for consultation of indigenous peoples impacted by the project implementation.
It violates indigenous territorial rights, because the constitution requires that the lands traditionally occupied
by Indians are part of the heritage of the Federal union, ensuring the permanent possession of the Indigenous who
live on it; It equally prohibits any process of forced removal of the population.
The project implementation constitutes an invasion of the indigenous territories of the Truká and Pipipã peoples,
as they are currently occupied by the Brazilian army to ensure the start of the work, it also threatens the
integrity of territories of the Tumbalalá, Kambiwá and Anacé people.
The project violates the right of ethnic self-definition, because representatives of public authorities repeatedly
denied the presence of indigenous peoples within the area of influence of the project, rejecting their claims as
falls or lies.
The project violates the right of access to justice, because on December 19, 2007 the Supreme Court refused
to consider the legal actions against the bill submitted by indigenous and civil society organizations as
legitimate.
Purpose of trip
The purpose of the trip is to attract the attention of the Brazilian Federal Supreme Court to finally judge
the pending actions concerning the implementation of the project, denouncing the numerous irregularities in
the project and also questioning whether the work is in accordance with the Constitution. Until judging these
actions the Supreme Court should order the construction works to stop immediately.
To achieve this goal, the delegation will have hearings with representatives of the UN – in particular with the
special rapporteurs of the UN human rights –, with the International Labour Organization (ILO) and with the
European Parliament, civil society organizations and press. There will also be several meetings, activities
and discussions in various cities.
The delegation will visit Rome, Udine and Bolzano in Italy, Geneva in Switzerland (where the UN and ILO are
located), Brussels in Belgium (European Parliament) and Paris in France.
On the trip will be released the "Denouncing Report: Indigenous Peoples of the Northeast impacted by the
transposition of the São Francisco”
General information on the transposition
The Sao Francisco is the third water basin of Brazil and has a length of 3,160 km. The river has suffered
major intervention, which seriously damaged its environmental balance: 7 hydroelectric plants and over 30 dams
have been built already, managed by the Hydroelectric Company of São Francisco (CHESF). These interventions
have led to the deforestation of 95% of its riparian forest and caused the forced removal of 150,000 people.
The investment planned by the transposition project is 6.6 billion Brazilian reais (2,64 billion Euros).
The government argues that the reason for this mega-project would be to quench the thirst of 12 million
residents of the semi-arid Northeast. However, according to data supplied by the government project itself,
only 4% of the water will be transposed to the rural population, 26% of urban and industrial uses and 70% is
destined for large scale irrigation projects of monoculture production which is destined mainly for export.
However, at the same time an alternative and previous project of the Brazilian government proposes solutions to
supply 24 million people in these regions with water, costing only half the investment.
The project implementation has a strong social and environmental impact on the 33 indigenous peoples who live
in its basin. Some 8,000 Indigenous suffer from direct impacts, ranging from the forced removal, to the
flooding of parts of their territories and the destruction of sacred places.
In spite of all the evidence for such impacts, on 19 December 2007, the Supreme Court stated that the project
will not have negative impacts on indigenous lands and refused to consider the legitimate legal actions against
the transposition made by indigenous organizations and civil society. The works have been in progress from
June 2007 and so far 15% of the work has been completed.
Members of the delegation
Representatives of the delegation are:
• Uilton Manoel dos Santos, leader of the indigenous Tuxá people and general coordinator of the Articulation of
Indigenous Peoples and Organizations of the Northeast, Minas Gerais and Espirito Santo (APOINME)
• Fabiana Bezerra Pajeú, leader of the indigenous Truká people, indigenous teacher and member of the Committee
of Indigenous Teachers of Pernambuco (Copipe) and the National Commission of Indigenous Teachers
• Saulo Ferreira Feitosa, a member of the Indigenous Missionary Council (CIMI) since 1983 and member of the
Brazilian Commission for Justice and Peace of Brazilian Bishops
Campaign Opará
Opara is the indigenous name for the river San Francisco, meaning river-sea. The campaign aims to prevent the
implementation of the project, and pressure the Government to respect the rights of affected communities,
particularly indigenous communities. The implementation needs to be rethought, and, if carried forward, be
designed differently so they do not affect the indigenous peoples, their lands and their way of life.
The campaign also pushes for the revitalization of the São Francisco.
The Opará Campaign is promoted by the following Brazilian organizations:
• APOINME (Association of Indigenous Peoples of the Northeast, Minas Gerais and Espirito Santo)
• Bar Association for Rural Workers in the State of Bahia
• Center for Research on Communities and Traditional Peoples and environmental policies of the State University
of Bahia
• Pastoral Commission for Fisherman/NE (Comissão Pastoral de Pescadores / Northeast)
• Indigenous Missionary Council (CIMI)
• Popular Articulation for the revitalization of the São Francisco
• Via Campesina Northeast Brazil
For more information, please contact:
CIMI 55/61/2106 1666 Paul ou Maíra
CIMI Europa 39/3336348279 Martina
APOINME 55/75/88150715 Francisco de Assis (Dipeta
dipeta51@hotmail.com Tuxá)
CPP / NE 55/75/8835 3113 Alzeni Tomáz
Via Campesina 55/82/9950 0227 Hélio
Povo Truká 55/87/ 9606 6065 Cacique Neguinho
Povo Tumbalalá 55/87/ 9131 0008 Cacique Cícero
NECTAS/UNEB 55/87/ 7588 56 0622 Juracy Marques
Een engelstalig rapport over de situatie vindt u hier.
Bron: Cimi www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
18 december 2009
Wederom is er een Guarani Kaiowá gestorven in de strijd voor het inheems gebied Kurusu Amba. Een 15-jarige jongen
werd op 16 december 2009 dood aangetroffen op de school in het dorp Taquapiry, gemeente Amambai, Mato Grosso do Sul.
Op zijn lichaam zijn sporen van geweld aangetroffen.
De jongen woonde op het deel van de traditionele gronden dat door de inheemse gemeenschap weer in bezit is genomen,
binnen het gebied van de Fazenda Maria Auxiliadora. Volgens de Guarani Kaiowá besloot de jongen op 16 december 2009
terug te keren naar het kamp aan de rand van de autoweg BR 289, dat door zijn gemeenschap eind november was verlaten. Hij wilde daar nog wat spullen ophalen. De federale politie beschermde een vrije doorgang voor de indianen tussen het inheemse gebied en het oude kamp.
De jongen werd op 17 december 2009 begraven, zonder dat er forensisch onderzoek plaats vond.
Sinds 2007 zijn er al drie personen uit de inheemse gemeenschap Kurusu Amba door gewapende mannen gedood: Xurite
Lopes, Osvaldo Ortiz en Lopes. Nog eens vijf personen werden beschoten en drie kinderen zijn gestorven ten gevolge
van ondervoeding. Al deze voorvallen, waarbij betaalde moordenaars en grootgrondbezitters betrokken waren, bleven
ongestraft.
Privé eigendom
Op die dag dat het lichaam van de jongen werd gevonden hadden de leiders van de Kurusu Amba-gemeenschap het Federaal
Openbaar Ministerie (MPF) gevraagd om de FUNASA (de Nationale Gezondheidsorganisatie voor Inheemse Volken) en de
FUNAI (de Nationale Regeringsorganisatie voor Inheemse Zaken) voedselpakketten te laten sturen. Ook hadden ze
verzocht gezondheidszorg te bieden aan de gezinnen die terug waren gekeerd naar hun traditionele land.
Volgens de leiders zijn veel mensen in het gebied ziek en lijden de gezinnen honger. Het antwoord was volgens de
inheemse leiders negatief: de genoemde organisaties zouden de fazenda niet mogen betreden zonder rechterlijke
toestemming.
Het MPF zou de Guarani Kaiowá daarom gevraagd hebben naar het dorp Taquapiry te komen, op 8 km van het weer in
bezit genomen gebied, om daar de voedselpakketten en medische zorg te ontvangen. Het verplaatsen naar deze plek
zou de inheemse jongen het leven kosten.
Momenteel wordt er alleen soja geteeld op de boerderij Maria Auxiliadora. Een technische werkgroep van de FUNAI
voert studies uit om te zien of het gebied dat door de gemeenschap Kurussu Amba wordt opgeëist inderdaad
traditioneel land is van de Guarani Kaiowá.
Bron: Cimi www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
10 december 2009
Ongeveer 20 Guarani Kaiowá-indianen uit de dorpen Sassoró en Porto Lindo in Mato Grosso do Sul raakten 8 december 2009
gewond, toen particuliere bewakers van de grootgrondbezitters in die regio hen kwamen wegjagen van hun traditionele
gebieden. De indianen waren daar een week eerder naar teruggekeerd. Bij het geweld braken de aanvallers de arm van
een 73-jarige vrouw.
De Guarani Kaiowá werden gered door een arts van de Nationale Gezondheidszorg voor Inheemse volken (FUNASA) die hen
aan de rand van de snelweg aantrof. Ze hadden snijwonden en kneuzingen over het hele lichaam. Sommige wonden waren
duidelijk het gevolg van rubberen kogels. In de kleding van één van de gewonden werd nog een kogel aangetroffen.
Volgens de Indianen gebruikten de aanvallers vuurwapens, touwen en stokken.
Vijf van hen, waaronder ook ouderen, hebben zodanig ernstige verwondingen dat ze moesten worden opgenomen in het
ziekenhuis. De anderen blijven bivakkeren langs de weg. "We hebben geen eten, geen doek om een tent te maken.
En vandaag kwamen de grootgrondbezitters met hun bewakers langs en riepen dat we nooit ons land zouden krijgen”,
zegt Solano Lopes, één van de leiders van de groep die teruggekeerd was naar de tekoha (traditioneel dorp),
genaamd Pueblito Kue.
De Guarani Kaiowá hopen dat de FUNAI (de Regeringsorganisatie voor Inheemse Zaken) en de federale politie naar het
gebied komen. Het Federale Ministerie van Mato Grosso do Sul heeft gevraagd om de confrontatie te onderzoeken.
Bron: Cimi www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
13 november 2009
Op 29 oktober 2009 waren ongeveer 25 Guarani Kaiowa-indianen teruggekeerd naar hun dorp Pirajui, traditioneel grondgebied van deze indianen. Het gebied werd door grootgrondbezitters gebruikt als landbouwgrond. De volgende dag arriveerde een groep van tientallen gewapende mannen in een vrachtwagen, die lukraak met rubberen kogels begon te schieten. De inheemse gemeenschap, waaronder vrouwen en kinderen, vluchtte naar een nabijgelegen bos. Leden van de gemeenschap zeggen dat ze gezien hebben dat Genivaldo Vera door de schutters werd meegenomen en dat zijn neef Rolindo Vera het bos in vluchtte.
Op 7 november 2009 werd het lichaam van Genivaldo Vera gevonden in een nabijgelegen beek. Het lichaam werd pas op 10 november 2009 officieel geïdentificeerd. Het forensisch rapport is nog steeds niet voltooid, maar foto's van het lichaam die de politie aan de familie had vrijgegeven, laten zien dat hij vastgebonden heeft gezeten en gemarteld is. Genivaldo Vera's hoofd was kaalgeschoren, zijn lichaam had grote blauwe plekken en rond zijn polsen zaten strepen.
De verblijfplaats van Rolindo Vera is nog steeds onbekend. De gemeenschap vreest dat hij ontvoerd is en meegenomen naar Paraguay. Ze vraagt de federale politie, die haar onderzoek al gestopt is, opnieuw te gaan zoeken en samen te werken met de collega's in Paraguay.
Rolindo Vera en Genivaldo Vera, beiden ergens in de 20, gaven alfabetiserings- onderwijs in Pirajui - een
extreem arm dorp met een gemeenschap van 3000 indianen, geteisterd door hoge kindersterfte.
Het voorouderlijke land naar waar de gemeenschap was teruggekeerd, had allang door de werkgroep van
antropologen onderzocht moeten worden, zoals was overeengekomen in 2007. Boeren in het gebied blokkeren echter
herhaaldelijk de uitvoering van deze onderzoeken, die nodig zijn voor de identificatie van het voorouderlijke
land.
AMNESTY INTERNATIONAL VRAAGT DUS
om onmiddellijk te schrijven naar de Braziliaanse overheid (in het Portugees of in uw eigen taal):
- eisend dat de federale politie, in samenwerking met de collega's in Paraguay, haar inspanningen verdubbelt in haar zoektocht naar Rolindo Vera;
- eisend dat de autoriteiten onmiddellijk een diepgaand onderzoek uitvoeren naar de gewelddadige ontruiming van de Guarani Kaiowa-gemeenschap op 30 oktober 2009, met de daaropvolgende dood van Genivaldo Vera;
- eisend om de verantwoordelijken hiervoor te berechten;
- erop aandringend bij de autoriteiten om hun verplichtingen na te komen, zoals vastgelegd in het Verdrag 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie, de VN Verklaring van de Rechten van de Inheemse Volken en de Braziliaanse grondwet om de traditionele grondgebieden terug te geven aan de inheemse gemeenschappen.
STUUR UW BRIEF VOOR 25 DECEMBER 2009 AAN:
Federal Minister of Justice
Exmo. Sr. Tarso Genro
Esplanada dos Ministérios,
Bloco "T"
70712-902 - Brasília/DF Brasil
Fax: + 55 61 3322 6817/ 3224 3398
Aanhef: Exmo. Sr. Ministro/ Dear Minister
Federal Human Rights Secretary
Secretaria Especial de Direitos Humanos
Exmo. Secretário Especial
Sr. Paulo de Tarso Vannuchi Esplanada dos Ministérios- Bloco "T" - 4º andar,
70064-900 -Brasília/DF Brasil
Fax: + 55 61 3226 7980
Aanhef: Exmo. Sr. Secretário
Kopieën naar:
Conselho Indigenista Missionário,
(CIMI – local NGO)
CIMI Regional Mato Grosso do Sul
Av. Afonso Pena, 1557 Sala 208 Bl.B
79002-070 Campo Grande/MS, Brasil
Email: cimims@terra.com.br
AANVULLENDE INFORMATIE :
De deelstaat Mato Grosso do Sul bevat enkele van de kleinste, armste en dichtstbevolkte inheemse gebieden in
Brazilië, omgeven door grote soja- en suikerrietplantages en veebedrijven. Het leven van de indianen wordt
geteisterd door een slechte gezondheid en erbarmelijke levensomstandigheden. Ongeveer 60.000 Guarani
Kaiowa-indianen leven een zorgelijk bestaan: er is veel geweld, ondervoeding en het zelfmoordcijfer is hoog.
Gefrustreerd over de traagheid van het proces van landafbakening, zijn de Guarani Kaiowa opnieuw begonnen om
hun voorouderlijk land te bezetten. Ze krijgen daarbij te maken met intimidatie en gewelddadige ontruimingen.
In november 2007 hebben het Ministerie van Justitie, het Openbaar Ministerie, FUNAI (de overheidsorganisatie
voor Inheemse Zaken) en 23 inheemse leiders een overeenkomst getekend waarbij FUNAI zich vastlegt om 36
verschillende traditionele Guarani Kaiowa-gebieden te identificeren. De Federale Overheid en de
grootgrondbezitters waren fel tegen deze overeenkomst.
Na de ondertekening ervan dreigde de gouverneur van Mato Grosso do Sul, Andre Puccinelli, zich niet aan het
akkoord te houden en de waarnemend gouverneur, Jerson Domingos, maakte de situatie nog erger door te stellen
dat de procedure onvermijdelijk zou leiden tot een "bloedbad". De grootgrondbezitters protesteren tegen het
proces, overdrijven in de media de hoeveelheid land die geïdentificeerd kan worden als inheems, en proberen
herhaaldelijk om het proces bij de rechter te blokkeren. Er liggen momenteel meer dan 80 hoger beroepszaken
bij het Regionale Federale Hof.
Vanwege het voortdurend gebrek aan besluitvorming over de landvorderingen hebben de Guarani Kaiowa-
gemeenschappen uiteindelijk besloten om terug te keren naar hun land. Gevolgd door gewelddadige ontruimingen,
vaak met gewapende mannen. Zogenaamde beveiligingsbedrijven, in feite illegale milities in dienst van
grootgrondbezitters of van de agrobusiness, zijn betrokken bij de vele schendingen van de mensenrechten op het
platteland van Brazilië. Dit blijft een ernstige bedreiging voor zowel de inheemse volken als de landarbeiders
die strijden voor het recht op hun land.
Zowel de VN-Verklaring voor de Rechten van de Inheemse Volkeren, als het Internationale Arbeidsorganisatie
Verdrag 169, beide door Brazilië bekrachtigd, geven inheemse volken het recht op hun voorouderlijke gronden.
Ook de Braziliaanse grondwet bevestigt deze rechten. De regering van Brazilië heeft hiermee de
verantwoordelijkheid op zich genomen om deze gronden te erkennen als inheems gebied.
Bron: Amnesty International - www.amnesty.org
|
|
top
|
print |
|
27 oktober 2009
Kayapó Indianen gaan protesteren tegen een enorme hydro-elektrische dam, die aangelegd gaat worden in de
Braziliaanse rivier de Xingu, een van de belangrijkste zijrivieren van de Amazone.

Kayapó Indianen dansen tijdens protest
tegen dam in 2006. ©T Turner
Het protest, dat een week zal duren, begint op 28 oktober 2009 en vindt plaats in de Kayapó-gemeenschap van Piaraçu.
De verwachting is dat tenminste tweehonderd Indianen hier samenkomen.
Afgevaardigden van het Braziliaanse ministerie van Mijnwezen en Energie, en van het ministerie van Milieu zijn
hier uitgenodigd voor een gesprek met de Indianen. De Kayapó en andere inheemse volken verzetten zich tegen de komst
van de dam en zeggen dat er geen behoorlijk overleg met hen is geweest en dat zij niet geïnformeerd zijn over de
werkelijke gevolgen voor hun grondgebied.
De dam zal meer dan tachtig procent van de rivier een andere loop geven en zal, over een traject van honderd
kilometer, een enorme invloed hebben op de visstand en op de wouden die bewoond worden door inheemse volken.
Survival International heeft protest aangetekend bij de regering over dit project.
De Kayapó zijn woedend op Edison Lobão, minister van Mijnwezen en Energie, die onlangs verklaarde dat de aanleg
van grote hydro-elektrische dammen in Brazilië door ‘duivelse krachten’ wordt verhinderd. Kayapó-leider Megaron
Txucarramae zei: “Dit zijn erg lelijke woorden; hiermee worden wij en degenen die de natuur beschermen
aangevallen”.
Belo Monte is één van de grootste infrastructurele projecten die deel uitmaken van het zgn. Accelerated Growth
Programme van de overheid. In 1989 organiseerden de Kayapó een krachtig protest tegen een reeks van dammen die
gepland waren voor de Xingu rivier. Het project werd op de lange baan geschoven nadat de Kayapó de Wereldbank
hadden bewogen om uit het project te stappen.
Ook andere dammen, die gepland zijn in andere rivieren, zijn het doelwit van protesten van inheemse volksstammen.
Een jaar geleden vernielde de Enawene Nawe stam het bouwterrein van een dam in een poging de bouw van een hele reeks
dammen, die gepland waren voor de Juruena rivier, te stoppen. Volgens de Indianen zullen de dammen hun het vissen,
waarvan zij afhankelijk zijn, onmogelijk maken.
In het westelijk Amazonegebied zal de Santo Antônio dam, die deel uitmaakt van een dammencomplex in de Madeira
rivier, het land van tenminste vijf groepen van ongecontacteerde Indianen onder water zetten. Van één groep wordt
vermoed dat ze zich slechts op veertien kilometer van de grootste bouwplaats bevindt.
In een brief aan President Lula zetten de Kayapó hun standpunt uiteen: “Wij willen deze dam niet: dit zal een
vernietigende uitwerking hebben op de ecosystemen en de biodiversiteit die we al duizenden jaren, tot op de dag
van vandaag, beschermen en onderhouden. Mijnheer de President, we smeken om studies die voldoende kwaliteit hebben
en de discussie willen aangaan met inheemse volken, over deze ecologische bakermat van onze voorouders… We willen
deelnemen aan dit proces zonder behandeld te worden als boosaardige duivels die de ontwikkeling van het land
willen tegenhouden”.
De directeur van Survival International, Stephen Corry, verklaarde vandaag: ”De echte uitwerking van de dammen
is geheim gehouden. Als men hiermee doorgaat dan zullen ze levens, land en de huishoudens van vele stammen
vernietigen. Geen enkele herstelbetaling kan schade op deze schaal, die de levens van mensen ruïneert en
hen hun onafhankelijkheid afneemt, compenseren”.
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
|
|
top
|
|