|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
print |
|
22 september 2009
In de vroege ochtend van 18 september 2009 werd Apyka’y, een nederzetting van de Guarani Kaiowá gemeenschap in Brazilië, aangevallen door tien gewapende mannen die in het wilde weg schoten afvuurden. Hierbij raakte één Indiaan gewond.
De bendeleden mishandelden en verwondden andere Indianen met messen en staken hun onderkomens in brand. Deze werden vernietigd met al hun bezittingen.
De overvallers dreigden de Indianen te doden als ze niet zouden vertrekken uit hun kamp dat was opgezet aan de rand van de weg. De bewoners beschikken niet over de middelen om hun kamp opnieuw op te bouwen en leven in angst voor nog meer aanvallen.
Uit verslagen die Survival International hebben bereikt blijkt dat bewakers van de plaatselijke veeboer de Indianen de toegang tot water op het landgoed ontzeggen. Men vermoedt dat de boer de gewapende mannen heeft opgedragen om geweld tegen de gemeenschap te gebruiken, om hen ervan te weerhouden water te halen.
De Guarani-Kaiowá van Apyka’y hebben zes jaar lang onafgebroken gewoond langs de kant van de weg. Ze hebben al verschillende malen geprobeerd om terug te keren naar hun ‘Tekoha’ (voorouderlijke land), waarvan ze tien jaar geleden verdreven werden toen boeren het in beslag namen.
Na de laatste poging van de Indianen om zich op hun land te vestigen, wist de veeboer een uitzettingsbevel van het gerechtshof te bemachtigen. Het gevolg was dat de gemeenschap afgelopen april wederom werd verdreven.
De gemeenschap van Apyka’y schreef in juni een wanhopige brief naar de FUNAI, het Braziliaanse Ministerie van Indiaanse zaken, die met klem werd verzocht zich aan de afspraak te houden om alle gebieden van de Guarani af te bakenen.
‘Gaat u land afbakenen voor de Indiaan?...
We moeten weten wat er met ons land gebeurt...
Hebben we wel of niet ons land verloren?...
Gaat u wel of niet de landkwestie oplossen?...
Dit moet echt worden opgelost. Voor onze gemeenschap is dit van levensbelang.’
De laatste aanval vond plaats vier dagen nadat het kamp van een andere Guarani-Kaiowá gemeenschap, die zich langs de snelweg had gevestigd, plat gebrand werd door bewakers van een veeboer.
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
14 september 2009
Door: Paul Wolters
Op 14 september 2009 hebben niet nader geïdentificeerde personen ongeveer 35 huizen van de inheemse Guarani Kaiowá verbrand, in hun dorp Nhãnderu Laranjeira in de staat Mato Grosso do Sul. De Guarani Kaiowá waren zelf niet in het dorp, omdat ze 11 dagen geleden door een rechterlijke uitspraak gedwongen waren om hun land te verlaten. Zij kampeerden inmiddels buiten hun gebied, langs de snelweg BR-163. Ze wachten al lange tijd op afbakening van hun land.
De ongeveer 130 Guarani Kaiowá zagen hoe de brand hun huizen vernielden, evenals de rest van hun bezittingen. Tijdens de nacht bleven de aanstichters van de brand de Indianen schrik aanjagen door uit hun auto's brandende voorwerpen te gooien en door de lampen van de auto's dicht op de hutten van de weg te richten. De hele gemeenschap bracht de nacht door zonder te slapen, uit angst voor verdere aanslagen.
Het federale ministerie werd ingeschakeld en beloofde de politie te sturen, maar dat is niet gebeurd. Volgens Zezinho, een van de leiders van de Guarani, zijn zijn mensen verbijsterd omdat niet alleen hun huizen verbrand zijn, maar ook de geesten van degenen die met hen leefden op hun land.
Tijdens de nacht waagde een klein groepje Guarani Kaiowá het nog om naar het oude dorp te gaan om kleine dieren te redden. Maar de meeste van de dieren, zoals kippen en honden, waren al gedood.
Voor een engelstalig achtergrondartikel over de ontruiming, lees hier.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
Juni 2009
Door: Paul Wolters
Op 21 mei 2009 werd Xukuru-leider Marcos Luidson veroordeeld tot tien jaar en vier maanden gevangenisstraf
en een boete van 50.000 reais (18.000 euro). De Federale rechtbank van de deelstaat Pernambuco gaf deze straf
zonder diverse getuigenissen van de verdedigende partij te horen. Deze waren gepland voor 26 mei. De verklaring
van gedeputeerde Fernando Ferro stond geagendeerd voor 28 mei. Ook niet gehoord werd Raquel Dodge van het
Openbaar Ministerie.

Marcus
"Marquinho" Xukuru tijdens de vergadering van zijn volk op 20 mei 2009 ter herdenking van de moord op zijn
vader.
De zaak dateert van 2003. Na een poging tot moord op Marcos, waarbij twee van zijn begeleiders, eveneens
Xukuru, gedood wrden, kwam de gemeenschap in opstand tegen een rivaliserende groep, die verantwoordelijk was
voor de moorden. Er waren vragen over allianties van deze groep met de voormalige invallers van het Xukuru-gebied,
die nog steeds beweerden dat het land van hen was. Bij de schermutselingen werden voorwerpen en huizen in het
dorp vernield. Marcos, beter bekend als Marquinho, wordt beschuldigd van het organiseren van de opstand, wat
hij ontkent.
Conflicten over landrechten
Het geweld – dat ook vandaag voortduurt – staat in de context van het landconflict tussen de Xukuru en de
voormalige landeigenaren. Het land van de inheemse Xukuru is gelegen in het landelijke gebied van Pesqueira,
in de staat Pernambuco. Sinds de Xukuru hun land opeisen, dat uiteindelijk ook werd erkend door de federale
regering en in 2002 werd afgebakend, lijden zij onder geweld, intimidatie en moord geïnitieerd door de
voormalige landeigenaren. Marquinho's vader, Chicão Xukuru, werd tijdens deze strijd in 1998 vermoord.
Beide al eerder genoemde getuigen Ferro en Dodge waren aanwezig op de dag na het conflict om de verklaringen
van de betrokkenen op te nemen.
Criminalisering van gemeenschapsleiders
Cacique (red. = leider) Marcos Luidson werd veroordeeld tot tien jaar en vier maanden gevangenis, plus een boete
van 50.000 Braziliaanser reais (ongeveer 18.000 euro). Bij het horen van dit nieuws over de veroordeling, zei hij
dat hij dit besluit had verwacht. De hele gemeenschap begrijpt dat het effect verder reikt dan degenen die worden
beschuldigd. Ten minste 43 Xukuru - de meesten van hen met een leidende positie in de gemeenschap – staan
momenteel terecht;twee zijn al in de gevangenis gezet; 31 zijn veroordeeld, en nog eens tien wachten op de
beslissing.
Het is algemeen bekend dat de elite, politici en economische belangengroepen een belangrijke rol spelen bij
de poging om de Xukuru-gemeenschap te ontwrichten door middel van criminalisering van hun leiders. Tijdens het
onderzoek naar de poging tot moord en de erop volgende opstand werd Marquinho vaker bestempeld als provocateur
in plaats van slachtoffer.
Uitspraak ter discussie
Mensenrechtenorganisaties van Pernambuco stellen vragen bij het onderzoek en de gerechtelijke procedure na het
conflict. In het geval van Marquinho oordelen advocaten dat het recht op een goede verdediging hier niet verleend
is en dat de hoogte van de straf buitensporig is. Men zal dan ook beroep aantekenen bij de 5de Regionale Federale
Rechtbank in Recife.
Ondersteuning
Dom Francisco Biasin, bisschop van Pesqueira, vroeg in een memorandum: "Hoe is het mogelijk dat een leider
veroordeeld wordt zonder eerst de getuigen te horen, dus die persoon het recht op verdediging te onthouden?
Hoe is het mogelijk om vooraf iemand schuldig te vinden, zonder bewijs tegen de verdachte te hebben, alleen
onder het mom van te maken hebben met een ‘gevaarlijk’ persoon”? De bisschop wijst erop dat de criminalisering
beoogt te tornen aan de eigenwaarde van de inheemse gemeenschap en om hen intern te verdelen, zodat de
Xukuru-strijd verzwakt wordt.
Ook de voorzitter van de Wetgevende Macht van Pernambuco, Isaltino Nascimento, veroordeelt het vonnis.
De situatie was al doorgegeven aan de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) in maart 2009.
Video's over de Xukuru:
"Xukuru: Moed boven angst"
"De Andere Wereld van Chicão=
Xukuru", over de strijd van de Xukuru na de moord op de Cacique Chicão,
vader van Cacique Marquinho
"Een interview met Xukuru
leider Marquinho en fragmenten van theatrale presentaties van de
jongerengroep van de Xukuru"
"Een deel van een documentaire over de Xukuru"
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
6 mei 2009
Door : Paul Wolters
Foto's : Egon Heck (CIMI)
Afgelopen zondagnacht, 4 mei 2009, hebben ongeveer 700 inheemse vertegenwoordigers uit heel Brazilië een kamp opgeslagen tegenover het Braziliaanse parlement om op te komen voor hun rechten. Dit is de jaarlijkse "Acampamento Terra Livre". Tot 8 mei zullen er discussies, workshops en protestmarsen zijn.
Het belangrijkste punt van dit moment is de goedkeuring van de nieuwe statuten van inheemse volkeren.
Iets na middernacht draaien tientallen bussen de Esplanada de Ministerios op, vol met indianenen uit heel
Brazilië. De Esplanada is het centrum van politieke macht in het land en de indianen zullen er kamp opslaan,
recht tegenover de beroemde parlementsgebouwen. Honderden indianen springen uit de bussen en beginnen direct met
het lossen van het materiaal voor de bouw van de tenten: bamboestokken, die zullen worden bedekt met zwart
plastic.
Het jaarlijkse Acampamento Terra Livre is het belangrijkste nationale evenement van de inheemse beweging in
Brazilië. Het is het enige moment dat een grote groep vertegenwoordigers van de inheemse bevolking rechtstreeks
contact heeft met de “powers that be”.
De inheemse vertegenwoordigers zullen gedurende vijf dagen vele thema's bespreken, zoals landrechten,
gedifferentieerd onderwijs, gezondheidszorg, criminalisering van inheemse leiders en de inheemse beweging,
en geweld waarvan veel inheemse gemeenschappen slachtoffer zijn.
Zwarte tenten
Tientallen verschillende inheemse volken zijn aanwezig. De Guarani Kaiowá uit de deelstaat Mato Grosso do Sul voeren eerst hun traditionele dansen uit, alvorens hun tenten op te slaan.
In een paar uur tijd zijn de zwarte barakken klaar, bekend als de behuizing van de tienduizenden landloze mensen in heel Brazilië, waaronder vele landloze inheemse gemeenschappen. Ook douches, toiletten en een keuken zijn opgebouwd.
Voor de meeste van de indianen is de nacht in de Braziliaanse hoofdstad ijskoud. Alleen de Guarani, de Guarani Kaiowá en de Kaingang uit het verre zuiden en zuidoosten zijn gewend aan deze temperaturen. Veel van hen dragen gewoon shorts en slippers en drinken hun warme terreré (mate thee) uit een cuica (soort mok).
Bij dageraad verschijnen de eerste forensen op de brede straat langs het kamp. Verscheidene van hen roepen vanuit de auto beledigingen naar de inheemse vertegenwoordigers, van wie sommigen proberen wat te slapen, anderen wachten rusten tot het dag wordt en maken zichzelf alvast mooi.
Nieuw statuut
Het belangrijkste thema van dit jaar is de discussie over het nieuwe Statuut voor de inheemse bevolking. Waarover plenair gestemd zal worden. Als de tekst wordt goedgekeurd, zal deze worden verstuurd aan de overheid, en vervolgens naar het Nationaal Congres. In de hoop dat het parlement er eindelijk over zal stemmen, na meer dan 14 jaar dit tegen gehouden te hebben.
De laatste voorbereidingen zoals het ophangen van de banners, zijn gedaan en de 700 inheemse vertegenwoordigers zijn klaar, voor een week van "Acampamento Terra Livre", het kamp voor Vrij Land.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
21 maart 2009
Door: Paul Wolters
Na 34 jaar strijd tussen de vijf inheemse volken en de niet-inheemse inwoners van Raposa Serra do Sol,
heeft het hooggerechtshof in het voordeel van de inheemse volken beslist. De overwinning kan voor de
inheemse zaak echter ook een Pyrrus-overwining blijken te zijn.
De blijdschap is groot in de inheemse gemeenschappen in Raposa Serra do Sol, in de noordelijke deelstaat Roraima,
sinds bekend werd dat het hooggerechtshof hen definitief hun grond toewijst, doorlopend, zonder onderbreking door
niet-inheemse bewoning.
Vermoord
Vrijdag 20 maart kwam er een einde aan het proces dat vorig jaar augustus begonnen was bij het Supremo Tribunal
Federal in de hoofdstad Brasília. Het proces vormde de apotheose van meer dan vierendertig jaar strijd van het
Makuxi-volk, de Taurepang, de Ingariku, de Patamona en de Wapixana, voor de erkenning van hun grondgebieden.
Een strijd waarbij zij vaak slachtoffer waren van intimidatie en geweld door de hen omringende, niet-inheemse
bevolking. Meer dan twintig indianen verloren daarbij het leven.
Nu krijgen deze volken definitief waar ze,ook volgens tien van de elf rechters van het hoogste Braziliaanse
gerechtshof, recht op hebben: hun eigen, ononderbroken traditionele grondgebied, zonder ongewenste indringers.
“We hebben veel familieleden verloren, die werden vermoord in al deze jaren van strijd, maar vandaag zijn zij bij
ons om deze overwinning met ons te vieren!” aldus een geëmotioneerde Júlio Makuxi, een van de leiders van het
Makuxi-volk die bij de uitspraak aanwezig was.
Van tafel geveegd
Het process werd door vriend en vijand als historisch gezien. Een afwijzing van de demarcatie zoals die in 2005
door president Lula was bevestigd, zou een gevaarlijk precedent vormen voor alle bestaande inheemse gebieden.
Een bevestiging zou in ieder geval voor die gebieden rust geven. De inheemse gemeenschappen waren er echter niet
gerust op.
Tot verrassing van velen, wezen de rechters van het Supremo Tribunal Federal alle bezwaren tegen de demarcatie van
Raposa naar de prullenbak. Ten eerste de claim dat het hele demarcatieproces niet correct was verlopen. Alles was
zonder fouten verlopen, zo was het oordeel. Ten tweede de stelling dat het wel “erg veel land voor weinig indianen”
was (het gebied is 1,7 miljoen hectare groot en er wonen ongeveer 19.000 indianen). ‘Het lijkt misschien wel veel,
naar onze maatstaven,’ aldus de president van het hof Gilmar Mendes, ‘maar het behoort hen toe en het stelt hen in
staat om hun traditionele levenswijze te handhaven.’
Ten derde, de claim dat de landafbakening in ‘eilanden’ zou moeten gebeuren, waarbij de niet-inheemse bevolking
tussen de inheemse volken zou blijven wonen. De rechters oordeelden dat zo´n splitsing zinloos is, omdat deinheemse
volken dan nog steeds niet de mogelijkheid krijgen om hun culturen en tradities handhaven.
Ten vierde, de stelling dat inheemse gebieden in het grensgebied een bedreiging zouden vormen voor de nationale
souvereiniteit en veiligheid. Onzin. Er bestaan tientallen inheemse gebieden aan de grens en dat is nooit een
probleem geweest. Dat de afbakening de doodsteek zou zijn voor de economie en voor de staat Roraima. Nonsens,
want er bestaan gemeentes die volledig inheems zijn en prima functioneren.
Zo werden er nog zo wat veel gebruikte bezwaren tegen de erkenning van inheems gebied van tafel geveegd.
Negentien voorwaarden
Een grote overwinning dus, op al deze punten voor de inheemse bewoners van Raposa Serra do Sol, en voor de
inheemse zaak in het algemeen, wat de grote blijdschap verklaart onder de inheemse volken in het land. Het venijn
zit echter in de staart. De elf rechters stelden wel negentien voorwaarden voor toekomstige demarcatie van inheems
gebied en voor het beheer ervan.
De belangrijkste punten daaruit zijn de volgende. Ten eerste, inheems gebied dat al is afgebakend kan niet
uitgebreid worden. Dat levert vooral problemen op voor gebieden die in het verleden zijn afgebakend, bijvoorbeeld
in de jaren dertig, of tijdens de dictatuur, in de jaren zestig en zeventig. Dat zijn over het algemeen kleine
reservaten, die niet overeenkomen met het traditionele grondgebied van de betrokken volken, en die veel te klein
zijn om het overleven van de culturen en tradities mogelijk te maken.
Ten tweede moeten voortaan alle overheden betrokken worden bij het demarcatieproces, terwijl dat tot nu toe
voorbehouden was aan de Funai, het Federale Overheidsorgaan voor Inheemse Zaken. In de praktijk hebben de
meeste gemeentes en deelstaten grote problemen met het toewijzen van inheems land. Het valt daarom te verwachten
dat zij voortaan deze mogelijkheid aangrijpen om bij alle stappen in het demarcatieproces te gaan dwarsliggen.
Dit zal bijvoorbeeld een groot obstakel vormen voor de erkenning van de traditionele grondgebieden van de
veertigduizend Guarani Kaiowá, in Mato Grosso do Sul.
Pyrrusoverwinning
De precieze formulering en interpretatie van de voorwaarden moeten nog uitgewerkt worden, maar op zijn best gaan
de demarcatieprocessen door deze voorwaarden jaren langer duren. Terwijl die zich nu al decennia lang voortslepen
langs verschillende rechtbanken, met als meest extreme voorbeeld de zaak van de Pataxó Hã-Hã-Hãe uit Bahia die al
ruim vijfentwintig jaar op een uitspraak van het hooggerechtshof wachten. Het lijkt er opdat hun zaak binnenkort
eindelijk in behandeling wordt genomen. In het ergste geval betekenen de extra voorwaarden dat geen enkel proces
meer ten einde komt, althans niet in het voordeel van de inheemse bevolking. Als dat zo is, dan zou de overwinning
van Raposa Serra do Sol een pyrrus-overwinning blijken te zijn. Een belangrijke slag gewonnen, maar de oorlog
verloren.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
25 februari 2009
On 12 February, around 25 civil police officers stormed the Guarani Kaiowa Indigenous village of Passo Piraju, in the state of Mato Grosso do Sul, south-western Brazil, with orders to search for stolen goods. The police threatened and verbally abused the villagers, damaging their homes and the village school, and taking money and household goods. Four villagers, Carlito de Oliveira, Nilson Duarte, Estevão Duarte and Placida de Oliveira, are detained in two separate police stations in the area after being arrested during the police raid. They are at risk of being tortured or ill-treated in custody.
According to villagers' testimony, police entered the village at around 5am in order to search people's homes. Several residents reported having their doors kicked down, including one who said that a newborn baby was hit on the head by the impact of the door.
The daughter of Carlito de Oliveira described how she was in her family's house with her father and his nephews, aged 10 and seven, when police officers burst in and shouted, “Let’s kill these piglets and we can stem this evil at the root” (vamos matar eses porquinhos que a gente já corta o mal pela raiz!).
The police officers forcibly evicted the family from the house. Carlito de Oliveira's daughter asked if the Fundação Nacional do Índio (FUNAI), the federal government agency responsible for Indigenous issues, had been informed of the police's activities, and was told by a police officer that FUNAI was not in charge and went on to say “I will kill you now so you keep your trap shut” (eu vou te matar agora pra você não abrir o bico!).
Other residents described how their children were unable to go to school as police destroyed the classroom, threw food on the floor and removed the school kitchen’s only gas cylinder. Several families reported that their money, either from wages or from government benefits (Bolsa Familia), amounting to hundreds of Brazilian reais in many cases, was taken by the police during their searches. Others, including Carlito de Oliveira, said that they had been hit by officers during the operation.
Carlito de Oliveira, Nilson Duarte, Estevao Duarte and Placida de Oliveira were detained during the operation, accused of receiving stolen goods from a local farm, illegal possession of a weapon and the formation of a criminal gang.Carlito de Oliveira, Nilson Duarte and Estevão Duarte are detained in a police station in the town of Dourados. Placida de Oliveira is in custody in a separate police station.
In a recent court ruling, a state judge ordered that the four detainees should not receive legal assistance from FUNAI, to which all Indigenous Peoples in Brazil are entitled. Another state judge has overturned a request by federal prosecutors to release the detainees pending the full investigation into their alleged crimes. Amnesty International fears that the four are being denied access to justice and are in danger of torture or other ill-treatment in detention, in reprisal for the alleged killings of two police officers in 2006.
BACKGROUND INFORMATION :
The Guarani Kaiowa, in Mato Grosso do Sul, have suffered discrimination as a consequence of their fight for their ancestral land rights. For the residents of Passo Pirajú this discrimination increased following an irregular police operation in the village on 1 April 2006 which led to the deaths of two police officers. A number of the villagers are still awaiting trial for the killings.
Mato Grosso do Sul state contains some of the smallest, poorest and most densely populated Indigenous areas in Brazil: rural pockets of poverty surrounded by large soya and sugar cane plantations and cattle ranches where life is plagued by ill-health and squalid living conditions. Forty thousand Guarani-Kaiowa live a precarious existence – social breakdown has led to high levels of violence, suicide and malnutrition. The slowness of the handover of land from landowners to the Indigenous communities has exacerbated overcrowding on existing reservations. The Guarani-Kaiowa have been subjected to intimidation and violent evictions by landowners and state authorities.
RECOMMENDED ACTION:
Please send appeals to arrive as quickly as possible, in Portuguese or your own language:
- expressing concern for Carlito de Oliveira, Nilson Duarte, Estevão Duarte and Placida de Oliveira, and for the residents of Passo Pirajú; and urging the federal authorities to take all necessary steps to guarantee their security immediately;
- urging the state and federal authorities to immediately investigate allegations of excessive use of force, threats and intimidation by civil police officers during this operation and that those found to be guilty are brought to justice;
- requesting that immediate steps be taken to ensure that the detainees are given all the necessary legal assistance;
- urging the federal government to increase all efforts to complete the land identification process in Mato Grosso do Sul and ensure the completion of the ratification process so as to guarantee the Guarani Kaiowa their long term security;
APPEALS TO:
Minister of Justice
Exmo. Ministro da Justiça da República Federativa do Brasil
Sr. Tarso Genro, Ministério da Justiça
Esplanada dos Ministérios, Bloco T, 70712-902 - Brasília - DF, Brazil
Fax: + 55 61 3322 6817
Salutation: Vossa Excelência/ Your Excellency
President of FUNAI (Government Agency for Indigenous Peoples)
Exmo. Presidente da FUNAI
Sr. Márcio Augusto de Meira
SEUPES Quadra 902/702 - Bloco. A, Ed. Lex - 3º Andar, 70340-904 - Brasília – DF, Brazil
Fax: + 55 61 3226 8782
Salutation: Exmo. Sr Presidente/ Dear President
State Secretary of Public Security
Exmo Sr Sec. Wantuir Francisco Brasil Jacini
Parque dos Poderes, Av. do Poeta, bloco 06 79.031-350, Campo Grande/MS - Brasil
Fax: + 55 67 3318 6815
Salutation: Vossa Excelência/ Your Excellency
COPIES TO:
Conselho Indigenista Missionário, (CIMI – local NGO)
Cimi Regional Mato Grosso do Sul
Av. Afonso Pena, 1557 Sala 208 Bl.B, Campo Grande - MS - CEP 79002-070
and to diplomatic representatives of Brazil accredited to your country.
PLEASE SEND APPEALS IMMEDIATELY. Check with the Amnesty International Secretariat, or your section office, if sending appeals after 8 April 2009.
Bron: Amnesty International - www.amnesty.org
|
|
top
|
print |
|
15 Januari 2009
Valmireide streedt voor de definitieve erkenning van het inheems gebied Estação Pareci in Mato Grosso. Ze ging daarmee door ondanks diverse doodsbedreigingen aan haar adres. Landeigenaren in de regio betwisten de claim van het Pareci-volk.
Op de avond van 9 januari 2009 was ze met haar familie, waaronder haar man en zes kinderen, aan het vissen bij een stuwmeertje in het omstreden gebied, toen er twee gewapende mannen op hen af kwamen die begonnen te schieten. Valmireide werd in de rug getroffen en overleed ter plaatse. Haar man Valdenir Amorim werd geraakt in het hoofd. Hij is nog steeds in het ziekenhuis van Tangara da Serra en zal mogelijk gehandicapt blijven..
Inmiddels heeft de dader de moord bekend. Het betreft de manager van de fazenda Sebastião de Assis, die al vaker in conflict was met de Pareci. Hij claimt in het donker op schimmen te hebben geschoten, zonder te weten dat het de Pareci waren.
Valmireide, links voor, in de lens kijkend, tijdens een seminar over de ecologische zone-verdeling van Mato Grosso (Gilberto Vieira dos Santos (CIMI Mato Grosso))
Elimineren
De Pareci en andere vertegenwoordigers van de inheemse zaak geloven niet dat het om een ongeluk ging. Valmireide was de belangrijkste leider van de groep en bekend in de hele regio. “Ze wilden gewoon een sleutelfiguur in de strijd om ons land elimineren,” volgens Rony Azoinayce, een andere Pareci-leider. In oktober 2008 had zij vanwege doodsbedreigingen haar gezin vanuit het Pareci-dorp overgebracht naar een andere plaats.
Voorgeschiedenis
In 1996 werd het gebied Estação Pareci voor het eerst gedemarkeerd, ter grootte van 3.620 hectare. Deze demarcatie werd echter geannuleerd, omdat die niet voldeed aan de regels. In 2005 werd door het overheidsorgaan voor inheemse zaken FUNAI een nieuwe antropologe aangesteld voor een nieuwe studie. In 2007 begon een antropologische werkgroep met de aanvullende studies. Die hadden uiterlijk november 2008 gepubliceerd moeten worden.
De FUNAI wil niet zeggen of het stuwmeertje binnen of buiten de grenzen van het inheems gebied valt.
De Pareci
Het Pareci-volk bestaat uit drie groepen: de Kozárini, de Waimaré en de Kaxíniti. Zij wonen in de regio die bekend staat als de Chapadão dos Pareci. In het geclaimde gebied wonen Pareci-Kaxíniti, in totaal 34 personen, de meesten kinderen. Doordat Valmireide Zoromará de laatste jaren de voortrekkersrol op zich nam in de strijd om hun land, ontwikkelde zij zich tot de spil van de gemeenschap.
Bron: Cimi - team Mato Grosso - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
13 Januari 2009
Tenminste 53 inheemse personen werden vermoord in Brazilië in de loop
van 2008, zo blijkt uit de voorlopige resultaten van het jaarlijkse
onderzoek van de Conselho Indigenista Missionário (Cimi). In Mato
Grosso do Sul alleen al waren er 40 gevallen. In deze deelstaat werden
34 inheemse zelfmoorden gemeld.
In vergelijking met 2007, toen 92 moorden van inheemse personen werden
geregistreerd, is het aantal in 2008 met ongeveer 40% gedaald. In Mato
Grosso do Sul is de daling met ruim 10% (40 moorden in
2008 tegen 53 in 2007) minder groot. Het aantal zelfmoorden steeg daarentegen met
meer dan 50%. In 2007 werden 22 gevallen gemeld.
In mei 2008 publiceerde Cimi een jaarverslag over de schendingen van de
inheemse rechten in 2006 en 2007. Het geeft cijfers over bedreigingen,
pogingen tot moord, onnodige sterfgevallen als gevolg van ontbrekende
gezondheidszorg, invasies van inheemse gronden, enzovoort. De studie is
gebaseerd op informatie uit de inheemse gemeenschappen zelf, van
CIMI-medewerkers en uit kranten en tijdschriften uit het hele land.
Genocide
Cimi wijst opnieuw op de ernstige situatie van de Guarani-Kaiowá in
Mato Grosso do Sul. Wanneer moorden en zelfmoorden bij elkaar opgeteld
worden, is het aantal slachtoffers in 2008 (74) en 2007 (75) praktisch
gelijk gebleven. Dit op een bevolking van ongeveer 40 duizend personen.
In de analyse van CIMI is deze extreem gewelddadige situatie ontstaan
door het ontbreken van grond voor deze groepen die gedwongen zijn op
kleine stukken land opeen te wonen. Dit resulteert in een ernstige
bedreiging voor het overleven van de Guarani-Kaiowá, zowel fysiek als
cultureel. Al enige jaren waarschuwen Cimi en diverse inheemse
organisaties dat de Guarani-Kaiowá het slachtoffer zijn van genocide.
In 2008 zouden antropologische studies beginnen om de traditionele
gronden van de Guarani-Kaiowá te identificeren en te demarqueren, maar
grote druk van politici en grootgrondbezitters in Mato Grosso do Sul
zorgde voor sterke vertraging van dit proces.
Politieke moorden
Op de tweede plaats staat de deelstaat Minas Gerais, waar vier inheemse
personen zijn vermoord. Hieronder een aanhanger van de herkozen
burgemeester Jose Nunes de Oliveira, die tot het inheemse volk Xakriabá
behoort. Ook in het verkiezingsproces in de staat Pernambuco werd een
inheemse kandidaat vermoord (Mozeni Araújo de Sá van het Truká-volk).
Agressie
Naast de moorden, deden zich ernstige gevallen van agressie
tegen de inheemse volken in het hele land voor. Conflicten over grond
door de sterke uitbreiding van agrarische bedrijven en multinationals
(de agribusiness) die investeren in suikerriet, soja, eucalyptus en
veeteelt, en de omstreden aanleg van waterdammen zijn de oorzaken van
deze agressie. In veel gevallen is het de overheid zelf die
verantwoordelijk is voor de agressie, m.n. door het gewelddadige optreden
van de politie. Zo werden eind oktober in Zuid-Bahia bij een operatie
van de Federale Politie in enkele dorpen ruim 20 personen van de
Tupinambá gewond. Een helikopter, een auto met doodskisten en meer dan
25 voertuigen werden gebruikt bij deze actie.
Guajajara
In Maranhão werden in 2008 twee moorden geregistreerd. Een daarvan betrof een Guajajara-kind van 6 jaar, dat met familie tv zat te kijken,
toen de moordenaar willekeurig de houten huisjes beschoot en het meisje
dodelijk trof. Er zijn constant gevallen van agressie tegen de
Guajajara, die in deze regio leven. In 2008 was er een invasie van
houtkappers in de inheemse gronden Ararinóia en twee schietincidenten
waarbij een Guajajara-stel werd neergeschoten.
Bommen
In Roraima heeft de inheemse bevolking ook te lijden van aanvallen. Dit ten
gevolge van een langlopend conflict over het inheems gebied Raposa
Serra do Sol. In mei beschoten medewerkers van rijstboer Paulo Cesar
Quartiero een groep inheemse mensen en gooiden bommen op hen. Tien
inheemse personen raakten gewond. Opdrachtgever werd enkele dagen
vastgehouden, maar kwam al snel weer op vrije voeten.
Racisme
Het jaar 2008 kenmerkte zich verder vooral door een intense racistische
campagne in de grote media van Brazilië tegen de inheemse volken in het
land. De gerechtelijke processen rond de gebieden Raposa Serra do Sol
en die van de Pataxó Ha Ha Hae (Bahia), de strijd voor verbetering van de
inheemse gezondheidszorg en het perspectief van de afronding van het
identificatieproces van de Guarani-Kaiowá gebieden vormden ieder op
hun beurt aanleiding voor deze racistische reacties in het land.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
12 december 2008
Raposa Serra do Sol blijft één geheel
Het Braziliaanse Hooggerechtshof heeft alle claims tegen de demarcatie van het inheemse gebied Raposa Serra
do Sol van tafel geveegd. Het gebied blijft zoals het in 2005 is toegewezen aan de vijf inheemse volken.
Wel stelt het hof 18 aanvullingen op de grondwet.
Tegenstanders van de demarcatie van het gebied in het uiterste Noorden van Brazilië claimden dat het
onderzoek voor de demarcatie ondeugdelijk was, dat de grootte en doorlopende vorm als één continu geheel
ongrondwettelijk was, en dat het de soevereiniteit van het land bedreigde omdat het aan de grens met Venezuela
ligt. De rechters van het hoogste rechtscollege van het land lieten er geen twijfel over bestaan: ze veegden
alle argumenten van tafel.
Gevaarlijk precedent
De uitkomst was een grote opluchting voor vrijwel alle 250 Inheemse Volken in Brazilië, die een negatieve
uitkomst vreesden. Als het hof had besloten dat de demarcatie moest worden herzien, zou dat een gevaarlijk
precedent scheppen voor de mogelijke herziening van honderden andere inheemse gedemarqueerde gebieden.
Afgevaardigden van de Indianen noemden de uitspraak daarom ook, op de dag af 60 jaar na ondertekening van de
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, een 'fantastische overwinning'.
Geweld
Raposa Serra do Sol is een uitgestrekt gebied in de deelstaat Roraima, langs de grens met Venezuela. Hoewel
zonder tropisch regenwoud is het onderdeel van het Amazonegebied. Er leven van oudsher vijf inheemse volken:
de Macuxi, de Ingariku, de Patamona, de Taurepang en de Wapixana
Vertegenwoordigers van deze volken hebben ruim dertig jaar voor de demarcatie gestreden.
Hun – vooral niet-inheemse – tegenstanders schuwden daarbij intimidatie, geweld brandstichting en
zelfs moord niet. Uiteindelijk verklaarde president Lula – overigens na lange internationale druk –
Raposa tot inheems gebied.
Verzet
Het gevolg van deze erkenning was dat alle niet-inheemse inwoners het gebied moesten verlaten.
Honderden mensen vertrokken, gebruikmakend van de compensatieregelingen van de overheid, maar een kleine,
machtige groep boeren verzette zich hiertegen. Opnieuw met geweld. Zelfs tegen de Federale politie verzetten
zij zich met geweld, wegbarricades en zelfgemaakte bommen. Het was deze groep die via medestanders in de
deelstaatregering van Roraima de zaak aanhangig maakte bij het Hooggerechtshof.
Schorsing
Tot nu toe hebben acht van de elf rechters van het Hooggerechtshof uitspraak gedaan in de zaak. Alle acht
bevestigden zij dat het demarcatieproces wettig en zonder fouten was verlopen en dat de huidige vorm daarom
grondwettelijk was. Omdat één rechter om meer bedenktijd vroeg werd de zitting geschorst en missen er nog drie
stemmen, maar dat kan geen invloed meer hebben op de einduitslag.
Overigens is er nog geen datum vastgesteld wanneer de niet-inheemse mensen moeten vertrekken.
Dit wordt besloten tijdens de volgende zitting in februari 2009, wanneer de laatste drie rechters hun uitspraak
doen.
Voorwaarden
Hoewel de hoofdzaak ten gunste van de inheemse volken uitviel, formuleerde een van de rechters wel achttien
voorwaarden voor het inheemse gebied, waar zes anderen zich bij aansloten. Dit betreft het gebruik van natuurlijke
rijkdommen in het gebied door de federale staat, wanneer dat beschouwd wordt als van strategisch belang. Zo zou de
staat bijvoorbeeld het recht hebben om waterkracht centrales te bouwen, als dat van strategisch belang zou zijn.
Evenzo zou de staat op die grond wegen en waterwegen mogen aanleggen in het gebied en het recht hebben militaire
en politiebases op te zetten.
De precieze formulering zal in de vervolgzitting aan de orde komen. Niet alle rechters waren het op alle details
eens.
Veiligheid
In heel Brazilië vierden indianen feest. “We zijn intens gelukkig met deze overwinning. Het is ons gelukt om ons
land in één geheel te behouden!”, zei Makuxi-leider Jacir José de Souza van de Inheemse Raad van Roraima (CIR).
“Het land is onze Moeder. Wij zijn gelukkig dat [ons land] is teruggewonnen en dat het Hooggerechtshof de
Inheemse Volken in het gelijk heeft gesteld.”
Tegelijk baart de uitspraak zorgen, vanwege de mogelijke reactie van de tegenstanders, verklaarde Joênia
Barbosa, die als vertegenwoordiger van het Wapichana volk de eerste advocaat van inheemse afkomst werd die in het
Hooggerechtshof optrad: “We zijn bang voor de veiligheid in ons gebied, nu de rijstboeren weten dat ze zullen
moeten vertrekken.”
Enkele uren later bleek al dat deze zorgen niet overbodig waren. In het dorp Barro in Raposa Serra do Sol
gooiden tegenstanders zelfgemaakte bommen naar feestvierende indianen.
“Wij zullen niet reageren op deze provocaties,” gaf Marisete de Souza, Makuxi, eveneens van de CIR, als
commentaar. “We zullen onze strijd voortzetten, om de resterende drie stemmen te winnen. We hebben er al acht,
dus niemand van ons wil in conflicten verwikkeld raken.”
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
|
|
top
|
print |
|
28 mei 2008
Door: An Baccaert
De agro-industrie doet gouden zaken in de Braziliaanse deelstaat Mato Grosso do Sul dankzij de wereldwijde
vraag naar biobrandstoffen. Voor de oorspronkelijke bewoners dreigt de honger, bij gebrek aan land. De beloofde
landhervorming komt in de verdrukking door een invasie van suikerrietplantages, nodig voor de ethanolproductie.
Bij de barakken van indiaanse arbeiders uit verder gelegen dorpen hangt verdacht veel volk rond. Lusteloos
slurpen ze om beurten wat terere -een opwekkende thee. Een kakofonie van schreeuwerige muziek galmt door de vier
slaapzalen, elk met twaalf stapelbedden. De centrale latrine stinkt als de pest. De watertoevoer werd afgesloten
omdat de hele groep collectief ontslagen is. De arbeiders eisten een beter loon, maar in plaats daarvan moeten
ze ophoepelen. Het bedrijf weigert vervoer te regelen om ze terug naar huis te brengen. Het contrast met de
nieuwgebouwde huisjes voor de seizoensarbeiders uit het noordoosten is groot. Zelfs deze moderne ethanolfabriek,
die uitpakt met een ethisch certificaat, behandelt de indianen als outcasts. Hier wordt „proper" suikerriet
geteeld. Dat geeft meteen een idee hoe vuil de hele business is.
Booming business
De ethanolbusiness is betrekkelijk nieuw in Mato Grosso do Sul. De deelstaat telt vandaag elf ethanolfabrieken
en tegen 2014 komen er nog minstens zestig bij. Brazilië is vastbesloten om het Saoudi-Arabië van de biobrandstof
te worden. In maart 2007 sloot president Lula een historisch akkoord met de Verenigde Staten om nauwer te gaan
samenwerken op het vlak van ethanolproductie. Brazilië wil zijn productiecapaciteit tegen 2025 vertwaalfvoudigen
en Mato Grosso do Sul wil die gouden kans niet missen. In het zuiden van de deelstaat zijn de grondprijzen in
amper twee jaar tijd verdubbeld. Meer dan de helft van de nieuwe ondernemingen wordt gefinancierd met buitenlands
durfkapitaal, dat in één jaar tijd met 66 procent is toegenomen. Volgend jaar start de constructie van een 920
kilometer lange ethanolduct, een pijpleiding die het “groene goud” uit het binnenland rechtstreeks naar de haven
van Paranagua zal pompen, vanwaar het naar de VS, Europa of Japan kan vertrekken.
De landhonger van de ethanolbusiness botst met de landrechten van de inheemse Guarani. Twintig jaar geleden
bepaalde de Braziliaanse grondwet dat 850 Indiaanse gebieden binnen een termijn van vijf jaar afgebakend moesten
worden. Anno 2008 is dat voor maar 378 gebieden gerealiseerd, niet eens de helft. De Guarani-Kaiowá, het grootste
inheemse volk van Brazilië, worden het meest genegeerd: liefst 95 procent van hun traditionele gronden zijn nog
altijd niet erkend. ‘De situatie van de Kaiowá in Mato Grosso do Sul is de meest uitzichtloze in heel het land’,
bevestigt Egon Heck van het CIMI, een katholieke organisatie die het voor de inheemsen opneemt en die de situatie omschrijft als een “stille genocide”.
Voor amper 500 real per maand -omgerekend nog geen 200 euro- zwoegen jonge mannen, en hoe langer hoe meer ook vrouwen en adolescenten, 12 tot 14 uur per dag in de suikerrietvelden. Tegen het einde van het regenseizoen wordt er tot 16 uur aan een stuk gekapt, om te vermijden dat het suikerriet uitdroogt. In het slavernijtijdperk werd er minder gepresteerd. Het rendement is bijna verdubbeld: nu is een dagprestatie van 10 tot 15 ton de norm, terwijl het loon nauwelijks gestegen is. Werken op de suikerrietplantages is fysiek zó moordend dat arbeiders zelden ouder zijn dan veertig. Minstens 1383 suikerrietkappers zijn de voorbije vijf jaar gestorven door uitputting.
Dat de inheemse Guarani-Kaiowá dit werk toch aanvaarden, bewijst hoe wanhopig ze zijn.
Zelfmoordrage
In Jaguapiru en Bororo, twee gehuchten die samen het reservaat van Dourados vormen, leven ongeveer 2600
indianenfamilies op 3539 hectaren. Dat is veel te weinig ruimte volgens de normen van het Nationaal Instituut
voor Landsherverdeling, dat 10 tot 15 hectaren per familie een minimum noemt. Dourados is het dichtstbevolkte
reservaat van Brazilië. Door die overbevolking in de nabijheid van een grote stad -in haar uitbreiding heeft
de stad Dourados het reservaat als het ware opgeslokt- is het reservaat gedegradeerd tot een favela die
gevaarlijker zou zijn dan menige sloppenwijk in Rio de Janeiro.
Gebrek aan perspectieven en de teloorgang van tradities resulteren in alcoholisme, onderlinge conflicten en
zelfmoord. Vijftig Guaraní-Kaiowá werden er vermoord in 2007, meestal onder invloed van drugs. Nog eens drie
moorden gebeurden in opdracht van grootgrondbezitters. Uitermate zorgwekkend zijn het stijgend aantal zelfmoorden.
Vooral bij jongeren tussen 12 en 18 jaar neemt het suïcidaal gedrag toe. In 2007 pleegden zeker 14 indianen
zelfmoord in het reservaat van Dourados. Anastácio Peralta, zelf Guaraní-Kaiowá en lokaal coördinator voor
inheemse aangelegenheden, wijst beschuldigend naar de overheid: ‘De staat schittert door afwezigheid en ook dát
is een vorm van beleid: laat de indianen elkaar maar uitmoorden, geef ze cachaça en drugs en het probleem lost
zichzelf wel op.’
Macaber lot
Voor een aalmoes laten steeds meer jongeren in Matto Grosso do Sul de school voor wat ze is. Het zoete geld
van het suikerriet verleidde ook de vijftienjarige Pedro, nochtans een primus op school. Pedro negeerde het verbod
van zijn vader en bood zich aan bij een cabeçante die suikerrietkappers ronselt en hem een vals identiteitsbewijs
bezorgde. In Brazilië is werken onder achttien jaar verboden, maar aan valse papieren geraak je zo. Illegale
tewerkstelling van jongeren is er dan ook gebruikelijk. Op de arbeidsfiche van Pedro’s alter ego, een
vierentwintigjarige Jorge, zat niet eens foto, maar over zulke details wordt niet moeilijk gedaan in de
suikerrietindustrie. Na tien weken zwoegen op de plantages van de Fazenda Santa Cândida kon Pedro, alias Jorge,
naar zijn beloofde loon van 1200 real fluiten. De jongen werd gedwongen om voor een habbekrats nog een maand
langer te werken. Maar een ongeluk in de fabriek werd hem fataal. Zijn onthoofde lichaam werd in een kartonnen
naar zijn familie teruggestuurd. Het overlijden werd geregistreerd onder de valse identiteit. Maar zelfs nadat
de vader het lijk officieel liet identificeren, weigerde de fabriek het loon van zijn zoon uit te betalen.
In dezelfde fabriek werden kort na Pedro’s dood 498 arbeiders, onder wie 150 indianen, als slaven bevrijd door
het ministerie van Arbeid. In barakken zonder ramen stonden bedden voor maar 90 mensen, de rest sliep op de grond.
De arbeiders, allemaal illegaal, hadden geen beschermkledij en kregen rotzooi te eten. Een gat in de grond diende
als plee. Het is geen alleenstaand geval. In 2007 werden niet minder dan 1156 indianen ontdekt als slavenarbeiders
in Mato Grosso do Sul.
Op het arbeidsministerie doet Cícero Rufino Pereira al wat hij kan om het misbruik in de sector te bestrijden.
Fabrieken die het arbeidsrecht schenden komen op een zwarte lijst en via snelrecht kunnen nu makkelijker straffen
opgelegd worden. Maar het is eenzaam opboksen tegen een cultuur waarin het ongestraft uitbuiten van de
allerzwaksten eerder de norm dan de uitzondering is. De procureur legt uit dat indiaanse arbeiders zo gegeerd
zijn omdat ze het zware werk beter verdragen dan de migranten uit het noordoosten, maar vooral omdat ze gedweeër
en minder goed georganiseerd zijn. Om de minstens dertienduizend indiaanse arbeiders in bescherming te nemen,
heeft Pereira een gedragscode uitgewerkt. Die bepaalt onder andere dat indianen maximum 45 in plaats van 70
opeenvolgende dagen op de plantages mogen verblijven, omdat ze zo gehecht zijn aan hun gemeenschap. Maar veel
indianen zijn dagloners. Bussen halen de pendelaars op vanaf drie uur ´s nachts en transporteren hen naar de
immense plantages, ver weg van de bewoonde wereld.
Leve de vooruitgang!
Een verre stip wordt een rode wolk en blijkt een razendsnelle terreinwagen te zijn. Uit de stofwolk stapt
Valdir Luíz Sartor naar buiten. Hij wil weten wat wij hier komen zoeken. Van onder een cowboyhoed taxeert de
corpulente man mij argwanend. ‘Todo certinho, ta?’ (Alles in orde?) Sartor is een man van weinig woorden.
Hij wijst naar het uniform van zijn werkvolk, uitgerust met handschoenen, beenbeschermers, hoofddeksels en
brillen, allemaal volgens het handboek. ‘Iedereen werkt hier onder contract’, zegt hij kort. Pas als blijkt dat
ik journaliste ben en geen inspectrice, ontspant hij zich een beetje.
Valdir Luíz Sartor noemt zichzelf een middelgrote landbouwer, die twee jaar geleden van soja overschakelde
op suikerriet. De groep ETH Bioenergia koopt zijn productie van 750 hectaren suikerriet op. Sartor wil zijn
plantage verdubbelen en wijst naar een open plek met palmbomen in de verte. ‘Die grond is erg vruchtbaar en
gemakkelijk te irrigeren met water uit de rivier. Land hebben we hier in overvloed. Alleen kapitaal en technologie
is er tekort, maar transnationale investeringen stimuleren de vooruitgang.’ Het koortsachtig ritme waarmee
buitenlands kapitaal zich in de regio nestelt, schrikt lokale producenten blijkbaar niet af. Er is nood aan
kapitaal voor de mechanisering van de suikerrietoogst: een oogstmachine kost snel een miljoen dollar. ‘Er zullen
gekwalificeerde jobs bijkomen’, beweert Sartor om de bezorgdheid over de suikerrietkappers te bezweren.
‘Arbeiders zullen opgeleid worden om de machines te besturen. Want suikerriet kappen is een rotstiel, dat zie
je toch?’
‘Onrealistisch!’ Procureur Cícero Pereira gelooft niet in het plan om de suikerrietoogst te mechaniseren
tegen 2012. Toch beseft ook hij dat de mechanisering onafwendbaar is, want de gigantische hoeveelheden
koolstofdioxide die de branden de atmosfeer instoten en de helse werkomstandigheden op de suikerrietvelden zijn
erg controversieel. Daarmee dreigen de Guarani-Kaiowá wel tweemaal het slachtoffer van het ethanolsucces te
worden: fabrieken en plantages bedreigen hun gronden en de machines bedreigen hun karig inkomen.
‘Vandaag eet heel de wereld vergif’
Van achter hoog opgeschoten gras schrikt een jonge vrouw als ze ons ziet. De rood en zwarte strepen op haar
gelaat laten er geen twijfel over bestaan: dit is indiaans grondgebied. Zo’n 120 mensen kamperen hier op een
stuk grond van 60 hectaren. ‘Dit is onze aarde, hier leefden onze voorouders’, stelt Carlitos scherp. De
charismatische leider herinnert zich levendig hoe hij met zijn vader de rivier moest overzwemmen om te ontkomen.
Hij werd hier geboren en groeide hier op, tot zijn volk begin jaren vijftig verjaagd werd door grootgrondbezitters. Wie destijds niet kon vluchten is verdwenen. Al was Carlitos maar een kereltje van elf, hij zwoer ooit terug te keren en zijn land weer in te nemen. Oeroude rituele gezangen stijgen op uit de kleine vallei van de Pasu Piraju, wat “volk van het bos” betekent. De mensen leefden hier van de jacht en de visvangst, fruit was er in overvloed en het rivierwater was helder als kristal. Vroeger. Op het ritme van de chocalho -een luidruchtige staaftamboerijn- schuifelen we mee de heuvel af.
Zeven jaar geleden trok de gemeenschap een kamp op naast de weg. Ze kreeg groen licht van het gerecht om een
fractie van het land, dat hen een halve eeuw eerder ontstolen werd, weer in te nemen. Mét wettelijke bescherming,
in afwachting van de officiële erkenning en afbakening van heel hun grondgebied. Voor één keer koos justitie de
kant van de indianen. De gemeenschap van Nande Ru Marangato had minder geluk. Hun grondgebied, bij de grens met
Paraguay, werd gehomologeerd door president Lula. Maar de acte werd aangevochten door grootgrondbezitters en
verworpen door het hooggerechtshof.
‘Toen wij weggejaagd werden, was dit hier nog zuiver bos’, zucht Carlitos verslagen. De indianenleider wijst naar
de groene zeeën van soja en suikerriet, die uitdeinen tot ver achter de horizon. Het kostbaar subtropische hout
is verkocht of afgebrand. Medicinale planten zijn er niet meer. Wondermiddelen zoals het sap van de Timbu, een
natuurlijke vlekkenkampioen, zijn louter herinneringen. Tonnen toxische bestrijdingsmiddelen sijpelen de rivier
in. Toch zit er voor deze mensen vaak niets anders op dan rivierwater te drinken, want hun waterputten staan
regelmatig droog omdat grondwater opgepompt wordt om de sojavelden te irrigeren.
Het beetje maïs en maniok dat intussen geteeld wordt, volstaat amper voor de eigen consumptie. Met wat geluk
is er overschot en kan er met de opbrengst al eens vlees gekocht worden. Groenten en fruit staan zelden op het
menu. De voedselkorf die de overheid ter beschikking stelt, kan lang niet alle monden voeden. ‘Hoe lang eet
je met een gezin van twaalf mensen van twee pakjes rijst, een kilo bonen, een kilo meel, een liter melk en een
liter olie? Na twee dagen is alles op!’ Carlitos maakt zich zorgen om de toekomst: ‘Zal er voor onze kinderen
nog een cesta básica -een basisvoedselpakket- zijn? Wie zal ons binnen tien jaar te eten geven? Hij wijst
zwijgend naar de grond. ‘Dít is onze cesta básica. Alleen de aarde kan ons voedsel garanderen.’
Spiraal van geweld
De indianen die hun grondrechten opeisen voeren een strijd van David tegen Goliath. De gouverneur van Mato
Grosso du Sul is zelf een grootgrondbezitter, en ook de politiek en de justitie worden gedomineerd door het
grootgrondbezit. Landbouwbedrijven schakelen steeds vaker privé-bewakingsfirma’s in om hun gronden te beschermen.
De vuile oorlog om land heeft de voorbije jaren al aan zeven indianenleiders het leven gekost en hun moordenaars
lopen vrij rond. Eind maart versperden gewapende mannen de toegang tot een nieuw bezettingskamp dat indianen
opgezet hadden vlakbij de stad Rio Brilhante. De grond die ze claimen valt gedeeltelijk samen met een boerderij.
Niemand mocht er nog binnen of buiten. Zelfs het voedselhulptransport werd geviseerd.
In Kurusu Amba werden vorig jaar twee leiders vermoord. Na jaren tevergeefs wachten op de afbakening van hun
traditioneel grondgebied, nam de gemeenschap zelf haar lot in handen, onder leiding van de 46-jarige Ortiz Lopes.
Op een avond schoot een pistoleiro, een privé-bewaker, hem voor de ogen van zijn vierjarig dochtertje Sayara dood.
125 indianen blijven kamperen onder plastic zeilen langs een drukke weg, zonder infrastructuur. Een stokoud
vrouwtje klampt zich wanhopig aan me vast en ratelt opgewonden, maar haar Guarani is voor mij onverstaanbaar.
Ze wijst voortdurend in de richting van het landgoed, dat de terugkeer naar hun heilig grondgebied –tekoha-
verhindert. De ellende is hier onbeschrijfelijk. In deze openluchtgevangenis kan één stap te ver deze mensen
fataal zijn, want de milities die het landgoed bewaken, spreken alleen de taal van het geweld. De zeventigjarige
priesteres Zulita kwam om bij een eerste confrontatie met de privébewakers. Vier jonge mannen zitten achter de
tralies, beticht van poging tot diefstal. Een jonge vrouw en drie mannen die bij een tweede bezettingspoging
gewond raakten, tonen hun littekens. De kogels zitten nog altijd in hun lichaam, pijnstillers en een verband
waren de enige medische zorgen die ze kregen.
Toch zijn de indianen strijdlustiger dan ooit en vastberaden om hun land terug te winnen, ook al moeten ze hun
leven op het spel zetten. Marluce Pereira (35) is speciaal voor ons naar het kampement gekomen. Sinds de moord op
haar man voelt zij zich hier niet meer veilig. Zwijgend lopen we door het hoge gras naar de plaats van de gruwel.
Hun hut staat er niet meer. ‘Ortiz had al verschillende doodsbedreigingen gekregen en overleefde zelfs een
moordpoging, maar bescherming kreeg hij niet’, fluistert Marluce. Zij wil de strijd van haar man voortzetten,
maar niet in het kampement, waar haar dochters Sayara en Sany niet eens naar school kunnen. In de stad geeft
Marluce nu les in een basisschool. Tegenwoordig kan dat in het Guarani, wat in haar kindertijd ondenkbaar was.
Marluce toont het graf van Ortiz. Het is een voorlopige begraafplaats, want zowel Zulita als Ortiz zullen bij
hun voorouders begraven worden. De Guarani’s geloven dat de ziel van een overledene alleen tot rust kan komen
als zijn lichaam terugkeert naar zijn geboortegrond. ‘Mijn man is gestorven omdat hij zijn volk niet wilde zien
werken als slaven op de suikerrietplantages. Hij wilde een menswaardige toekomst voor onze kinderen.’
Voedsel als mensenrecht
President Inacio Lula da Silva beloofde een einde aan de honger in zijn land. Via het programma Fome Zero
(nulhonger) krijgen elf miljoen arme families elke maand een voedselpakket. Ook de Guarani-Kaiowá zijn grotendeels
afhankelijk van die voedselhulp. Het tragische bewijs daarvan werd geleverd toen begin 2007 de bevoorrading drie
maanden lang uitbleef. Zeven kinderen stierven aan ondervoeding. Het desastreuze gevolg van een banale administratiefout bij een regeringswissel.
Honger is een alledaagse realiteit in één van de productieve landbouwstaten van Brazilië, waar 24 miljoen runderen
grazen op uitgestrekte weiden en waar de sojateelt meer dan 20 miljoen hectaren akkerland beslaat. Daar bovenop
komt nu een snel uitbreidend suikerrietareaal. Veestapels en sojamonoculturen schuiven op naar het Amazonegebied.
Een Europees importverbod op vlees, als voorzorg tegen mond- en klauwzeer in de regio, versterkt die tendens.
Wereldwijd stijgen de voedselprijzen en in Mato Grosso do Sul is dat niet anders: bijvoorbeeld bonen,
een basis ingrediënt, verdubbelden in prijs sedert januari.
Redenen genoeg voor FIAN (Foodfirst Information and Action Network) om het wel en wee van het Guarani-Kaiowá
volk op de voet te volgen. FIAN wil het recht op voedsel als fundamenteel mensenrecht in de praktijk omgezet
zien en probeert de Braziliaanse overheden onder druk te zetten door in verschillende landen de alarmbel te
luiden over de noodsituatie in Mato Grosso do Sul. De vicieuze cirkel van geweld en honger kan alleen
doorbroken worden als de indianen toegang krijgen tot voldoende vruchtbare grond, zegt Jonas Vanreusel van FIAN.
‘Brazilië moet volgens de internationale mensenrechtenakkoorden het recht op voedsel respecteren en heeft grond
zat. Wil het een voorbeeldige ethanolproducent zijn? Laat het dan alvast de ellende van de Guarani-Kaiowá niet
langer als collateral damage onder de mat vegen.’
http://www.face-it-act-now.org/
http://www.fian.be/
De Guarani’s en hun land
Vijfhonderd jaar geleden waren er 1,5 tot 2 miljoen Guarani’s. Vandaag leven er nog zo’n 300.000, verspreid over vijf landen: Bolivia, Paraguay, Brazilië, Argentinië en Uruguay. De Guarani werden wereldberoemd door The Mission, een film van Rolland Joffe uit 1986.
Pas na de oorlog tussen Barzilië en Paraguay (1865-1870) komt de exploitatie van de regio op gang. Brazilië verpacht het leeuwendeel van het indiaans grondgebied aan de Argentijnse Mate Laranjeira compagnie, die er op grote schaal erva mate verbouwt. Die plant wordt tot een bittere, opwekkende thee vermalen, een indiaans gebruik dat nog altijd erg populair is in Zuid-Amerika. De inheemse bevolking wordt op de plantages tewerkgesteld en krijgt het vruchtgebruik over gronden die samenvallen met hun traditionele aldeias (dorpen), verspreid over heel de regio.
Vanaf 1920 probeert de overheid de indianen onder te brengen in acht reservaten. Veel van hun traditionele gronden komen in handen van grootgrondbezitters, die de indianen verjagen, het land ontbossen en er hun landbouwbedrijven installeren. In de beginfase van dit moderne landbouwmodel worden de indianen nog ingeschakeld als landarbeiders. Maar als in de jaren zeventig de expansie en mechanisering van de sojateelt begint, is er geen plaats meer voor de Indianen. De bevolkingsexplosie in de reservaten wordt onhoudbaar.
Onder druk van sociale bewegingen, geïnspireerd door de bevrijdingstheologie, wordt in 1973 beslist om 22.000 hectaren extra land af te bakenen voor indiaanse gemeenschappen. Maar pas na de militaire dictatuur, in 1988, wordt bij grondwet bepaald om 39 nader te begrenzen traditionele gronden terug te geven aan het Guarani-Kaiowá volk. Als gevolg van politieke onwil en administratief geklungel blijft de wet grotendeels dode letter.
Bron: MO - www.mo.be
|
|
top
|
print |
|
24 november 2008
Een Braziliaanse overheidsfunctionaris heeft ervoor gewaarschuwd dat de
laatste bekende overlevenden van een geïsoleerd levende volksstam in
het Amazonegebied hun uitsterven tegemoet gaan tenzij er een einde
wordt gemaakt aan de illegale houtkap en veehouderij op hun grond.
Een functionaris van het Braziliaanse departement voor Indianen-zaken,
FUNAI, zei vandaag: "Er is een reële kans op uitsterven als FUNAI het
land van de Piripkura's niet zal kunnen beschermen."
De laatste twee bekende leden van de Piripkura-stam leven in het
Amazonewoud, in de staat Mato Grosso. Hun territorium ligt in het
Colniza-district, dat wordt gezien als de meest gewelddadige regio van
Brazilië, en een van de meest ontboste gebieden is in het Braziliaanse
Amazonegebied. De belangrijkste oorzaak van de ontbossing in Mato
Grosso is grootschalige sojaproductie. Nederland is de grootse
importeur van Braziliaanse soja, dat hier voornamelijk als veevoer
dient.
Survival International lanceert een urgente campagne waarin zij aan de
Braziliaanse regering vraagt om de Piripkura's wettig eigenaar van de
grond te maken en deze te beschermen.
Er waren ongeveer 20 Piripkura's toen FUNAI in de jaren 80 voor het
eerst met ze in contact trad. Na het contact keerden ze terug naar het
woud. Sindsdien is er weer contact gemaakt met drie leden van de stam,
maar niemand weet of er nog meer overlevenden zijn.
In 1998 liepen twee Piripkura's, Mande-í en Tucan, uit eigen beweging
het bos uit. Een van hen was ziek en werd in het ziekenhuis opgenomen,
maar beiden keerden later terug naar het woud. Rita, de derde bekende
Piripkura, is getrouwd met een man van een andere stam.
Mande-í, Tucan en hun nog in leven zijnde familieleden lopen groot
gevaar omdat hun land voortdurend wordt binnengedrongen door illegale
houtkappers. De houtkappers hebben de traditionele paden van de
Indianen opzettelijk geblokkeerd in een poging ze te dwingen het gebied
te verlaten.
De directeur van Survival International, Stephen Corry, zei vandaag:
"Het land van de Piripkura's moet wettelijk hun eigendom worden en
onmiddellijk worden beschermd, anders zullen ze allemaal uitsterven. We
weten niet hoeveel er zijn, maar de uitroeiing van een stam, hoe klein
die ook is, is natuurlijk genocide."
Mande-í and Tucan zijn afhankelijk van wat ze bij elkaar kunnen jagen
en verzamelen. Ze maken geen pijlen, maar gebruiken houten stokken en
een mes dat ze hebben gevonden in het woud.
'Piripkura' is een bijnaam die aan hen is gegeven door een aangrenzende
stam. Het betekent 'vlinders', een verwijzing naar het Indiaanse
gebruik om in snel tempo door uitgestrekte stukken bos te reizen.
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
|
|
top
|
print |
|
9 november 2008
Van 18 t/m 20 oktober 2008 waren Egon Heck (CIMI) en Amilton Lopes (Guarani)
in Nederland om te vertellen over de gevolgen van de bio-brandstoffen
voor hun inheemse volk.
Tijdens hun bezoek werden ze begeleid door Jonia Rodirgues van
FIAN (Foodfirst Information & Action Network).
FIAN-Nederland schreeft een verslag van dit bezoek.
Bron: FIAN-Nederland - www.fian-nederland.nl
|
|
top
|
print |
|
24 Oktober 2008
De Federale Politie heeft de afgelopen weken bij landontruimingen en invallen in inheemse dorpen in Zuid-Bahia
Tupinambá-indianen mishandeld en beschoten. Het gewelddadige optreden is aanleiding voor Amnesty International
om een brievencampagne te starten.
Vooral de zoektocht naar opperhoofd Babau op 23 oktober in het dorp Serra do Padeiro ging met veel machtsvertoon
en geweld gepaard. Terwijl boven het dorp een helikopter cirkelde, vielen ongeveer honderd agenten het dorp
binnen om Babau te arresteren, waarbij ze met traangas afvuurden, huizen en bezittingen van de inwoners
vernielden en met rubber kogels op de inwoners schoten en verwondden.
Babau werd volgens een politieverklaring gezocht op beschuldiging van het organiseren van een hinderlaag voor
enkele politieagenten die het dorp kwamen inspecteren, drie dagen eerder.
De spanning in de regio was de afgelopen weken opgelopen, vanwege de dreigende ontruiming van enkele
Tupinambá-dorpen. Deze dorpen liggen op land dat de inheemse Tupinambá claimen als hun oorspronkelijke gebied,
een claim die door de huidige eigenaren wordt bestreden.
De regionale rechter heeft begin 2008 de Tupinambá-claim voorlopig afgewezen, in afwachting van het wettelijk
verplichte onderzoeksrapport hierover van het overheidsorgaan voor Inheemse zaken (Funai). De rechter
gaf de Funai 180 dagen om het onderzoek af te ronden. Toen de Funai daar niet in slaagde, gaf de
rechter opdracht tot de ontruiming van de betrokken inheemse dorpen.
Enkele ontruimingen en de genoemde zoektocht naar opperhoofd Babau en zijn familieleden verliepen
zo gewelddadig, dat dit aanleiding was voor Amnesty International om een brievenactie te starten.
Bron: Amnesty Nederland - www.amnesty.nl
|
|
top
|
print |
|
14 oktober 2008
Het aantal inheemse burgemeesters is verdubbeld van drie naar zes bij de gemeentelijke verkiezingen van
5 oktober 2008. Vier vice-burgemeesters werden gekozen en 59 gemeenteraadsleden. Zij zullen januari 2009
geïnstalleerd worden.
De burgemeesters van São Gabriel de Cachoeira en Barreirinha zijn de eerste inheemse burgemeester in de Amazone
deelstaat. Het gaat om Pedro Garcia van het Tariano-volk, namens de arbeiderspartij en Mecias Sateré Mawé van het
Sateré Mawé-volk, namens de PMN.
Met name de overwinning van Pedro Garcia’s is historisch. São Gabriel da Cachoeira is de ‘meest inheemse gemeente’
van Brazilië – met bijvoorbeeld drie inheemse talen als officiële talen – maar het had nog nooit een inheemse
burgemeester.
Raposa Serra do Sol
in het betwiste inheemse gebied Raposa Serra do Sol in de deelstaat Roraima werden eveneens twee inheemse
kandidaten tot burgemeester verkozen. In Uiramutã betreft het Eliésio Cavalcanti (voor de PT) van het
Makuxi-volk en in Normandia werd Orlando Oliveira Justino (voor de PSDB), ook Makuxi, herkozen.
In dezelfde regio werd de omstreden grootgrondbezitter en rijstproducent Paulo Cezar Quartiero niet herkozen
als burgemeester van Pacaraima. Quartiero is de leider van het verzet tegen de huidige demarcatie van
het inheemse territorium in die regio. “De winnaar is ook tegen demaractie, en is daarmee een bondgenoot
van de deelstaatregering, maar met hem valt ten minste nog te praten,” aldus Jacir de Sousa, van de Inheemse
Raad van Roraima (Conselho Indígena de Roraima, CIR).
Minas-Gerais: niet-inheemse stemmen voor Xakriabá
In São João das Missões, in de deelstaat Minas Gerais, werd José Nunes (PT) van het Xakriabá-volk herkozen
met 64,99% van de stemmen. De vice-burgemeester, Jonesvam (PMDB), is eveneens Xakriabá. In deze gemeente bestond
al enkele jaren een sterke inheemse vertegenwoordiging. Zes van de negen vacante zetels in de gemeenteraad zijn
veroverd door Xakriabá. Dat waren er 4 in 2004.
“Ik denk dat deze overwinning te danken is aan ons werk en aan de steun van ons volk, dat de meerderheid van de
bevolking vormt. Maar ook 40% van de niet-inheemse mensen stemde voor ons. Ons werk is altijd op harmonie en
samenwerking gericht,” was het commentaar van José Nunes.
Doodgestoken
Aan het positieve resultaat ging een zeer gespannen verkiezingsstrijd vooraf. Op 10 augustus werd de jonge Xakriabá
Edson Dourado, aanhanger van José Nunes, doodgestoken. “Ik denk niet dat er sprake is van haat tussen indianen
en niet-indianen,’ aldus Nunes. ‘Het is slechts een kleine groep die dit soort misdaden pleegt.”
Paraíba: overwinning voor Potiguara
Ook in Marcação, in de deelstaat Paraíba, bestond al een sterke inheemse vertegenwoordiging. Paulo Sérgio (PMDB)
van het Potiguara-volk werd herkozen tot burgemeester en drie Potiguara veroverden een gemeenteraadszetel.
In Baía da Traição, eveneens in de Potiguara regio, werd Adelson Deolindo da Silva gekozen tot vice-burgemeester
en drie Potiguara komen in de gemeenteraad. Twaalf van de laatste zestien jaar werd Baía da Traição
door Potiguara bestuurd. Het was in 1992 zelfs de eerste gemeente met een gekozen inheemse burgemeester:
Nancy Potiguara.
“Veel problemen van de inheemse gemeenschappen spelen op gemeentelijk niveau. Daarom hebben we ons steeds
meer georganiseerd met het oog op de politiek, om burgemeesters en raadsleden te kunnen leveren,” legt Ceiça
Pitaguary uit van Apoinme (Vertegenwoordiging van Inheemse Volken in Noordoost Brazilië, Minas Gerais en
Espírito Santo). “Onze kandidaten moeten de meerderheid van onze gemeenschappen vertegenwoordigen, en
tijdens hun mandaat met hen samenwerken.”
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
3 oktober 2008
Pijlen die zeer onlangs door regeringsbeambten in een van de meest
afgelegen uithoeken van de Braziliaanse Amazone zijn ontdekt, bewijzen
dat geïsoleerd levende stammen van Peru naar Brazilië vluchten.
De pijlen werden ontdekt door functionarissen van FUNAI, de
Braziliaanse regeringsafdeling voor Indianenzaken, vlakbij een
beschermingspost die werd opgezet om de bewegingen van geïsoleerd
levende stammen in de regio te volgen. Volgens het hoofd van de post,
José Carlos Meirelles Jr, zijn de pijlen anders dan die gebruikt worden
door geïsoleerd levende stammen aan de Braziliaanse kant van de grens.
Ook werden voetafdrukken, resten van een kampvuur en de plek waar leden
van een geïsoleerde stam aan de rivieroever hadden overnacht
aangetroffen. Het betrof naar schatting zes tot zeven mensen.
Men denkt dat de stammen op de vlucht zijn voor de illegale houtkap die
hun gebieden verwoest. Eerder dit jaar werden foto's gemaakt van een
nederzetting van een geïsoleerd levende Peruaanse stam, vijf kilometer
van de Peruaanse grens, in Brazilië. De houtkap in die regio heeft al
geleid tot desastreus contact met leden van één stam, de Murunahua,
waarbij de helft omkwam.
De pijlen werden in dezelfde regio gevonden waar eerder dit jaar een
geïsoleerd levende stam werd gefotografeerd - foto's die wereldwijd de
krant haalden. De Peruaanse regering beloofde toen direct de houtkap te
onderzoeken, maar heeft tot op heden geen actie ondernomen.
De Peruaanse president Alan Garcia heeft in het openbaar beweerd dat de
stammen niet bestaan en zei dat ze 'bedacht' waren door
'milieuactivisten' die tegen oliewinning in de Amazone zijn.
De directeur van Survival International, Stephen Corry, stelde vandaag:
'Dit is nog meer bewijs dat geïsoleerd levende stammen van Peru naar
Brazilië vluchten. De Peruaanse regering mag niet het lot negeren van
wat in feite 'geïsoleerd levende vluchtelingen' zijn, mensen die tot de
meest kwetsbare burgers van Peru gerekend kunnen worden.'
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
|
|
top
|
print |
|
5 oktober 2008
Ter gelegenheid van Wereldvoedseldag 2008 (16 oktober) organiseert
FIAN-Nederland in samenwerking met o.a. Amnesty International het
publieksevenement:
Agrofuels and the Right to Food of Indigenous Peoples
The silent genocide of the Guarani-Kaiowa in Brazil
Biobrandstoffen en recht op voedsel van inheemse volken
De stille genocide van het Guarani-Kaiowa volk in Brazilië
(Voertaal engels)
Met gastsprekers:
- Jonia Rodrigues, FIAN Brazilië
- Egon Heck, CIMI Mato Grosso Do Sul/ Brazilië
- Amilton Lopez, leider van de inheemse Guarani-Kaiowá gemeenschap
Nhanderu Marangatu
Aansluitend een film documentatie
ZATERDAG, 18 oktober 2008, 16.00-18.30 uur
Locatie: Amnesty International Keizersgracht 177 te Amsterdam
De flyer kunt u hier bekijken
De engelse tekst van de flyer kunt u hier bekijken
Als u zich voor dit evenement wilt opgeven gelieve van tevoren een e-mail
te sturen naar Esmé Veldman
Bron: FIAN Nederland - www.fian-nederland.nl
|
|
top
|
print |
|
Op 27 augustus 2008 zal het Hoge Gerechtshof in Brazilië een belangrijke uitspraak doen over
het inheemse gebied Raposa Serra do Sol. Dit gebied is in april 2005 al als inheems gebied
door president Lula erkend, maar tot op heden hebben de inheemse volken niet het alleenrecht
op dit gebied. De beslissing van het Gerechtshof kan consequenties hebben voor alle eerdere
landtoewijzingen (‘demarcaties’) aan de inheemse volken.
Op de site www.indianeninbrasil.nl vindt u achtergrondartikelen over de situatie:
- Raposa Serra do Sol : het geweld van de grootgrondbezitters gaat verder.
- Heel Brazilië valt over Raposa Serra do Sol heen.
Op de volgende site kunt u uw handtekening plaatsen om de beslissers bij het Hoge Gerechtshof te laten weten
dat u vóór handhaving van het inheemse gebied Raposa Serra do Sol bent:
http://www.petitiononline.com/tirssjg/petition.html
|
|
top
|
print |
|
24 juli 2008, Brasiliä
Het besluit om permanente militaire bases in inheemse gebieden te vestigen in de buurt van de landgrens van Brazilië
druist in tegen de grondwet van Brazilië. Dit besluit heeft president Luiz Inacio Lula da Silva op 23 juli 2008
laten publiceren. Behalve dat het niet grondwettelijk is, is het besluit (nr. 6.513/2008) ook in strijd met
Verdrag 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), omdat het besluit van Lula – tegen het Vedrag in
- tevens bepaalt dat de Inheemse Volken niet hoeven te worden geraadpleegd voordat met de bouw van de bases
wordt begonnen.
Het gisteren gepubliceerde besluit wijzigt het besluit dat door toenmalig president Fernando Henrique Cardoso
al was genomen. Sinds die tijd beoogt de inheemse beweging de intrekking van het besluit, omdat het in strijd
is met de inheemse rechten. Echter, in plaats van het besluit in te trekken, heeft president Lula een nieuw
decreet uitgevaardigd zonder de Inheemse Volken te horen. Ook maakt het nieuwe decreet een einde aan de
verplichting om met de Funai overleg te plegen over de mogelijke gevolgen voor inheemse gemeenschappen.
"Deze beslissing toont de volgende inconsistentie van de regering Lula voor inheemse kwesties. In juni 2008
woonde de president de vergadering van de CNPI (Nationale Commissie voor het Inheemse beleid) bij, hiermee de
indruk wekkend dat de regering bereid zou zijn tot een dialoog met de inheemse beweging. Iets meer dan een maand
na deze vergadering vaardigt Lula een decreet uit dat tegen de grondwet indruist en dat in strijd is met de inheemse
rechten zonder dat de standpunten van de inheemse vertegenwoordigers in die commissie zijn gehoord ", aldus de
juridisch adviseur van Cimi, Luiz Claudio Beirão.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
10 juli 2008, Brasiliä
Twee inheemse jongeren werden begin juli ontvoerd en met de dood bedreigd door
boeren van de Fazenda Depósit, eigendom van Paulo Cesar Quartiero, de
leider van de rijstboeren die zich verzetten tegen de afbakening van Raposa Serra do Sol.
Clenildo Conceição Andre en Cassiano Filho werden verrast door twee dronken en gewapende werknemers van Quartiero. Zij werden meegenomen in hun auto.
Dit gebeurde dichtbij het dorp Dez Irmãos, in hetzelfde gebied waar op 5 mei een groep Indianen werd aangevallen met
pistolen en zelfgemaakte bommen en 10 Indianen gewond raakten.
"Tijdens de rit vroeg één van de twee – de revolver in de hand - of de jongens wilden sterven of dat ze partij
kozen voor Quartiero; en ook: of ze banden hadden met de Inheemse Raad van Roraima (CIR). Ze dwongen hen
vervolgens om cachaça (Braziliaanse rum) te drinken, zelfs toen ze aangaven dat ze dat niet wilden".
Dit aldus het verslag dat door de inheemse gemeenschap van Barro aan de regionale Funai-medewerker werd
overhandigd.
“Omdat de jongens erg bang waren, dronken ze de drank. Eén van de ontvoerders geloofde hen niet en gaf de ander
de opdracht om de twee jongens onmiddellijk te doden”, zo gaat het verslag verder. Maar de ontvoerders waren zo
dronken dat de twee jongens uit de auto wisten te ontsnappen, op het moment dat de bestuurder gestopt was om met
iemand in de straat te praten.
Het verslag werd ook verstuurd naar de coördinator van de Federale Politie belast met de ontruiming van het
inheemse gebied Raposa Serra do Sol. Echter, noch de Funai, noch de Federale Politie heeft gereageerd.
De agressievelingen lopen nog vrij rond en vormen een bedreiging voor de inheemse volken in de regio,
bevestigt Dionito Makuxi, coördinator van CIR.
Geschiedenis
De inheemse gemeenschappen van Raposa Serra do Sol zijn constant slachtoffer van agressie en bedreigingen
door werknemers van Paulo Cesar Quartiero, eigenaar van een enorme rijstboerderij in het gebied dat in 2005
als inheems gebied is afgebakend.
Zijn knechten hebben alleen al dit jaar bruggen verwoest die toegang geven tot de inheemse dorpen,
zelfgemaakte bommen gegooid en willekeurig schoten afgevuurd in verschillende dorpen, barricades opgeworpen,
huizen in brand gestoken en Indianen in gijzeling gehouden. Meer dan 11.000 kinderen van de 200 scholen in
het gebied kunnen door deze aanslagen geen onderwijs volgen.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
Heel Brazilië wacht. Wacht op het besluit van de elf hoogste rechters van het land, die zich gaan buigen over de vraag of de demarcatie van het inheemse gebied Raposa Serra do Sol wel wettig is. Maar dat wachten verloopt niet rustig. Niet in het gebied zelf, en niet op de opiniepagina´s.
Het was allemaal al bijna in kannen en kruiken. In April 2005 vaardigde president Lula uiteindelijk het decreet uit dat het gebied Raposa Serra do Sol erkende als inheems gebied. Daarmee leek een eind te zijn gekomen aan een strijd van ruim dertig jaar van de Macuxi, de Ingariku, de Patamona, de Taurepang en de Wapixana.
Vanaf dat moment moesten de niet-indiaanse mensen die zich er de afgelopen decennia gevestigd hadden het gebied verlaten. Ze konden daarvoor gebruik maken van de financiële vergoeding die de regeringsinstantie voor indiaanse zaken, de Funai, aanbood. Wie daarvoor in aanmerking wilde komen, kreeg elders nieuwe grond aangeboden. De meesten vertrokken.
Upatakon III
Echter, zes grote, machtige rijstboeren, fazendeiros, weigerden te gaan. Samen bezetten zij 17.400 vierkante kilometer grond in het gedemarkeerde gebied. De federale overheid probeerde hen al twee keer het gebied uit te zetten, maar dat mislukte telkens. Afgelopen maart zette de federale politie de operatie ´Upatakon III´ in gang, om hen en hun - vaak gewapende - medewerkers te verwijderen. Desnoods met geweld.
Zover kwam het echter niet. Althans, het kwam wel tot geweld, maar niet tussen de politie en de fazendeiros. Want ondertussen lagen er bij het Hooggerechtshof nog 33 processen in de la die de wettigheid van de demarcatie aanvochten. De regering van de deelstaat Roraima claimde bij het Hooggerechtshof, het Supremo Tribuno Federal, dat niemand uitgezet mocht worden tot er een uitspraak over deze zaken was. De rechters waren het met deze redenering eens en bevalen op 7 april 2008 het stopzetten van de Upatakon-operatie.
Bommengooier

Een van de bruggen, in brand gestoken door de rijstboeren om uitzetting door de politie te bemoeilijken.
Het besluit vergrootte de onrust. In de weken voorafgaand aan het besluit hadden de fazendeiros demonstraties georganiseerd, wegen laten afzetten en bruggen in brand laten zetten om de uitzetting te bemoeilijken. Er ontplofte zelfs een zelfgemaakte bom. De enige die daarbij gewond raakte was de bommengooier zelf, de zoon van de leider van de tegenstanders. Nu was het echter de beurt aan de Inheemse Volken om te protesteren. De Inheemse Volken in het gebied waren het beu om nog langer te wachten op de grond die zij als de hunne beschouwen. Bovendien bestaat het risico dat het Hooggerechtshof de klacht als gegrond beschouwt en dat daarmee het hele demarcatieproces overnieuw zou moeten. En dat kan opnieuw decennia duren.

Ontploffende zelfgemaakte bom, gegooid door de medewerkers van Quartiero.
Aanval
Het ene protest volgde op het andere, voor en tegen de demarcatie. Begin mei 2008 bezette een groep van de Macuxi een stuk van de fazenda van Paulo César Quartiero, leider van de rijstboeren en burgemeester van het dorpje Pacaraima. De reactie liet niet lang op zich wachten: al snel kwamen de bewakers, gemaskerd en al, schietend op de geïmproviseerde hutten af. Ze gooiden zelfs bommen om de indianen te verjagen. Tien indianen raakten gewond.

Een van de tien Makuxi-indianen die gewond raakte bij de aanval.
In Brazilië is dat geen ongewone reactie. Meestal delven de indianen het onderspit. Het verschil was dat de indianen dit keer een videocamera hadden, waarmee de hele aanval geregistreerd werd.
De autoriteiten moesten wel ingrijpen. Dat gebeurde. De federale politie arresteerde Quartiero en tien van zijn medewerkers en deed huiszoeking in zijn fazenda, waarbij explosieven en ingrediënten voor het fabriceren van explosieven werden gevonden.

De gewonden, drie van hen ernstig, werden naar het hospitaal gebracht.
Politieke rel
Ondertussen buitelen op de opiniepagina´s van de kranten de commentaren over elkaar heen, staan de rubrieken met ingezonden brieven bol van de meningen van meer, maar vooral minder geïnformeerde lezers. Hoewel het proces al dertig jaar gaande is en het al meerdere keren door rechters, inclusief de Hoge Raad, beoordeeld is, heeft nu plotseling iedereen een mening. Ook de hoogste militair van het Amazonegebied waar Roraima onder valt, generaal Augusto Heleno, roerde zich in het debat, door publiekelijk zijn afkeuring over de demarcatie te uiten. Dit leverde een politieke rel op, omdat hij daarmee een besluit van zijn baas, de president zelf, in twijfel trok.
Grondstoffen
De tegenstanders hebben grofweg vier argumenten:
Ten eerste, het beoogde inheemse gebied betreft een groot aaneengesloten gebied langs de grens met Venezuela. Dat is een bedreiging voor de soevereiniteit van Brazilië. Ze gaan er daarbij, ten onrechte, van uit dat het leger geen toegang meer tot het gebied zou hebben en dus de grens niet meer zou kunnen verdedigen.
Ten tweede, de Inheemse Volken zouden een volgende stap kunnen nastreven en zich onafhankelijk kunnen verklaren. Vertegenwoordigers van de Inheemse Volken hebben met verontwaardiging gereageerd op deze suggestie dat ze zich geen Brazilianen zouden voelen. Het is ook nog nooit voorgekomen in Brazilië.
Ten derde, in het gebied zouden vele waardevolle grondstoffen zitten en die zouden buiten het bereik van de Braziliaanse maatschappij en economie blijven. De inheemse volken zouden die zelfs aan buitenlandse multinationals kunnen verkopen.
Ten vierde, het vertrek van de rijstboeren zou een groot verlies voor de economie van Roraima betekenen, omdat hun productie ongeveer 6% van de totale waarde van de economie zou vertegenwoordigen. Dit argument gaat voorbij aan het feit dat de boeren alternatief land krijgen aangeboden en financiële hulp voor het opnieuw opzetten van hun bedrijven. Bovendien gaat dit argument er van uit dat de inheemse bevolking er niet voor zou kunnen kiezen om de rijstverbouw voort te zetten of anderszins een bijdrage aan de economie te leveren.
Doos van Pandora
De beslissing van het Hooggerechtshof gaat strikt genomen niet over deze kwesties. Het Hof moet beslissen of het hele demarcatieproces als zodanig correct is verlopen. Dat is namelijk de claim van de klagers. De vrees van de betrokken Inheemse Volken is echter dat het Hof zich laat beïnvloeden door de publieke opinie en een politieke beslissing neemt.
De bezorgdheid beperkt zich niet tot de volken van Roraima. In heel Brazilië volgen de Inheemse Volken de gebeurtenissen met argusogen. Een negatief besluit zou namelijk een ingrijpend precedent scheppen: het zou achteraf het demarcatiebesluit van de president herroepen. Dat zou ongetwijfeld een doos van Pandora openen van processen tegen de demarcatie van bijkans alle inheemse gebieden.
Het oordeel van het Hooggerechtshof is toegezegd voor de maand juni. Dan weten de Makuxi, de Taurepang en de andere volken of de Braziliaanse maatschappij hen hun eigen grond gunt. En dan weten ook de inheemse burgers in andere delen van het land of het hun toegekende land veilig is. Althans, wettelijk gezien.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
3 Juli 2008
Paus Benedictus XVI ontving gisteren twee Braziliaanse indianenleiders in
het Vaticaan en zegde hen steun toe in hun strijd om hun leefgebied in
het Amazonegebied. Hij zei 'al het mogelijke te zullen doen om jullie
land te beschermen'.
De stammen uit het Raposa Serra do Sol gebied worden belaagd door
Braziliaanse boeren. Deze boeren hebben tien mensen neergeschoten en
verwond, bruggen verbrand en een bom in een Indiaanse gemeenschap
geworpen. Op shockerend video materiaal van afgelopen mei is te zien
hoe huurlingen van de boeren een Indiaans dorp aanvallen.
Raposa Serra do Sol is in 2005, na een lange, door de toenmalige
Paus John Paul II gesteunde campagne, door de Braziliaanse overheid
officieel erkend als Indiaans gebied. Maar machtige boeren en de
overheid van de betreffende staat, Roraima genaamd, proberen de
wettelijke erkenning ongedaan te maken zodat de boeren een groot deel
van het land van de Indianen kunnen krijgen.
De twee leiders, Jacir Jose de Souza en Pierlangela Nascimento da Cunha
van respectievelijk de Makuxi en Wapixana stammen, zijn op noodtour
door Europa om steun te krijgen bij de campagne voor bescherming van
hun land. Zij zijn inmiddels in Spanje, Groot Brittannië, België,
Frankrijk en Italië geweest.
In Groot Brittannië spraken zij met Britse
kamerleden, in Frankrijk met Daniëlle Mitterand, oprichtster van
mensenrechtenorganisatie France Libertés en echtgenote van wijlen
president Francois Mitterand.
Stephen Corry, directeur van Survival International verklaarde vandaag
zeer tevreden te zijn met de steuntoezegging van de paus. Verder zei
hij: 'dit is een belangrijke strijd voor de Amazone- als Raposa Terra
do Sol verloren gaat, kan het land van andere stammen in Brazilië ook
gestolen worden'.
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
|
|
top
|
print |
|
23 juni 2008
Deze week zullen twee Braziliaanse Indianen in Londen arriveren om
aandacht te vragen voor de ontbossing in het Amazonegebied. De vaak
illegale houtkap in het gebied is niet alleen een ramp voor de flora en
fauna, maar ook de leefgebieden van talloze indianenstammen dreigen op
deze manier verloren te gaan.
Jacir José de Souza en Pierlangela Nascimento da Cunha, leiders van de
Makuxi en Wapixana stammen, zullen gesprekken voeren met enkele
ministers en afgevaardigden van de Foreign & Commonwealth Office.
De stammen van deze twee Indianen lopen direct gevaar vanwege de
houtkap. Sinds 2005 leven zij samen met een derde stam in een deel van
het oerwoud dat een beschermde status heeft gekregen. Jarenlang hebben
de stammen een verwoede strijd hiervoor geleverd, maar nu lijkt het
alsof al die inspanningen voor niets zijn geweest. Invloedrijke
grootgrondbezitters bezetten illegaal grote delen van het park en
trekken zich niks aan van de beschermde status van het gebied. Zij zijn
er op uit de Indianen te verjagen en het gebied te ontbossen om het zo
bruikbaar te maken voor landbouw.
De strijd tussen de indianenstammen en de grootgrondbezitters heeft
onlangs een tragisch hoogtepunt beleefd nadat enkele gewapende
huurlingen een dorp van de Makuxi hebben aangevallen. De mannen hebben
met geweren op de indianen geschoten en explosieven naar hen toe
gegooid. De Indianen waren ongewapend. In totaal raakten tien Indianen
gewond, waarvan zes kinderen.
Men neemt aan dat deze aanslag het werk is van de grootgrondbezitter
Paulo César Quartiero. Na het incident heeft de politie hem
gearresteerd maar hem na enkele uren alweer vrij gelaten.
Het plaatselijke bestuur is op handen van de grootgrondbezitters en zij
wil grote stukken bos van de Indianen ontnemen en aan de
grootgrondbezitters schenken. Dit probeert zij voor elkaar te krijgen
via een rechtszaak bij het Hoge Gerechtshof van Brazilië.
Survival International en andere lokale organisaties steunen de
Indianen. Niet alleen omdat zij recht hebben op hun voorouderlijke
gronden, maar ook omdat een indianenreservaat de beste bescherming
tegen illegale houtkap is. Ook Amnesty International heeft steun
toegezegd en met het bezoek van de twee Indianen aan Londen hopen de
stammen ook op de steun van Groot Britannie te mogen rekenen.
Stephen Corry, directeur van Survival International, heeft gezegd:
'Deze strijd is cruciaal voor alle inheemse indianenstammen in het
Amazonegebied. Als het de grootgrondbezitters met behulp van de
politici lukt om land van de Makuxi-stam te stelen, zullen ook de
gebieden van andere indianenstammen gestolen worden. Wij kunnen dit
niet laten gebeuren!'
Beelden van de aanval op het Makuxi-dorp zijn
hier te vinden
De twee Indianen die Londen zullen bezoeken, zijn beschikbaar voor
interviews:
- Jacir José de Souza, een van de leiders van de Makuxi en grondlegger
van de Indigenous Council of Roraima.
- Pierlangela Nascimento da Cunha, een van de leiders van de Wapixana
en coördinatrice van de Roraima Organisation of Indigenous Teachers.
De twee leiders brengen ook een bezoek aan Frankrijk, België, Italië
en Portugal.
Bron: Survival International - www.survival-international.nl
|
|
top
|
print |
|
29 mei 2008
Leden van één van 's werelds laatste geïsoleerd levende indianenstammen zijn vanuit de lucht waargenomen en gefotografeerd vlakbij de grens van Brazilië met Peru. De foto's zijn genomen tijdens meerdere vluchten over één van de meest afgelegen delen van het Amazonegebied in de Braziliaanse deelstaat Acre.
'We zijn over het gebied gevlogen om hun huizen te laten zien, om te laten zien dat zij er zijn, dat ze bestaan,' zei José Carlos dos Reis Meirelles Júnior, specialist op het gebied van geïsoleerd levende indianenstammen. Hij werkt voor FUNAI, het Braziliaanse overheidsorgaan dat zich bezig houdt met zaken aangaande Indianenstammen. 'Dit is zeer belangrijk omdat sommigen denken dat zij niet bestaan.'
Geïsoleerd levende stammen verkeren vaak in groot gevaar vanwege de illegale houtkap in
Peru. Houtkappers dwingen de indianen te vluchten, de grens over.
'Wat in deze regio (van Peru) gebeurt, is een zeer grote misdaad tegen de flora, fauna en de stammen van dat gebied en is een goed voorbeeld van hoe wij, de zogenaamd 'ontwikkelden', op een irrationale manier omgaan met de wereld,' heeft Meirelles gezegd
De directeur van Survival, Stephen Corry, heeft gezegd: 'Deze foto's zijn opnieuw een bewijs dat geïsoleerd levende stammen echt bestaan. De wereld moet zich dit gaan realiseren en moet er voor zorgen dat hun leefgebieden worden beschermd, zoals de internationale wetgevingen dat voorschrijven. Anders zullen deze stammen snel uitsterven.'
Bron: Survival International - www.survival-international.org
|
|
top
|
print |
|
23 mei 2008 São Luis, Maranhão, Brazilië
Vrijdag 23 mei 2008 zijn twee indianen van het Guajajara-volk op de terugweg naar hun dorp Bacurizinho door twee mannen op een motor beschoten. Volgens de twee gewonde indianen, Itamar Carlos Guajajara (35 jaar) en Deolice Rodrigues Guajajara (30 jaar) stopten de twee mannen, wier hoofden bedekt waren, naast hen op de weg. Ze eisten dat de indianen zouden stil staan; als ze weigerden, zouden ze gedood worden.
De indianen stonden meteen stil, maar blijkbaar niet snel genoeg, want de twee vuurden al direct een aantal schoten op hen af. Itamar werd links in zijn rug getroffen, waarbij zijn long geperforeerd werd. Hij werd naar het ziekenhuis in Grajaú gebracht en zijn situatie is nog steeds kritiek. Deolice werd in haar rechterdij geraakt. Zij is behandeld in hetzelfde ziekenhuis en hoefde daar niet te blijven.
Tot nu toe is er geen motief voor deze daad bekend gemaakt. Het gebeurde lijkt op het incident van twee weken geleden, toen een Guajajara-meisje van zes thuis voor de televisie in haar hoofd geschoten werd. Het meisje overleed direct. Beide daden vonden plaats aan dezelfde hoofdweg.
Dit soort agressie komt steeds meer voor in de deelstaat Maranhão (noord Brazilië). Men vermoedt dat er mogelijk een groep actief is die de inheemse bevolking in deze deelstaat wil uitmoorden.
Amnesty International is een
actie
gestart in verband met moord op 6-jarig Guajajara meisje.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
April 2008
Een lijkkist, een bomauto en vrouwe justitia met een verentooi zijn enkele van de ingrediënten voor een turbulente Semana Indígena in Brazilië.
Nog nooit had iemand het in z´n hoofd gehaald om te protesteren bij de ingang van het Braziliaanse Ministerie van Defensie, in Brasília, op de Esplanada de Ministérios. Afgelopen donderdag, 17 april, stonden er honderden indianen, vertegenwoordigers van tientallen Inheemse Volken uit heel Brazilië. Het was het begin van de protestmars langs nog twee instanties: het ministerie van Volksgezondheid en het Hooggerechtshof. Het protest vormde de afsluiting van het kampement ´Terra Livre´, dat voor het vijfde achtereenvolgende jaar georganiseerd werd tijdens de ´Week van de Indiaan´.
Bomauto
Bij het Hooggerechtshof slaagde een indiaan, onder luid gejuig, er in om een verentooi op het hoofd van vrouwe justitia te plaatsen, ook al duurde het niet lang voor een bewaker die er weer af had gehaald. De indianen protesteerden tegen de beslissing van het Hof, om de ontruiming van het inheems gebied Raposa Serra do Sol uit te stellen. Dit gebied, in het noorden van de deelstaat Roraima, werd al in 2005 door Lula tot inheems gebied verklaard, waarop alle niet-inheemse mensen het gebied moesten verlaten. Zij ontvangen daarvoor een schadeloosstelling en krijgen, indien gewenst, nieuw grondgebied toegewezen. De meesten vertrokken dan ook zonder problemen. Alleen zes grote rijstboeren weigeren te vertrekken. De afgelopen weken zette de federale overheid een grootscheepse politieactie op, om de boeren en hun gewapende milities uit te zetten. De zes boeren zetten vervolgens hun groepen pistoleiros in om bruggen en wegen af te zetten en protestacties te organiseren. Verschillende bruggen werden in brand gezet en er werd zelfs een auto met explosieven gevonden, geparkeerd bij een overheidsgebouw. Onder deze druk vroeg de Gouverneur van de deelstaat aan het Hooggerechtshof om uitstel van de ontruiming, wat het Hof toekende. De angst van de indianen is dat het Hof zal oordelen dat het hele demarcatieproces overnieuw moet. Dat zou jaren vertraging opleveren voordat de indianen hun eigen gebied terugkrijgen. Het zou bovendien een precedent scheppen voor alle andere inheemse gebieden die al gedemarceerd zijn.
Gewelddadig
Het protest bij het Ministerie van Defensie was een reactie op de uitlatingen van de hoogste militair van het Amazonegebied, generaal Auguste Heleno, die van mening was dat de creatie van het inheems gebied, aan de grens met Venezuela, een bedreiging vormt voor de souvereiniteit van Brazilië. Zijn opmerkingen waren olie op het vuur dat al wekenlang woedt in de media, op opiniepagina´s in de kranten en op internet. De inheemse gemeenschap reageerde furieus op de suggestie dat de indianen van dat gebied niet vaderlandslievend zouden zijn. Bovendien, zo lieten zij luid en duidelijk weten bij het ministerie, moet het leger eerst maar eens beginnen om de indianen te beschermen. In veel gevallen is de militaire politie verantwoordelijk voor gewelddadig optreden tegen indianen en het beschermen van de rechten van de grootgrondbezitters.
Lijkkist
Het Ministerie van Volksgezondheid is ieder jaar doelwit van protest, omdat het er keer op keer niet in slaagt de gezondheidszorg te bieden waar de inheemse volken recht op hebben. In 2007 meldden opnieuw tientallen inheemse gemeenschappen een gebrek aan medisch personeel en medicijnen. In verschillende gebieden woeden al meer dan twee jaar epidemieën van hepatitus en malaria, zonder dat de benodigde medische hulp komt. Door de gebrekkige medische hulp kwamen alleen al in 2007 tientallen indianen onnodig om het leven. Opnieuw stierven er kinderen onnodig door ondervoeding en eenvoudig te voorkomen ziektes. Als symbool daarvoor plaatsten inheemse leiders een lijkkist boven de ingang van het ministerie, terwijl anderen in een kring een rouwritueel dansten. Ook werd een pop verbrand die de minister van Gezondheidszorg verbeeldde.
Dia do Índio
De protestmars sloot het jaarlijkse Acampamento Terra Livre af, mede georganiseerd door CIMI (Conselho Indigenista Missionário). Ongeveer 800 indianen uit heel Brazilië, vertegenwoordigers van tientallen Inheemse Volken, kwamen bij elkaar en kampeerden tegenover het parlementsgebouw. Met het kampement, de debatten, een bezoek aan het parlement, het protest en een bezoek aan president Lula, vroegen zij aandacht voor hun situatie en voor de nalatigheid van de overheid. Ook elders in het land werden protestacties georganiseerd. Het is de tegenbeweging tegen de officiële festiviteiten ter gelegenheid van de Dia do Índio, waar een ander verhaal verteld wordt.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
26 maart 2008
De Parlementaire Onderzoekscommissie die de ondervoeding van indianenkinderen bestudeert kwam op 25 maart 2008 met haar conclusies: de ondervoeding is het gevolg van het gebrek aan land en het demarcatieproces, het toewijzen van gebieden aan de inheemse volken, loopt niet naar behoren.
Woordvoerder Deborah Duprat:
“Tot 1988 was het beleid in Brazilië om Inheemse Volken te dwingen geleidelijk op te gaan in en zich aan te passen aan de rest van de samenleving. Volgens deze opvatting hadden de indianen in de overgangsperiode stukken land waar ze konden leven zolang ze niet geïntegreerd waren. Die werden nooit beschouwd als gebieden waar de groep zou moeten kunnen voortbestaan.”
Een voorbeeld van deze situatie is te zien in Dourados in de deelstaat Mato Grosso. Van hier kwamen de berichten van kindersterfte die de aanleiding vormden tot het instellen van de Onderzoekscommissie. Duprat stelt vast dat het gebied niet een kwart is van wat de indianenbevolking nodig heeft. “Het gebied is te klein om te overleven. Vandaar de problemen van ondervoeding en andere ziektes.”
Nieuwe visie
Volgens Duprat volgt het Ministerie van Justitie in het demarcatieproces nog steeds opvattingen die uitgaan van het privé-bezit van de grond. De huidige grondwet echter garandeert de inheemse volken voldoende gebied om hun traditionele leefstijl te kunnen handhaven. “Bovendien zijn er de internationale verdragen die Brazilië ondertekend heeft, zoals Conventie 69 van de ILO (=de Internatinale Organisatie voor Arbeid). Deze verdragen laten in deze kwestie geen enkele twijfel”, aldus Duprat. - De Commissie is ondertussen naar Dourados gereisd om de levensvoorwaarden voor indianenkinderen verder te onderzoeken.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
3 maart 2008
Afgelopen week (25 februari – 2 maart 2008) was Padre Jorge dal Ben op bezoek in Nederland. Hij werkt op dit moment voor het team van CIMI in Dourados (deelstaat Mato Grosso do Sul, zuid-west Brazilië) en wilde hier in Nederland (en in Duitsland) graag meer komen vertellen over de situatie van de Guarani-indianen aldaar en de campagne die het CIMI-team samen met de indianen is gestart: “Guarani, grande povo” (Guarani, een groot/sterk volk).
Padre Jorge heeft voorheen bijna 40 jaar in het noorden van Brazilië gewerkt bij de strijd in het inheems gebied Raposa Serra dol Sol. Toen dit gebied bijna twee jaar geleden eindelijk door president Lula erkend werd, vond Padre Jorge het tijd om te gaan en om ergens anders zijn handen uit de mouwen te gaan steken. En dat werd CIMI Dourados in de staat Mato Grosso do Sul waar de situatie van de Guarani-indianen erbarmelijk is (zie ook andere berichten op deze site).
Padre Jorge, van oorsprong Italiaan, gelooft in internationale druk. Volgens hem is de erkenning van Raposa Serra do Sol mede hieraan te danken: “Uit betrouwbare bron heb ik gehoord dat Lula op een gegeven moment heeft gezegd: 'Ik word er doodziek van. Elke keer als ik in het buitenland ben, krijg ik vragen over Raposa Serra do Sol. Dat moet afgelopen zijn. We gaan de homologatie tekenen'.”
Genoeg reden dus om naar Nederland te komen. Samen met Geertje van der Pas (lid Oatá) heeft hij bezoeken gebracht aan diverse organisaties: CMC Mensen met een missie, NCIV (Nederlands Centrum voor Inheemse Volken), Solidaridad, Amnesty International. Ook Magali Neumann en Wim van Kempen van Oatá hebben uitvoerig met Padre Jorge gesproken. Daarnaast hebben Padre Jorge en Geertje een bezoek aan de organisatie GfbV (Gesellschaft für betrohte Völker) gebracht.
Tijdens elk bezoek heeft Padre Jorge uitgebreid de situatie van de Guarani toegelicht: hun geschiedenis, hun aanwezigheid in meerdere landen in Latijns-Amerika, het gebrek aan voedsel op dit moment, het op zoek zijn naar hun eigen identiteit etc. Daarnaast heeft hij verteld over het concrete werk dat ze op dit moment in twee inheemse gebieden uitvoeren: zorgen dat er weer eten komt. De maïs staat al hoog en de manioc groeit gestaag. Met een paar families samen zijn ze dit project gestart en het loopt goed. Zowel omdat er eten wordt geproduceerd, maar ook omdat het zelfvertrouwen en het zelfbeeld van de Guarani-indianen weer groeit.
Om dit laatste te ondersteunen is er ook een (inter)nationale campagne gestart. Er is een website gemaakt (in het portugees) (www.campanhaguarani.org.br), een poster, een uitgebreide en een beknopte folder en een kalender.
Het was een intensieve, maar zinvolle reis. De contacten met de organisaties zijn gelegd, ze zijn op de hoogte en kunnen gezamenlijk optreden wanneer dit door de Guarani en/of CIMI Dourados wordt gevraagd. Zodat er niet meer alleen negatieve en trieste berichten over de Guarani verschijnen, maar dat ze snel weer het 'Grande Povo' van weleer zijn.
|
|
top
|
print |
|
20 januari 2008
In 2007 werden er in Brazilië 76 indianen vermoord. Dit aantal komt voort uit een voorlopig onderzoek van CIMI. Vergeleken met het aantal van 2006 (48), heeft er een stijging plaatsgevonden van 63%.
Wederom voert de deelstaat Mato Grosso do Sul de lijst aan: 48 indianen werden daar vermoord. De staat Pernambuco volgt met 8 moorden.
Het aantal van 76 is het hoogste sinds 1988. Het jaar dat CIMI voor de eerste keer het onderzoek naar geweld tegen inheemse volken uitvoerde. In april zal het officiële rapport verschijnen waarin de schending van de rechten van indianen in 2006 en 2007 aan de orde zal komen. Daarin zullen onder andere cijfers staan over bedreigingen, pogingen tot moord, sterfte ten gevolge van afwezigheid van assistentie (zelfmoord, gebrek aan medische voorzieningen etc), invallen in inheemse gebieden.
Het rapport zal tevens een analyse geven over de stijging van het geweld tegen de inheemse volken. Het onderzoek is gebaseerd op informatie uit de inheemse gemeenschappen en op verslaggeving in kranten uit het hele land.
Genocide in Mato Grosso do Sul
Het aantal moorden in de deelstaat Mato Grosso do Sul steeg met bijna 150% in vergelijking met het aantal uit 2006 (20). CIMI is nog steeds van mening dat de hoofdoorzaak hiervoor is het opeen gepakt zitten van de indianen in kleine gebieden in deze staat. Vooral de Guarani lijden hieronder. Dit is ook af te lezen uit het cijfer van 14 moorden (van de 48) in het inheems gebied Dourados, waar het hoogste aantal indianen per hectare leeft.
Ook tonen de cijfers van 2007 aan dat veel moorden plaatsvinden tijdens conflicten met de grootgrondbezitters. Twee inheemse leiders uit dezelfde Guarani-gemeenschap werden afgelopen jaar vermoord toen zij terugkeerden naar hun gebied (Kurussu Ambá). In januari 2007 werd de priesteres Xurete Lopes van 70 jaar vermoord door priv veiligheidsmensen en in juli overkwam Ortiz Lopes hetzelfde.
Tegelijkertijd kreeg in 2007 geen enkel inheems gebied van de Guarani de declaratie dat het inheems gebied zou zijn. Terwijl Funai (regeringsorganisatie voor inheemse kwesties) de afgelopen jaren vele beloftes gedaan heeft dat er speciale aandacht uit zou moeten gaan naar de Guarani vanwege de ernstige situatie waarin deze groep verkeert.
Aan het begin van 2008 onderschrijft CIMI opnieuw de evaluatie gepubliceerd in het Mensenrechtenrapport van het Sociaal Netwerk (Rede Social): “Het is moeilijk te begrijpen dat tot op de dag van vandaag de situatie hetzelfde blijft. Dit vreselijke proces van uitroeiing van een volk, onder toeziend oog van de hele natie, de federale en staats overheid, de instituten van de Republiek op het gebied van inheemse rechten enzovoort, zonder dat er effectieve maatregelen worden genomen. Het is onbegrijpelijk.”
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
2 januari 2008
Na 23 dagen stopt Mgr. Cappio met zijn hongerstaking.
In een rolstoel en met een infuus in zijn arm kondigde de Braziliaanse bisschop Mgr. Luiz Flávio Cappio (61) vlak voor kerst het einde van zijn hongerstaking tegen de aftakking van de São Franciscorivier aan. Hij deed dat tijdens een viering bij de kapel van Sint Franciscus in Sobradinho (Bahia) waar hij al die tijd heeft gevast en gebeden.
‘Ik stop met vasten maar niet mijn verzet want die strijd voeren we gezamenlijk’, zei hij. Een dag eerder was hij flauwgevallen na het bericht dat het Hooggerechtshof had toegestaan dat de werkzaamheden aan de aftakking hervat mochten worden. Hij werd opgenomen in een ziekenhuis en gaf daar eindelijk toe aan de smeekbeden van vrienden en familie.
Bron: Solidaridad www.solidaridad.nl
|
|
top
|
print |
|
14 december 2007
Mgr. Luiz Flávio Cappio opnieuw in hongerstaking.
Grootschalige landbouw versus kleine boeren; in Brazilië een recept voor grote conflicten. Een voorbeeld van een grootschalig overheidsproject is het aftakken van de São Franciscorivier, dat alleen ten goede komt aan exportgerichte landbouwbedrijven. De boeren zonder water blijven boeren zonder water.
Een belangrijke spreekbuis voor het protest van de bevolking is Mgr. Luiz Flávio Cappio, bisschop van Barra in Bahia. Op 27 november kreeg de Braziliaanse president Lula een brief van hem, waarin hij meldde opnieuw in hongerstaking te gaan ter bescherming van de São Franciscorivier. De bisschop deed dit ook al in 2005.
Mgr. Cappio heeft zich teruggetrokken in een kapelletje aan de voet van de stuwdam van Sobradinho in Bahia, om aandacht te vragen voor de deplorabele staat waarin de rivier zich bevindt. Het stuwmeer van Sobradinho bevat nog maar veertien procent van de normale hoeveelheid water.
In 2005 hield Mgr. Cappio ook een hongerstaking voor de rivier en haar mensen. Na elf dagen kwam de belofte van president Lula om de project van de aftakking van de rivier tijdelijk te stoppen en een brede dialoog met maatschappelijke organisaties en de bevolking te starten.
Die dialoog is er nooit gekomen. Mgr. Cappio heeft nu aangekondigd alleen te zullen stoppen met zijn hongerstaking als ‘het leger wordt teruggeroepen en het project van de aftakking van de rivier definitief van tafel gaat.’
LINKS:
Lees de (Engelse) vertaling van de brief van Mgr. Cappio aan president Lula
Uw steunbetuiging betuigen? Ga naar www.umavidapelavida.com.br
Bron: Solidaridad www.solidaridad.nl
|
|
top
|
print |
|
CNPI discuss government's social agenda for indigenous peoples
Gathered between October 10 and 11, the Indigenous people and governmental and non-government organizations members who make up the National Commission for the Indigenous Policy (CNPI) discussed, among others issues, the federal government's social agenda for indigenous peoples.
The agenda was launched in the city of São Gabriel da Cachoeira on September 21 by president Luis Inácio da Silva and the president of the National Foundation for Indigenous People (Funai), Márcio Meira. However, the indigenous leaders members of the CNPI complained that the agenda was launched without having been submitted to the Committee and to indigenous peoples before, as determined by Convention 169 of the International Labour Organisation (ILO), of which Brazil is a signatory.
“A social agenda should not be developed like this. It should be built with our participation, strengthening the democratic State. We want an agenda that includes Brazilian peoples from the northeast and south regions. This proposal doesn’t include these peoples,” stressed Jecinaldo Barbosa, from the Santeré Mawé people and a representative of the Amazon region. “The proposals should be submitted to CNPI first so that the agenda would take into account regional diversities,” complemented Marcos Xucuru, from the northeast region.
Several topics included in social agenda were challenged by the indigenous leaders, such as the lack of indication of indigenous territories that suffered the impacts of the PAC (growth acceleration program); a list of indigenous lands to be demarcated; criteria for determining priority actions for certain peoples to the detriment of others; clarifications on the partnerships involved in the project for documenting indigenous languages which the government intends to carry out.
During the meeting, a proposal for restructuring Funai was submitted and it was also defined that in the Volgende meeting of the Committee – which is scheduled to be held in December – a bill aimed at creating a National Indigenous Policy Council will be submitted. If approved, it will be sent to the Civil House and then referred to the National Congress. The draft proposal will be prepared by a CNPI subcommittee that will be holding a meeting between November 23 and 24.
Indigenous people also challenged the government on the person who will be assigned to represent Brazil in a competition for a position of rapporteur for indigenous peoples at the United Nations Organization (UN). They submitted a document requesting that prior consultations should be held with indigenous peoples before the government suggest any names for this purpose.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
Op 17 november 2007 raakten vier Guarani Kaiowá-indianen gewond bij een ontruiming die georganiseerd was door grootgrondbezitters. Het was de zoveelste gewelddadige actie in de deelstaat Mato Grosso do Sul, dichtbij de gemeente Amambai.
Een groep van ongeveer 100 Guarani was donderdag jl. teruggekeerd op een deel van hun traditionele grondgebied, Kurussu Ambá geheten. Ze waren begonnen met het opzetten van hun hutten, onder toeziend oog van de beveiligingsmensen van de grootgrondbezitters.
Zaterdag probeerden enkele grootgrondbezitters tot een akkoord te komen met de indianen. Ze boden een koe en een paar voedselpakketten. Volgens één van de leiders van de Inheemse gemeenschap namen ze het aanbod niet aan, maar waren ze wel doodsbang om met veel geweld verwijderd te worden van het gebied. Daarom vroegen ze een vrachtwagen, zodat de grootgrondbezitters hen terug zouden kunnen brengen naar het Inheems dorp Taquapery, waar ze voorheen ook verbleven.
Bij aankomst in het dorp werd er plotseling geschoten op de Indianen. Neo Lopes (35 jaar), Gilmar Batista (22), Astúrio Benites (23) en Angélica Barrios (22) werden geraakt. Angélica verblijft nog in het ziekenhuis.
Op dit moment is er nog geen onderzoek naar het incident gestart. FUNAI, de regeringsorganisatie voor Inheemse kwesties, is nog niet in het dorp geweest. De Federale Politie stuurt de Indianen naar de Civiele Politie, alwaar er aangifte is gedaan.
In januari van dit jaar probeerden deze Guarani-families eveneens terug te keren naar hun gebied. Bij die gelegenheid handelden de grootgrondbezitters alsof zij politie waren en werd tijdens de ontruiming de priesteres Xurete Lopes van 70 jaar vermoord. In juli volgde de moord op Ortiz Lopes, die voor de deur van zijn huis neergeschoten werd.
Bron: Cimi - www.cimi.org.br
|
|
top
|
print |
|
Op 13 september heeft de Algemene Vergadering van de VN de Universele Verklaring van de Rechten van Inheemse Volkeren goedgekeurd. Dit zal een internationaal instrument zijn in de handen van de meer dan 370 mio inheemse volken overal ter wereld.
"Deze Universele Verklaring is een belangrijk instrument voor inheemse volken om er mee te strijden voor hun rechten", zo schat Saulo Feitosa in. Hij is CIMIs afgevaardigde bij de Nationale Commissie voor Inheems Beleid. Hij wees er vooral op dat de goedgekeurde tekst het recht tot zelfbestuur en zelfbepaling van inheemse volkeren erkent. "Gebaseerd op deze beslissing adviseert de VN dat alle staten de politieke, sociale en wettelijke definities van alle volkeren in acht zullen nemen", voegde hij er aan toe.
De tekst werd aangenomen met 143 voorstemmen, vier tegen (Canada, de VS, Australië en Nieuw-Zeeland), en 11 onthoudingen. Een van de hoofdpunten van de tekst verwijst naar de wettelijke rechten van inheemse volkeren op hun grondgebieden. Volgens de Verklaring behoren nationale staten de wettelijke bescherming van inheemse volkeren op hun grondgebieden en grondstoffen veilig te stellen. Geen enkele handeling zal op inheems gebied uitgevoerd worden zonder voorafgaand overleg met het inheemse volk en zonder haar toestemming. Zij moet geconsulteerd worden in overeenstemming met hoe zij georganiseerd is.
De Inheemse Volkeren namen in aanmerking dat de goedkeuring van de Verklaring een overwinning was. "Dit toont aan dat zowel staten als de internationale gemeenschap zich realiseren dat de inzet en het netwerk voor onze rechten steeds sterker wordt", zegt Sandro Tuxá, triomferend. Hij is van het Netwerk voor de Inheemse Volkeren van de Noordoostelijke gebieden (Minas Gerais en Espírito Santo).
Volgens hem zullen de richtlijnen van de VN-Verklaring positieve gevolgen hebben voor de in Brazilië levende Inheemse Volken. Hetzelfde gebeurde met Conventie 169 van de International Labour Organisation. "Het is nog een extra garantie en een middel om naleving met formele bepalingen af te dwingen. Nationale staten erkennen dat wij rechten hebben, en dat het mogelijk is voor volken om binnen een staat anders te zijn, om een eigen taal te hebben, een eigen structuur te hebben
", voegt Sandro er aan toe.
In een officieel rapport stelt de Algemeen Secretaris van de VN, Ban Ki-Moon, dat de Staten de Verklaring zo snel mogelijk in hun mensenrechtenagendas zouden moeten opnemen.
Bron: Nieuwsbrief CIMI nr. 783 van 17/09/2007
|
|
top
|
print |
|
De Braziliaanse regering ondertekent besluit tot vaststelling van het leefgebied van de Tupinikim/Guarani (Brief uit Brazilië)
Gisteren, 28/08/2007, is er een historisch besluit gepubliceerd in de Federale Staatskrant als gevolg van twee ministeriële besluiten, no.1463 en 1464, ondertekend door de Minister van Justitie Tarso Genro. Hierin wordt verklaard dat 18.070 hectaren land in de gemeente Aracruz, in de provincie Espiritu Santo, als inheems grondgebied toebehoort aan de Tupinikim- en Guarani-volken.
Tot nu toe was slechts 7,061 ha vastgesteld en de overige 11.009 ha niet en waren deze door het bedrijf Aracruz Celulose ingepalmd als eucalyptusplantage.
Met deze beslissing voldoet de Braziliaanse regering nu eindelijk aan haar grondwettelijke verplichting, de gebieden te bepalen die traditioneel door inheemse volken worden ingenomen en die voor hen van vitaal belang zijn om fysiek en cultureel te kunnen overleven.
In de zeven Tupinikim- en Guarani-dorpen wordt deze overwinning op dit moment uitgebreid gevierd. De Stamhoofden verklaarden gisteren dat dit het resultaat is van hun eensgezindheid, hun moed en vastberadenheid om te vechten voor het land waarvan ze in het verleden werden verdreven. De overwinning is een garantie voor de toekomst van hun kinderen. De overwinning is mede mogelijk dank zij een hecht netwerk van solidariteit, van zowel binnen als buiten Brazilië. Onze dank dus dat U tot vandaag toe een bijdrage heeft geleverd aan onze strijd!
Enkele opmerkingen bij deze beslissing:
- Er bestond volop tegenspraak binnen de regering. Uiteindelijk toonde de Minister van Justitie de moed om deze beslissing te nemen, terwijl er enorme pressie op hem werd uitgeoefend door vertegenwoordigers van parlement en senaat, de gouverneur van de deelstaat Espiritu Santo en de agrobusiness, en daarnaast nog de regionale en landelijke media.
- Dit is absoluut de belangrijke beslissing in de hele demarcatieprocedure. Wat nog rest is 1) de ruimtelijke afbakening (op het terrein) van de 18.070 hectaren, 2 ) de erkenning van deze ruimtelijke afbakening door de President van de Republiek en tenslotte 3) het vastleggen in het plaatselijke kadaster.
-De volgende dringende stap is volgens de Minister de ondertekening van de overeenkomst tussen indianen, Aracruz en de regering. Hierin moet o.a. de schadevergoeding van de kant van Aracruz geregeld worden. Hoewel ieder weet dat Aracruz het bos van de inheemse volken verwoest heeft, zou er een langdurig justitieel proces kunnen volgen dat de verdere afhandeling zou kunnen ophouden. De Tupinikim en Guarani zijn gisteren al begonnen met vergaderingen van hoofden en leiders om voorbereid te zijn op deze onderhandeling en zij willen deze week ook een algemene bijeenkomst van de gemeenschappen organiseren.
N.B.: Deze beslissing betekent eveneens dat de oproep die wij u deze week deden om een brief aan de Minister van Justitie te zenden niet meer van belang is. Wij hopen evenwel te kunnen blijven rekenen op jullie ondersteuning in de komende stappen die nog te nemen zijn in het proces. De druk van de anti-inheemse krachten zal de komende weken zeer sterk zijn. Maar op dit moment is het tijd voor feesten en dat is wat er nu vooral gaande is in de dorpen!
29 Augustus 2007 - Groeten uit Brazilië,
Alert against the Green Desert Movement,
Winnie Overbeek
En Aracruz maar klagen.
De directeur van Aracruz klaagt ondertussen in een tijdschrift over al de kostbare tijd die hij verliest met die grondbezettingen. Hij is er wel veertig procent van zijn werktijd mee bezig, zo vertelt hij. (Dan zullen ze wel heel wat grond illegaal in bezit hebben, zou je denken). "Onze concurrenten in de VS, in Canada en in Zweden krijgen niet te maken met dit soort sociale conflicten. Hier heb je het ene moment de MST (Beweging van Landloze Boeren), dan weer de Via Campesina (Boerenorganisatie), de indianen of de quilombolas (nakomelingen van zwarte slaven)."
De bezetter die klaagt over groepen die hun grond terugeisen. De elite blijft proberen de geschiedenis om te draaien, concludeert het CIMI-blad Porantim.
|
|
top
|
print |
|
Meer dan duizend mensen in kampement tegen aftakken São Francisco rivier, Brazilië.
"Stop dit plan in een diepe la en vergeet het. Kijk naar andere ontwikkelingsplannen die beter geschikt zijn voor dit droge gebied en voor ons: kleine boeren, indianen en vissers."
De bevolking in het dal van de São Franciscorivier in Noordoost-Brazilië is het zat. Waarom een megaproject om grootschalige landbouw mogelijk te maken? Weer een ëontwikkelingª waar zij niet van profiteert, en waarover de regering tot nu toe geweigerd heeft ´berhaupt te praten.
Vanaf begin juni is het leger bezig met het bouwrijp maken van de plek waar de aftakking van de São Francisco gaat gebeuren. Dinsdagochtend 26 juni, in alle vroegte, hebben rond de 2.000 mensen een kampement opgeslagen om de werkzaamheden te hinderen. Solidaridad steunt het kampement met een financiÎle bijdrage.
lees meer >>
|
|
top
|
print |
|
De inmiddels ongeveer 1500 bezetters van het gebied waar het Braziliaanse leger begonnen is de São Francisco rivier om te leiden, dreigen verwijderd te worden door eenheden van de Mobiele Eenheid en het Braziliaanse leger. Een rechter heeft gelast dat het bezette gebied ontruimd moet worden.
De leiders van de bezetting zeggen dat zij geen geweld zullen gebruiken. Onder de bezetters zijn leden van de TrukŸ stam, die het nu bezette gebied opeist als inheems gebied. Hun leider Francisco TrukŸ heeft gezegd: "Wij gaan hier niet weg en als de regering de rivier wil omleiden, moeten ze dat maar ergens anders doen."
De FUNAI, het overheidsorgaan voor indianenaangelegenheden, is al tien jaar geleden begonnen met het afbakenen van het inheemse gebied, maar tot dusver heeft dat nog niet zijn juridisch beslag gekregen.
Het omleiden van de São Francisco rivier in de deelstaat Pernambuco heeft tot doel om een aantal gebieden te irrigeren, de kweek van garnalen mogelijk te maken en de industrie te bedienen. Slechts 4% van het water is voor de mensen in de dorpen en de steden.
Volgens een rapport over de milieueffecten zullen de indianenvolken TuxŸ, TrukŸ, PipipÒ, TumbalalŸ en KambiwŸ getroffen worden door het project. Geen van deze volken is gehoord over het project, dat 6,6 miljard R$ kost (ongeveer 2,6 miljard Euro).
Vertaling Bert Ernste.
|
|
top
|
print |
|
Dinsdag 26 Juni, 2007.
Vanavond hebben ongeveer 1200 mensen het gebied in Cabr·b· bezet waar constructie-eenheden van het leger afgelopen maand zijn begonnen met het graven van vaargeulen voor een omleiding van de São Francisco-rivier, het eerste gedeelte van een omstreden project van de federale regering.
Met deze actie willen de bezetters een sta-in-de-weg zijn voor de voortgang van het werk en trachten op deze manier het gebied van het inheemse volk van de TrukŸ, terug te krijgen, een gebied dat hen in eigendom toebehoort.
De 1200 mensen hebben in het gebied hun tenten opgeslagen en er is geen tijd bepaald hoelang zij er zullen blijven. Tot het einde van de dag zal het aantal deelnemers nog aangroeien.
Er bevinden zich vertegenwoordigers van sociale instellingen. volksbewegingen, traditionele groeperingen uit de provincies Minas Gerais, Pernambuco, Sergipe, Alagoas, Bahia en CearŸ. Zij vragen met klem het project te willen stoppen en dat er wordt uitgezien naar toepassing van geÎigende en geschikte technologieÎn voor leven in dit onvruchtbare gebied.
(Een manifest van het kampement in de Portugese taal is te vinden op de site van CIMI: www.cimi.org.br ).
|
|
top
|
print |
11 juni 2007
De pas kort geleden geïnstalleerde CNPI (Vrij vertaald: Nationale Commissie voor Inheems Beleid) moet een wetsontwerp over mijnbouw in Inheemse Gebieden gaan bespreken. De inheemse leiders en de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties uit de commissie hebben gepleit voor het bespreken van dit voorstel tegelijk met het Statuut van de Inheemse Volken, dat al meer dan tien jaar op behandeling wacht in het Congres. Het voorstel werd aangenomen en opgenomen in de agenda voor de volgende vergadering van de CNPI op 12 juli.
Volgens het wetsontwerp moet de ontginning gaan gebeuren door bedrijven, de inheemse gemeenschap zelf of door een samenwerking tussen die twee. Verder impliceert het wetsontwerp dat de getroffen gemeenschap wel eisen aan de ontginningsprojecten kan stellen, maar dat zij deze niet mogen verwerpen. Daarnaast zal 3% van de omzet ten goede komen aan de Inheemse Volken, waarvan de helft naar een door de Funai (regeringsinstantie belast met de bescherming van de Indianen) aangewezen doel zal gaan. De andere helft gaat naar een comitù waar de inheemse gemeenschap deel van uitmaakt. Dit betekent dat slechts 1,5% van de omzet van ontginningsprojecten in Inheemse Gebied naar de getroffen gemeenschap gaat, maar dat deze daar geen directe zeggenschap over zal hebben.
Zowel inheemse leiders als verschillende maatschappelijke organisaties waarschuwen voor de aanzienlijke gevolgen voor het milieu en de leefomstandigheden van de Inheemse Volken van dit wetsontwerp. Als reactie op het voorstel hebben de Yanomami-docenten een brief geschreven aan de CNPI en President Lula waarin zij hun angst uitdrukken voor de gevolgen van het aannemen van het wetsontwerp door het Nationale Congres.
Voor het gehele artikel en een samenvatting van de brief aan de CNPI en de President, zie onder.
|
|
|
Inheemse beweging wil het onderwerp tegelijk met het Statuut van de Inheemse Volken bespreken, dat al meer dan veertien jaar bij het Congres ligt. Een wetsontwerp werd overhandigd aan de leden van de CNPI (Vrij vertaald: Nationale Commissie voor Inheems Beleid). Het voorstel impliceert dat 3% van de omzet van de ontginning ten goede komt aan de Inheemse Volken. De getroffen gemeenschap krijgt hier slechts de helft van en zal dit niet direct beheren.
De voorzitter van de Funai (regeringsinstantie belast met de bescherming van de Indianen), MŸrcio Meira, heeft dinsdag verdedigd dat de CNPI de mijnbouw in Inheemse Gebieden moet gaan bespreken tijdens de volgende vergadering op 12 juli. Dit voorstel werd direct bekritiseerd door zowel de inheemse leiders als de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties van de commissie en zorgde voor ophef in de eerste vergadering. Zij zeiden dat dit thema samen met het Estatuto dos Povos Indgenas (Statuut van de Inheemse Volken), dat al 14 jaar op behandeling in het Congres wacht, moest worden besproken. Het voorstel werd aangenomen en opgenomen in de agenda van de volgende vergadering.
"We moeten stoppen met de hypocrisie rond dit onderwerp. De leden van de commissie hebben het recht hierover te worden geÊnformeerd", zei Meira. Hij liet weten dat hij publiekelijk al had beloofd de mijnbouw in Inheemse Gebieden ter discussie te stellen en vindt het belangrijk hiermee te beginnen, zodat de standpunten van de belanghebbenden aan het licht komen. De extra vergadering in juli werd aangevraagd door Meira en heeft volgens hem alleen tot doel voortgang te maken in de werkzaamheden van de commissie.
De regering heeft een wetsontwerp opgesteld over mijnbouw in Inheemse Gebieden, dat ter beschikking werd gesteld aan de leden van de commissie, maar nog niet officieel is goedgekeurd. Grote ondernemingen oefenen druk uit om ontginning van mineralen in Inheemse Gebieden te liberaliseren, wat grote gevolgen zal hebben voor het (sociale) milieu.
Het wetsontwerp over mijnbouw impliceert dat de ontginning wordt uitgevoerd door bedrijven, door de inheemse gemeenschap of door een samenwerking tussen die twee. Volgens het voorstel kunnen de getroffen gemeenschappen eisen stellen aan de invulling van de projecten, maar krijgt alleen de Funai het voorrecht de projecten te verwerpen. Verder zal 3% van de omzet ten goede komen aan de Inheemse Volken. De helft hiervan gaat naar een door de Funai aangewezen doel en alleen over de andere helft zal een comitù de beschikking hebben. In dit comitù heeft de inheemse gemeenschap zitting, maar ook andere, nog niet gedefinieerde, instituties. Ofwel, slechts 1,5% van de opbrengst gaat naar de getroffen inheemse groep, maar die zal er geen directe zeggenschap over hebben.
Eliton GaviÒo bekritiseerde het feit dat een thema wat al vastligt werd geanalyseerd voordat de besprekingen over de installatie van de CNPI waren afgerond. Volgens hem moesten de inheemse gemeenschappen beter op de hoogte zijn van het onderwerp om zich er over uit te kunnen spreken. Hij ondersteunde de inheemse leiders, die bang zijn dat de toestemming voor mijnbouw in hun gebieden aantasting van het milieu en het inlijven van leiders tot gevolg zal hebben.
Zo hadden de Yanomami al een vast standpunt omtrent het onderwerp voor de eerste vergadering van de commissie. Zij denken dat de mijnbouw de ondergang van hun gebieden kan betekenen. Daarom schreven de Yanomami-docenten een brief geadresseerd aan de CNPI en president Lula. In een fragment van de brief schrijven de docenten: "Ons gebied is al officieel goedgekeurd en staat geregistreerd. Wij hebben het land nodig om te leven, te vissen, te jagen, voor landbouw en het bouwen van onze huizen. Wij zijn zeker van onze voeding, dat ons, zonen van het erfgoed van Omama, schepper der wereld, door de natuur wordt geschonken. Wij denken niet zoals jullie blanken denken. Wij willen geen geld, wij willen dat ons volk goed leeft, gelukkig en gezond". Zie onder voor een samenvatting van de hele brief.
De inheemse leiders denken dat het Statuut van de Inheemse Volken een reglementair keerpunt kan zijn voor een geÊntegreerd geheel van publiek beleid op het gebied van onder andere gezondheid, onderwijs, leefklimaat en zekerheid van voedselvoorziening. Als controversiÎle themaªs in het belang van grote bedrijven, zoals mijnbouw en genetische landbouw, echter ùùn voor ùùn worden goedgekeurd, zal dat tot gevolg hebben dat besluiten over onderwerpen in het belang van de Inheemse Volken nog steeds genomen worden in de achterkamers van de regering.
Volgens Raul do Valle van de ISA (NGO die opkomt voor milieu- en sociale kwesties) is de legalisering van ontginning in Inheemse Gebieden door bedrijven geen alternatief voor de illegale mijnbouw.
Saulo Feitosa van het CIMI benadrukte dat ze de kwestie van het ontginnen willen bespreken. Het probleem is alleen hoe dat moet worden aangepakt. "Ik vind het heel slecht dat we het werk van de CNPI beginnen met het vooruitlopen op dit debat". Hij dringt er op aan dat het thema van het ontginnen moet worden besproken tegelijk met het Statuut van de Inheemse Volken. "Het verdoezelen van dit vraagstuk uit het statuut was het werk van de regering van Cardoso, tien jaar geleden, om de mijnindustrie tegemoet te komen."
Op de eerste vergadering van de CNPI, 4 en 5 juni, werd het intern reglement goedgekeurd en negen subcommissies ingesteld. Elke subcommissie krijgt een co›rdinator van regeringszijde en een co›rdinator gekozen uit de inheemse leiders of uit de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties van de commissie. De CNPI, met verder nog vertegenwoordigers van verschillende ministeries, is opgenomen in de structuur van het Ministerie van Justitie en zal richtlijnen gaan opstellen voor het Inheems Beleid.
De inheemse beweging wilde dat de CNPI een stemgerechtigd karakter zou krijgen. Na moeizame onderhandelingen met de regering moesten de inheemse leiders dit opgeven en langer wachten tot hun eis zou worden ingewilligd. Volgens het dinsdag goedgekeurde reglement is een van de functies van de CNPI een wetsontwerp op te stellen voor de toekomstige Conselho Nacional de Poltica Indigenista (Vrij vertaald: Nationale Raad voor Inheemse Kwesties) die wel een stemgerechtigd karakter zal krijgen. De verantwoordelijke subcommissie heeft tot 10 oktober om een voorstel te presenteren.
|
|
|
|
|
|
|
Auaris, 2 juni 2007
Aan Zijne Excellentie de President van de Republiek Luiz InŸcio Lula da Silva.
Wij Yanomami-docenten ontvingen een bericht dat ons veel zorgen baart. Wij hoorden dat de Federale regering door middel van een wet al het inheemse land ter beschikking wil stellen voor het ontginnen van mineralen. Dit is een grote bedreiging voor de Inheemse Volken in heel Brazilië en zal vele problemen voor hen meebrengen op het gebied van gezondheid, milieu en de gemeenschap. Wij zijn tegen het naar het Nationaal Congres sturen van dit voorstel zonder ons, Inheemse Volken, te respecteren en te raadplegen.
Met het goedkeuren van dit voorstel zullen zich vele problemen voordoen. Er zal ontbossing plaatsvinden, de rivieren zullen worden vervuild, de jacht wordt moeilijker, waardoor ziekten zoals malaria, tuberculose, diarree en longontsteking zich zullen verspreiden. Wij willen niet nog eens lijden zoals in 1980, toen onze kinderen ziek werden door malaria toen de goudzoekers naar onze gebieden kwamen. We willen niet nog eens tien jaar doorbrengen waarin meer mensen sterven dan geboren worden. Verder zullen ontginningsbedrijven geweld, prostitutie en alcohol met zich meenemen, zoals al eerder is gebeurd in ons land.
Ons gebied is al officieel goedgekeurd en staat geregistreerd. Wij hebben het land nodig om te leven, te vissen, te jagen, voor landbouw en het bouwen van onze huizen. Wij zijn zeker van onze voeding, dat ons, zonen van het erfgoed van Omama, schepper der wereld, door de natuur wordt geschonken. Wij denken niet zoals jullie blanken denken. Wij willen geen geld, wij willen dat ons volk goed leeft, gelukkig en gezond.
De wet die Zijne Excellentie wil doorvoeren gaat ons verplichten tot dat wat wij niet willen: de mijnbouw binnenlaten in onze gebieden.
Al ons land is heilig. Zou het dat de blanken het belang van levend bos niet begrijpen?
Sommigen zeggen dat Brazilië zich moet ontwikkelen om de armoede tegen te gaan. Daarvoor moet bos worden geÎxploiteerd, mineralen ontgonnen en wegen worden geopend. Maar Brazilië ontwikkelen betekent niet het vernietigen van bos zoals in het verleden is gebeurd. En heeft Brazilië zich ontwikkeld? Is alle armoede verdwenen? Is iedereen rijk en zonder honger? Het bos van Brazilië raakt op, maar armoede duurt voort.
Daarom hebben wij, docenten, besloten ons standpunt tegen dit wetsontwerp en het sturen daarvan naar het Nationaal Congres aan u, de President, kenbaar te maken.
|
|
|
|
Bron: CIMI, Indianenpastoraat. 11 juni 2007
http://www.cimi.org.br/?system=news&action=read&id=2604&eid=257
Vertaling en samenvatting: Taco Schreij
|
|
top
|
print |
|
Het slotdocument van de zesde sessie van het Permanent Forum voor Inheemse Kwesties van de VN (25 mei 2007) pleit er voor dat inheemse volken “vooraf, in vrije wil en geïnformeerd” hun toestemming moeten geven voor projecten die in hun gebied plaats vinden. Overheden moeten dit principe toepassen wanneer zij ontwikkelingsprojecten of andere activiteiten willen uitvoeren in inheemse gebieden. Deze oproep getuigt van het sterke geloof van de inheemse volken dat het recht op toegang en beheer van de gemeenschappelijke inheemse gebieden en de natuurlijke rijkdommen van essentieel belang is voor de overleving van de inheemse volken. Garantie van de inheemse gebieden zorgt voor vermindering van armoede, voorkomt conflicten en lost deze op, en zorgt voor goed intern bestuur.
Daarnaast vraagt het Forum aan de General Assembly van de Verenigde Naties om de Verklaring voor Rechten van Inheemse Volken nog tijdens de huidige zitting van de Assembly aan te nemen. Zes maanden geleden werd de goedkeuring van de verklaring, die al wel is aangenomen door de VN Mensenrechtenraad, uitgesteld. Met name ten gevolge van bezwaren van Australië, Canada en Nieuw Zeeland. Afgelopen week diende een groep van Afrikaanse landen een aantal amendementen in. Deze werden door verscheidene inheemse organisaties verworpen als zijnde “onaanvaardbaar en niet in overeenstemming met internationale wetgeving voor de mensenrechten”. Tot op heden is er geen duidelijkheid wat er verder zal gebeuren met de Verklaring.
Tijdens de zesde sessie van het Forum werden tenslotte ook teksten omtrent armoedebestrijding, mensenrechten, en migratie naar de steden, goedgekeurd. Geconstateerd is dat veel regeringen in hun beleid voor armoedebestrijding vaak vergeten te spreken over inheemse volken en dat die volken ook niet deel hebben genomen aan het opstellen van dit beleid. Het Forum benadrukte dat het werken aan de Millenniumdoelstellingen van groot belang is, ook voor de inheemse volken.
Het Permanent Forum kwam bijeen in New York van 14 tot en met 25 mei. Het had de grootste deelname ooit, in totaal 2.500 personen. Het Forum, een subcomité van de Economische en Sociale Raad van de VN, bestaat uit 16 leden en heeft als hoofdtaak om deskundig advies te geven aan de genoemde Raad en aan het VN-apparaat over inheemse kwesties. Verder werkt het aan bewustwording en bevordert het de integratie en coördinatie van activiteiten met betrekking tot inheemse kwesties binnen het apparaat van de VN. Tenslotte bereidt het informatie voor over inheemse kwesties en verspreidt deze.
De Voorzitter van het Forum Victoria Tauli-Corpuz van de Filippijnen zei in de persconferentie: “Kwesties in verband met inheems land en natuurlijke rijkdommen zijn complex, maar de vertegenwoordigers van inheemse volken toonden tijdens de afgelopen twee weken dat zij geen slachtoffers zijn. Zij kwamen niet naar New York om te klagen, nee, zij kwamen om samen te werken en duidelijk advies te formuleren aan overheden en intergouvernementele organisaties over hoe zij kunnen voldoen aan de behoefte van de inheemse volken om te overleven.”
De volgende sessie van het Permanent Forum voor Inheemse Kwesties zal plaatsvinden van 21 april tot 2 mei 2008 in New York.
Bron: http://www.un.org/News/Press/docs//2007/hr4926.doc.htm
|
|
top
|
print |
|
In het zojuist verschenen jaarverslag 2007 van Amnesty's verslag van 2007 over de staat van de mensenrechten in de wereld onder meer aandacht voor de Tupinikim en Guarani indianen in hun strijd tegen het bedrijf Aracruz Celulose. Amnesty maakt melding van de gewelddadige ontruiming van enekle indianendorpen door de federale politie. Dertien indianen raakten gewond en twee dorpen zijn afgebrand tijdens een aanval met helikopters, honden, rubberen kogels en traangas. Aracruz Celulose gaf logistieke steun aan de aanval. Positief is dat justitie een zaak won tegen de campagne van Aracruz, die de indianen in een publiciteitscampagne discrimineerde en zwart maakte.
Verder maakt Amnesty melding van de rechtszaak tegen twee verdachten van de moord op Vicente Cañas Costa, een Spaanse Jezuïet die zich inspande voor de inheemse bevolking in de deelstaat Mato Grosso. De moord vond plaats 1987. Justitie erkent nu dat Vicente Cañas Costa werd vermoord en dat in het oorspronkelijke proces grove fouten zijn gemaakt.
Het volledige hoofdstuk over Brazilië (Engels)
Het
volledige rapport van Amnesty (Engels)
(Vertaling/samenvatting Bert Ernste)
|
|
top
|
print |
|
De leveringen van voedselpakketten aan het inheemse gebied Dourados zijn weer gestart en de overheid treft maatregelen om de situatie in het gebied te regularizeren.
Na de eerste Urgent Action van Amnesty ontkende het Ministerie van Gezondheid dat de sterfgevallen in het inheems gebied Dourados veroorzaakt zouden zijn door ondervoeding, hiermee een arts van Funasa (Fundação Nacional de Saúde - de Nationale Stichting voor Gezondheid), die de baby’s behandelde, tegensprekend.
Funasa liet wel weten dat één van de drie sterfgevallen in feite aan ouderlijke verwaarlozing toe te schrijven was, en niet, zoals in de kranten was geschreven, door ondervoeding was veroorzaakt, NGO’s die in Dourados werken zijn er echter van overtuigd dat ook dit sterfgeval alles te maken heeft met de bredere onderliggende armoede en sociale ontbering van de Kaiowa Guarani.
Publieke aandacht voor de sterfgevallen van de inheemse kinderen heeft uiteindelijk een belangrijke invloed gehad op het overheidsbeleid.
Op 28 maart organiseerde het Federale Openbare Ministerie een overleg met inheemse leiders, antropologen, activisten en federale autoriteiten om oplossingen te bespreken voor de ‘humanitaire crisis’ in Mato Grosso do Sul. Uit het overleg werd duidelijk dat de distributie van voedselpakketten gegarandeerd moest worden en dat de enige oplossing op lange termijn het versnellen van de identificatie en afbakening van inheems land is. In de woorden van een lid van de Guarani-gemeenschap, Ambrósio Vilalba: “dat wat honger bestrijdt is land”. (Quem combate a fome é terra).
Op 19 april, de Dag van de Indiaan (Dia do Índio), deed President Luiz Inácio Lula da Silva de belofte om een interministeriële commissie voor de situatie in Dourados in te stellen, en om te zorgen dat de samenwerking tussen federale organismen, zoals Funai (Fundação Nacional do Índio - Nationale Stichting voor Inheemse kwesties), Funasa en de Ministeries te verbeteren om toekomstige crisissen te verkomen. Ondertussen vragen federale afgevaardigden ook om een parlementair onderzoek naar de sterfgevallen door ondervoeding in het inheems gebied Dourados.
De onlangs benoemde voorzitter van FUNAI, Márcio Meira, bevestigde diezelfde dag in een radiogesprek dat het probleem van ondervoeding in Dourados “uiterst ernstig” was. Hij zei dat hoewel de laatste gezamenlijke actie van de federale overheid en staatsoverheid, het risico van ondervoeding had verminderd, “het land van de Kaiowa Guarani klein is, de situatie zorgelijk en dat wij hier een veel complexer probleem hebben̵. (As terras indígenas são precárias, são pequenas e temos um problema muito mais complexo ali.)
Structurele armoede, het opeen gepakt zijn in klein gebied, en sociale ontbering vragen nog steeds hun tol in Dourados. Volgens Funasa stierf op 25 april in het dorp Bororó wederom een baby van zes weken, Anderson Amarilha, aan een combinatie van ondervoeding, uitdroging en buikgriep.
Amnesty International hoopt dat de huidige maatregelen verdere sterfgevallen zullen verkomen en zal de situatie blijven controleren. Op dit moment wordt geen verdere actie gevraagd. Veel dank aan iedereen die heeft gereageerd.
|
|
top
|
print |
|
16th of April 2007, Porto Alegre - Brazil
Meeting in Parque Harmonia in Porto Alegre, Rio Grande do Sul, Brazil, 11-14 April, 2007, we Guarani people present in Brazil, Argentina, Paraguay, Uruguay and Bolivia, with more than 800 persons, wish to make public the historic accounts of our elders and to present our proposals for a better world. In spite of all the violence practiced throughout the past 500 years, we resist. Today we are more than 325 thousand people, one of the major peoples of America. By means of our continental meetings we hold the memory of the struggle of our ancestors and announce the hope for the future we construct with our own hands.
The lack of land is the principle problem afflicting our people. We cannot live without the land and the land cannot live without our people. We form a single body. The absence of land does not permit us to live according to our culture. Our youth are obligated to search for work in other locations not allowing time to learn from our elders.
Our people have always lived with much respect in relation to nature. The true forest is our principal location for construction of our villages and the living of our culture. Without the forest, the water, the rivers and all of the beings that inhabit it, it is not possible for us to live. For millions of years we have lived in this nature, respecting and living with her. Today we perceive, with profound sadness, that there remains little true forest, that the rivers are becoming polluted and the animals becoming extinct. In spite of this, what remains of the true forest is being transformed into reserves and environmental parks; these for us are sacred places, but the non-indigenous impede us from occupying them. This is due to non-Indian greed that needs to destroy everything in order to say that progress is being made. Still today the non-Indian is perceiving that their own land is warming up and could disappear. Our ancients always said that this could happen if nature was not respected. Because of this we affirm that the demarcation of our lands is a good for all humanity, because we will never destroy it.
Our territory, Yvy Rupá, was cut, various times, by borders between nations and states. There have been wars to rob our lands. For this, today, our people are divided between Brazil, Argentina, Uruguay, Paraguay and Bolivia. For us there are no borders. We continue to visit our families and attempt to walk freely as has been done in times past. However, we perceive each time these countries develop policies that prevent us from living our mode. In some countries we are called strangers, foreigners and told that it is not possible to recognize the right to our lands because they do not pertain to us. Just the same, we continue struggling for our territory and for the end of all type of boundary that impedes our living in liberty.
We always develop our education with a base in the values and teachings passed on by our ancients, our place of education and the house of prayer. Today we have schools in nearly all villages, and many schools do not respect our skill in teaching the children, wanting us to learn identically to the non-indigenous. In spite of our having sought laws that guarantee differentiated education, we perceive that some nations and states are not competent to develop the differentiated education. The school needs to be made in our manner, with our professors and programs developed by our people so that they contribute to our communities and that are not of a mode destructive to our culture. We need from nations and states special secretaries with professional competence to attend to the Guarani schools. In the same way, we want health care undertaken respecting our traditional knowledge.
|
|
top
|
print |
Voor het Nationaal Congres te
Brasilia hebben tijdens de Week van de Indiaan 1000 Indianen, van verschillende inheemse volkeren, hun tenten van
zwart plastic opgeslagen. Van de Braziliaanse regering eisen zij de afgrenzing
van wat hun oorspronkelijke grondgebieden zijn, en zij eisen een debat over de
grote infrastructurele projecten, die zeer negatieve effecten zullen hebben op
hun voorouderlijke gebieden.
Het tentenkamp heet A Terra Livre, hetgeen Vrij Land
betekent. Het wordt de vierde keer georganiseerd dit jaar. Het vindt altijd
plaats in de week van de 19de april, omdat in Brazilië dan de Nationale
Indianendag valt. De manifestatie begon maandag met een discussie over het
regeringsproject PAC (een soort versnellingsagenda voor de economische groei),
waarin verschillende infrastructurele projecten, zoals dammen en
waterkrachtcentrales, samenkomen en landelijk aan elkaar gekoppeld worden. Er
zijn geen onderzoeken gedaan naar de effecten van zulke projecten op de
gebieden van de inheemse inwoners, zoals overstromingen, de vernietiging van
visgebieden, de bevordering van monoculturen met hun negatieve gevolgen voor
het milieu.
"We wensen hierover ingelicht en erbij betrokken te worden
voordat deze werken een aanvang nemen", liet Jecinaldo Cabral, Indianenleider
en secretaris van de Indianenorganisatie Coiab, weten.
Een afvaardiging van de Funai, de regeringsorganisatie die
over Indianenkwesties gaat, was eveneens aanwezig op het tentenkamp, inclusief
de nieuwe directeur Marcio Meira. Tijdens zijn toespraak zegde hij toe de
demarcatieprocessen van dichtbij te zullen volgen en dat hij
ontwikkelingsprojecten zal laten uitvoeren in de reeds gedemarkeerde gebieden.
Ook kondigde hij aan de Indianengebieden vaker te bezoeken, met als doel een
permanente dialoog met de bewoners te onderhouden. Zijn laatste belofte was de
oprichting van een Nationale Raad voor Indianenbeleid, een reeds lang bestaande
eis van het tentenkamp. Een overwinning voor de inheemse volkeren!
Op 19 april vond het gesprek met president Lula plaats. Deze
installeerde inderdaad de Nationale Raad voor Indianenbeleid: 20 Inheemse
leiders en 4 vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties zullen
richtlijnen bekijken voor Inheems Beleid van de Federale Regering en zullen
wetsontwerpen gaan volgen. Lula sprak de hoop uit dat zowel de nationale
regering als de Inheemse Volken van nu af hun verantwoordelijkheid zullen
nemen.
Behalve dit succes was er ook nog de minister van Justitie
die zijn handtekening zette onder de demarcatie van 7 inheemse gebieden. Een
resultaat voor de indianen die na jaren van strijd eindelijk op hun
traditionele grond kunnen gaan wonen.
Bron: CIMI, 19 april 2007
|
|
top
|
print |
Op 9 januari j.l hebben grootgrondbezitters een groep Kaiowa-indianen aangevallen. Families, die waren teruggekeerd naar hun tekoha, hun oorspronkelijk woongebied, in de deelstaat Mato Grosso do Sul.
De indiaanse vrouw Kuret• Lopez, ongeveer 70 jaar oud, werd gedood door een schot in haar borst, toen de families op een hardhandige manier in een vrachtauto en bus werden geduwd. Dit gebeurde in de ochtend toen ook een inheemse man, Valdicir Ximenez, gewond was geraakt. De verdenking bestaat dat schutters, ingehuurd door grootgrondbezitters, de schoten hebben gelost. Nog niet voldaan van deze wreedheden dreven zij de andere inheemse mensen naar een plaats buiten de stad Coronel Sapucaia.
Op deze dag werden vier indianen gevangen genomen, toen zij probeerden hulp te zoeken voor hun familieleden. Zij werden aangevallen en een indiaans kind, dat flauw viel, werd door de grootgrondbezitters meegenomen. Opnieuw een bewijs van het geweld en de haatgevoelens waar de inheemse bevolking, op zoek naar een stuk land om te kunnen overleven, mee te maken heeft.
Private veiligheidsdiensten, door de boeren ingehuurd, kunnen straffeloos optreden. Alles wordt nog verergerd door het trage handelen van de federale regering om de afbakening van het inheems land te garanderen, hetgeen is bepaald in de Braziliaanse grondwet. Het is weerzinwekkend dat geweld en moordpartijen jegens de inheemse bevolking blijven voortduren. (In 2006 werden 40 inheemse mensen vermoord in Brazilië, van wie 20 in Mato Grosso del Sul.)
Vergelijkbare misdaden wachten nog op een gerechtelijk vonnis. CIMI vraagt een onmiddellijk onderzoek van de feiten en het bestraffen van de verdachten om meer lijden, doden en volkerenmoord van het Kaiowa-Guarani-volk te voorkomen.
Brasilia 10 januari 2007
Ondersteun de oproep aan de minister van Justitie!
www.indianeninbrasil.nl
|
|
top
|
print |
CIMI bracht eind mei een rapport uit over geweld en schending van rechten van Inheemse Volken over de jaren 2003-2005. De gegevens komen van de werkers in het veld van CIMI en van kranten. Vice-directeur Saulo Feitoso van CIMI ziet een omgekeerde relatie tussen de jaarcijfers over de teruggave van land en die over de geweldsituaties waarmee de Indianen geconfronteerd worden: hoe minder land er gedemarkeerd wordt, hoe meer geweldsfeiten er geregistreerd worden. Tegenover gemiddeld 6 demarcaties per jaar staan gemiddeld 40 gevallen van moord.
Over 2003, 2004 en 2005 worden achtereenvolgens 42, 37 en 43 gevallen van moord gemeld waarvan Inheemse Volken het slachtoffer werden. Opvallend daarbij is de toename vorig jaar van moord in eigen kring, als gevolg van familieconflicten en ruzies van intern-politieke aard.
Het merendeel hiervan vond plaats in de deelstaat Mato Grosso do Sul en heeft te maken met de enorme spanningen waarmee vooral de Guarani-KaiowÇgemeenschappen in het dagelijks leven kampen: zij moeten wonen op kleine stukjes grond, in tentenkampen langs de openbare weg en op gebieden toegewezen aan andere Indianenvolken met wie ze dan maar moeten samenleven. Grond om iets te verbouwen is er vrijwel niet en de mannen zijn gedwongen werk buiten hun dorpen te zoeken, werk met een salaris waarvan hun gezinnen nauwelijks kunnen leven.
De precaire situatie van de Guarani-KaiowÇ komt ook naar voren in het aantal gevallen van zelfdoding bij hen. In 2003 waren dat er 22, in 2004 18 en helaas in 2005 weer meer: 28 gevallen. Voor alle Inheemse Volken in Brazilië samen waren de cijfers voor deze jaren respectievelijk 24, 18 en 31. Vooral jonge Guarani onder de 20 jaar blijken weinig perspectief in hun slechte levenssituatie te zien. Daarbij komt het geloof van de Guarani, van oorsprong een nomadenvolk, een geloof dat hen leert "te zoeken naar het land zonder kwaad". Als ze dat land niet in dit leven kunnen vinden, zoeken ze het wellicht in een ander leven.
Pogingen tot moord
Voor heel Brazilië melden de cijfers 23 gevallen over 2003 . Deze waren 21 maal gericht op individuele personen en twee maal op de complete gemeenschap. In 2004 waren er 38 pogingen waarbij in totaal 51 personen betrokken waren en tot midden 2005 vonden er al 33 aanslagen plaats waarvan 62 personen het slachtoffer werden.
Doodsbedreigingen
Doodsbedreigingen worden geuit aan het adres van individuen maar ook van hele gemeenschappen. In 2003 bijvoorbeeld richtten die zich op 52 personen van de Xukuru-gemeenschap in de deelstaat Pernambuco, terwijl in de deelstaat Santa Catarina de complete Xokleng-gemeenschap van 1700 personen met de dood bedreigd werd. In 2004 werd de KoiupankÇ-gemeenschap in de deelstaat Alagoas bedreigd, evenals de leiders van Terena en de Guarani-KaiowÇ. In 2005 alle Macuxi- leerlingen van de Surumu-missiepost in de deelstaat Roraima.
Geweld en landconflicten
De landconflicten nemen eveneens toe. Geven de cijfers over 2003 een aantal van 26 aan, voor 2004 waren het er 41 en alleen al over de eerste helft van 2005 worden er 31 gemeld. Mato Grosso do Sul heeft telkens de hoogste aantallen, respectievelijk 23, 28 en 17.
De conflicten hebben te maken met acties die het toewijzen van grond aan de Indianen willen verhinderen, met terreinbezettingen, met acties gericht op het verkleinen van indianengebied, het niet erkennen van de rechten op de traditionele grond enzovoort. Tegenstanders van de Indianen zijn houtkapbedrijven, rijstboeren, grootgrondbezitters e.d. Zij steken stukken bos in brand, verwoesten akkers van de Indianen, sturen er hun vee op, kappen er hout.
Het toekenningsproces, officieel vastgelegd in de Braziliaanse grondwet, heeft enorme vertraging opgelopen. De laatste drie jaren zijn er gevallen bekend waarbij alleen de handtekening van de president al een jaar op zich heeft laten wachten. Eind 2005 lagen er op het Ministerie van Justitie 27 processen op afhandeling te wachten.
Slechte staat van het onderwijs
Het rapport stelt ook de onderwijssituatie in de inheemse gebieden aan de kaak. De Indianen hebben recht op eigen onderwijs, d.w.z. in de eigen taal (naast het Portugees) en met een eigen aangepast curriculum. In de deelstaten Amazonas, ParaÚba, Mato Grosso, ParÇ, Tocantins, Santa Catarina en ParanÇ is hier weinig van te merken. Het curriculum sluit er niet aan bij de dagelijkse werkelijkheid van de Inheemse Volken. Feesten en rituelen van de Indianen komen niet aan de orde; alleen nationale feestdagen worden gevierd. Meestal zijn er ook maar vier leerjaren. De dorpen eisen het volle programma en in sommige deelstaten wil men vervolgonderwijs in de dorpen, omdat leerlingen als ze naar de stad gaan te maken krijgen met discriminatie op school.
Het rapport wijst eveneens op de achterstand in betalingen aan het schoolpersoneel en op de vaak slechte staat waarin schoolgebouwen verkeren.
Geweld gericht tegen kinderen en jongeren
Het geweld waarmee de Inheemse Volken geconfronteerd worden beperkt zich niet tot de volwassenen. In de reeds genoemde gevallen van agressie jegens hele dorpen en gemeenschappen raakt dit ook de kinderen en de jongeren. Ze krijgen te maken met onzekerheid en afschuwelijke situaties, de angst en de ontberingen van de grondconflicten met de bezettingsacties, het opeengepakt moeten wonen op kleine stukken grond in de berm van de weg. In het op landbouwgebied zo rijke Brazilië sterven er Indianenkinderen van ondervoeding.
Het rapport vraagt speciale aandacht voor de jeugd en noemt opnieuw Mato Grosso do Sul als onrustbarend voorbeeld. Bij de 51 pogingen tot doodslag in 2005 was 10 maal het leven van jongeren in het geding.
Seksueel geweld
In het overzicht wordt een toename van seksueel geweld genoemd. Verkrachtingen, pogingen hiertoe, mishandeling en aanzetten tot prostitutie. Het betreft al meisjes tussen de 6 en 13 jaar. Dramatisch is dat hier ook Indianen niet alleen slachtoffers zijn, maar ook daders worden, met name waar zij dichtbij de steden wonen.
Geweld en geïsoleerd levende volken
In het slotdeel wordt de situatie genoemd van Inheemse Volken die geen of weinig contact hebben met de blanken. Van de 60 volken die men kent lopen er ten minste 17 het risico uit te sterven als gevolg van genocidenpraktijken. Illegale landbezetters, houtkapbedrijven en grootgrondbezitters nemen huurmoordenaars in dienst om een eind te maken aan de presentie van Inheemse Volken. De strategie is om zodoende demarcatie van het land en toewijzing van de grond aan de Inheemse Volken onmogelijk te maken.
Het rapport Geweld en schending rechten Inheemse Volken 2003-2005 werd de autoriteiten en de publieke opinie aangeboden op het secretariaat van de Braziliaanse Bisschoppenconferentie (CNBB). Aanwezig waren de voorzitter van de CNBB, bisschop Don Odilo Scherer en Don Tomaz Balduino, Lucia Helena Rangel, antropologe van de Universiteit van Sao Paulo en opsteller van het rapport, Tim Cahill, Brazilië-onderzoeker voor Amnesty, Saulo Feitosa, vice-secreatris van CIMI en vertegenwoordigers van de Inheemse Volken.
Het volledige rapport - in het Portugees ÕRelatŸrio de Viol•ncia contra os Povos IndÚgenas no BrasilÕ - is te vinden op de website van CIMI: www.cimi.org.br
Voor meer informatie: Magali Neumann of Stichting Steungroep CIMI, info@indianeninbrasil.nl ; tel. 045-572.25.03
|
|
top
|
| print |
|
Tussen 21 en 23 september 2007 werd in het dorp Tey´ kue (deelstaat Mato Grosso do Sul) een actie gelanceerd onder het motto: ‘Het volk der Guarani: een groot volk’.
De campagne is bedoeld om de samenleving de kracht van dit volk te tonen is en om hun strijd voor hun rechten te versterken, in het bijzonder in relatie tot hun eigen bestaan en tot de grond waarop zij leven.
Er wonen op dit moment 225.000 mensen van het Guarani-volk in Zuid-Amerika: in Argentinië, Paraguay, Uruguay, Bolivia en Brazilië. In ons land Brazilië vormen zij, verspreid over diverse deelstaten, met ongeveer 50.000 leden het grootste Inheemse Volk.
Hoewel er vele verwijzingen naar hen bestaan in b.v. literatuur, muziek, schilderkunst en film, blijven zij vreemd genoeg praktisch onzichtbaar Wat men weet is dat hun kinderen aan ondervoeding sterven, dat hun land bezet wordt, dat velen van hen slachtoffer zijn van moordpartijen en dat de overheid hun elementaire rechten miskent. Toch blijft het volk in sommige streken, waaronder metropolen als São Paulo en Porto Alegre zich verweren. Zij vechten om de rest van hun grond terug te krijgen, waarbij ze hun cultuur en taal willen handhaven, hun manier van leven en hun op solidariteit gegrondveste economie.
De campagne werd gestart in aanwezigheid van de leiders van de Assemblee van het Guarani-volk en vele andere leiders van Inheemse Volken in Latijns Amerika. Steunorganisaties vanuit de Boerenbeweging, vanuit de kerken zoals CIMI hebben zich achter de campagne geschaard.
Achtergrond van de campagne
Sinds 2005 lopen er gesprekken om de acties te gaan bundelen. In 2006 vond de Eerste Continentale Guarani-vergadering plaats. Plek van handeling was São Gabriel (Rio Grande do Sul – Br.), waar de strijd o.l.v. Indianenleider Sepé Tiaraju, 250 jaar voordien, herdacht werd. (Zie archief van deze website). De 1500 aanwezige Guarani uit de verschillende landen besloten daar hun krachten weer te gaan bundelen voor een gemeenschappelijke strijd en tijdens het jaar dat volgde bereidden ze een grote campagne voor, bedoeld voor de verschillende landen van Latijns Amerika. Er werd een actieplan opgezet en de actie werd voorbereid door het maken van folders, reclamecampagne in tijdschriften en het inrichten van een website. Daarnaast werd de Verklaring ‘Verdediging van Leven, Grond en Toekomst’ voorbereid. Hieraan werkten ondermeer mee de organisatie van Guarani-docenten en mensen van CIMI.
In april 2007 kwam in Porto Alegre de Tweede Algemene Vergadering bijeen. De doelstellingen werden er verduidelijkt en men stelde zich unaniem achter het voorstel om te komen tot een grote, gemeenschappelijke campagne.
Bron: CIMI, sept. 2007
|
|
top
|
print |
|
Dinsdag 26 Juni, 2007.
Vanavond hebben ongeveer 1200 mensen het gebied in Cabr·b· bezet waar constructie-eenheden van het leger afgelopen maand zijn begonnen met het graven van vaargeulen voor een omleiding van de São Francisco-rivier, het eerste gedeelte van een omstreden project van de federale regering.
Met deze actie willen de bezetters een sta-in-de-weg zijn voor de voortgang van het werk en trachten op deze manier het gebied van het inheemse volk van de TrukŸ, terug te krijgen, een gebied dat hen in eigendom toebehoort.
De 1200 mensen hebben in het gebied hun tenten opgeslagen en er is geen tijd bepaald hoelang zij er zullen blijven. Tot het einde van de dag zal het aantal deelnemers nog aangroeien.
Er bevinden zich vertegenwoordigers van sociale instellingen. volksbewegingen, traditionele groeperingen uit de provincies Minas Gerais, Pernambuco, Sergipe, Alagoas, Bahia en CearŸ. Zij vragen met klem het project te willen stoppen en dat er wordt uitgezien naar toepassing van geÎigende en geschikte technologieÎn voor leven in dit onvruchtbare gebied.
(Een manifest van het kampement in de Portugese taal is te vinden op de site van CIMI: www.cimi.org.br ).
|
|
top
|
print |
|
De pas kort geleden geïnstalleerde CNPI (Vrij vertaald: Nationale Commissie voor Inheems Beleid) moet een wetsontwerp over mijnbouw in Inheemse Gebieden gaan bespreken. De inheemse leiders en de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties uit de commissie hebben gepleit voor het bespreken van dit voorstel tegelijk met het Statuut van de Inheemse Volken, dat al meer dan tien jaar op behandeling wacht in het Congres. Het voorstel werd aangenomen en opgenomen in de agenda voor de volgende vergadering van de CNPI op 12 juli.
Volgens het wetsontwerp moet de ontginning gaan gebeuren door bedrijven, de inheemse gemeenschap zelf of door een samenwerking tussen die twee. Verder impliceert het wetsontwerp dat de getroffen gemeenschap wel eisen aan de ontginningsprojecten kan stellen, maar dat zij deze niet mogen verwerpen. Daarnaast zal 3% van de omzet ten goede komen aan de Inheemse Volken, waarvan de helft naar een door de Funai (regeringsinstantie belast met de bescherming van de Indianen) aangewezen doel zal gaan. De andere helft gaat naar een comitù waar de inheemse gemeenschap deel van uitmaakt. Dit betekent dat slechts 1,5% van de omzet van ontginningsprojecten in Inheemse Gebied naar de getroffen gemeenschap gaat, maar dat deze daar geen directe zeggenschap over zal hebben.
Zowel inheemse leiders als verschillende maatschappelijke organisaties waarschuwen voor de aanzienlijke gevolgen voor het milieu en de leefomstandigheden van de Inheemse Volken van dit wetsontwerp. Als reactie op het voorstel hebben de Yanomami-docenten een brief geschreven aan de CNPI en President Lula waarin zij hun angst uitdrukken voor de gevolgen van het aannemen van het wetsontwerp door het Nationale Congres.
Voor het gehele artikel en een samenvatting van de brief aan de CNPI en de President, zie onder.
|
|
|
Inheemse beweging wil het onderwerp tegelijk met het Statuut van de Inheemse Volken bespreken, dat al meer dan veertien jaar bij het Congres ligt. Een wetsontwerp werd overhandigd aan de leden van de CNPI (Vrij vertaald: Nationale Commissie voor Inheems Beleid). Het voorstel impliceert dat 3% van de omzet van de ontginning ten goede komt aan de Inheemse Volken. De getroffen gemeenschap krijgt hier slechts de helft van en zal dit niet direct beheren.
De voorzitter van de Funai (regeringsinstantie belast met de bescherming van de Indianen), MŸrcio Meira, heeft dinsdag verdedigd dat de CNPI de mijnbouw in Inheemse Gebieden moet gaan bespreken tijdens de volgende vergadering op 12 juli. Dit voorstel werd direct bekritiseerd door zowel de inheemse leiders als de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties van de commissie en zorgde voor ophef in de eerste vergadering. Zij zeiden dat dit thema samen met het Estatuto dos Povos Indgenas (Statuut van de Inheemse Volken), dat al 14 jaar op behandeling in het Congres wacht, moest worden besproken. Het voorstel werd aangenomen en opgenomen in de agenda van de volgende vergadering.
"We moeten stoppen met de hypocrisie rond dit onderwerp. De leden van de commissie hebben het recht hierover te worden geÊnformeerd", zei Meira. Hij liet weten dat hij publiekelijk al had beloofd de mijnbouw in Inheemse Gebieden ter discussie te stellen en vindt het belangrijk hiermee te beginnen, zodat de standpunten van de belanghebbenden aan het licht komen. De extra vergadering in juli werd aangevraagd door Meira en heeft volgens hem alleen tot doel voortgang te maken in de werkzaamheden van de commissie.
De regering heeft een wetsontwerp opgesteld over mijnbouw in Inheemse Gebieden, dat ter beschikking werd gesteld aan de leden van de commissie, maar nog niet officieel is goedgekeurd. Grote ondernemingen oefenen druk uit om ontginning van mineralen in Inheemse Gebieden te liberaliseren, wat grote gevolgen zal hebben voor het (sociale) milieu.
Het wetsontwerp over mijnbouw impliceert dat de ontginning wordt uitgevoerd door bedrijven, door de inheemse gemeenschap of door een samenwerking tussen die twee. Volgens het voorstel kunnen de getroffen gemeenschappen eisen stellen aan de invulling van de projecten, maar krijgt alleen de Funai het voorrecht de projecten te verwerpen. Verder zal 3% van de omzet ten goede komen aan de Inheemse Volken. De helft hiervan gaat naar een door de Funai aangewezen doel en alleen over de andere helft zal een comitù de beschikking hebben. In dit comitù heeft de inheemse gemeenschap zitting, maar ook andere, nog niet gedefinieerde, instituties. Ofwel, slechts 1,5% van de opbrengst gaat naar de getroffen inheemse groep, maar die zal er geen directe zeggenschap over hebben.
Eliton GaviÒo bekritiseerde het feit dat een thema wat al vastligt werd geanalyseerd voordat de besprekingen over de installatie van de CNPI waren afgerond. Volgens hem moesten de inheemse gemeenschappen beter op de hoogte zijn van het onderwerp om zich er over uit te kunnen spreken. Hij ondersteunde de inheemse leiders, die bang zijn dat de toestemming voor mijnbouw in hun gebieden aantasting van het milieu en het inlijven van leiders tot gevolg zal hebben.
Zo hadden de Yanomami al een vast standpunt omtrent het onderwerp voor de eerste vergadering van de commissie. Zij denken dat de mijnbouw de ondergang van hun gebieden kan betekenen. Daarom schreven de Yanomami-docenten een brief geadresseerd aan de CNPI en president Lula. In een fragment van de brief schrijven de docenten: "Ons gebied is al officieel goedgekeurd en staat geregistreerd. Wij hebben het land nodig om te leven, te vissen, te jagen, voor landbouw en het bouwen van onze huizen. Wij zijn zeker van onze voeding, dat ons, zonen van het erfgoed van Omama, schepper der wereld, door de natuur wordt geschonken. Wij denken niet zoals jullie blanken denken. Wij willen geen geld, wij willen dat ons volk goed leeft, gelukkig en gezond". Zie onder voor een samenvatting van de hele brief.
De inheemse leiders denken dat het Statuut van de Inheemse Volken een reglementair keerpunt kan zijn voor een geÊntegreerd geheel van publiek beleid op het gebied van onder andere gezondheid, onderwijs, leefklimaat en zekerheid van voedselvoorziening. Als controversiÎle themaªs in het belang van grote bedrijven, zoals mijnbouw en genetische landbouw, echter ùùn voor ùùn worden goedgekeurd, zal dat tot gevolg hebben dat besluiten over onderwerpen in het belang van de Inheemse Volken nog steeds genomen worden in de achterkamers van de regering.
Volgens Raul do Valle van de ISA (NGO die opkomt voor milieu- en sociale kwesties) is de legalisering van ontginning in Inheemse Gebieden door bedrijven geen alternatief voor de illegale mijnbouw.
Saulo Feitosa van het CIMI benadrukte dat ze de kwestie van het ontginnen willen bespreken. Het probleem is alleen hoe dat moet worden aangepakt. "Ik vind het heel slecht dat we het werk van de CNPI beginnen met het vooruitlopen op dit debat". Hij dringt er op aan dat het thema van het ontginnen moet worden besproken tegelijk met het Statuut van de Inheemse Volken. "Het verdoezelen van dit vraagstuk uit het statuut was het werk van de regering van Cardoso, tien jaar geleden, om de mijnindustrie tegemoet te komen."
Op de eerste vergadering van de CNPI, 4 en 5 juni, werd het intern reglement goedgekeurd en negen subcommissies ingesteld. Elke subcommissie krijgt een co›rdinator van regeringszijde en een co›rdinator gekozen uit de inheemse leiders of uit de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties van de commissie. De CNPI, met verder nog vertegenwoordigers van verschillende ministeries, is opgenomen in de structuur van het Ministerie van Justitie en zal richtlijnen gaan opstellen voor het Inheems Beleid.
De inheemse beweging wilde dat de CNPI een stemgerechtigd karakter zou krijgen. Na moeizame onderhandelingen met de regering moesten de inheemse leiders dit opgeven en langer wachten tot hun eis zou worden ingewilligd. Volgens het dinsdag goedgekeurde reglement is een van de functies van de CNPI een wetsontwerp op te stellen voor de toekomstige Conselho Nacional de Poltica Indigenista (Vrij vertaald: Nationale Raad voor Inheemse Kwesties) die wel een stemgerechtigd karakter zal krijgen. De verantwoordelijke subcommissie heeft tot 10 oktober om een voorstel te presenteren.
|
|
|
|
|
|
|
Auaris, 2 juni 2007
Aan Zijne Excellentie de President van de Republiek Luiz InŸcio Lula da Silva.
Wij Yanomami-docenten ontvingen een bericht dat ons veel zorgen baart. Wij hoorden dat de Federale regering door middel van een wet al het inheemse land ter beschikking wil stellen voor het ontginnen van mineralen. Dit is een grote bedreiging voor de Inheemse Volken in heel Brazilië en zal vele problemen voor hen meebrengen op het gebied van gezondheid, milieu en de gemeenschap. Wij zijn tegen het naar het Nationaal Congres sturen van dit voorstel zonder ons, Inheemse Volken, te respecteren en te raadplegen.
Met het goedkeuren van dit voorstel zullen zich vele problemen voordoen. Er zal ontbossing plaatsvinden, de rivieren zullen worden vervuild, de jacht wordt moeilijker, waardoor ziekten zoals malaria, tuberculose, diarree en longontsteking zich zullen verspreiden. Wij willen niet nog eens lijden zoals in 1980, toen onze kinderen ziek werden door malaria toen de goudzoekers naar onze gebieden kwamen. We willen niet nog eens tien jaar doorbrengen waarin meer mensen sterven dan geboren worden. Verder zullen ontginningsbedrijven geweld, prostitutie en alcohol met zich meenemen, zoals al eerder is gebeurd in ons land.
Ons gebied is al officieel goedgekeurd en staat geregistreerd. Wij hebben het land nodig om te leven, te vissen, te jagen, voor landbouw en het bouwen van onze huizen. Wij zijn zeker van onze voeding, dat ons, zonen van het erfgoed van Omama, schepper der wereld, door de natuur wordt geschonken. Wij denken niet zoals jullie blanken denken. Wij willen geen geld, wij willen dat ons volk goed leeft, gelukkig en gezond.
De wet die Zijne Excellentie wil doorvoeren gaat ons verplichten tot dat wat wij niet willen: de mijnbouw binnenlaten in onze gebieden.
Al ons land is heilig. Zou het dat de blanken het belang van levend bos niet begrijpen?
Sommigen zeggen dat Brazilië zich moet ontwikkelen om de armoede tegen te gaan. Daarvoor moet bos worden geÎxploiteerd, mineralen ontgonnen en wegen worden geopend. Maar Brazilië ontwikkelen betekent niet het vernietigen van bos zoals in het verleden is gebeurd. En heeft Brazilië zich ontwikkeld? Is alle armoede verdwenen? Is iedereen rijk en zonder honger? Het bos van Brazilië raakt op, maar armoede duurt voort.
Daarom hebben wij, docenten, besloten ons standpunt tegen dit wetsontwerp en het sturen daarvan naar het Nationaal Congres aan u, de President, kenbaar te maken.
|
|
|
|
Bron: CIMI, Indianenpastoraat. 11 juni 2007
http://www.cimi.org.br/?system=news&action=read&id=2604&eid=257
Vertaling en samenvatting: Taco Schreij
|
|
top
|
print |
|
Het slotdocument van de zesde sessie van het Permanent Forum voor Inheemse Kwesties van de VN (25 mei 2007) pleit er voor dat inheemse volken “vooraf, in vrije wil en geïnformeerd” hun toestemming moeten geven voor projecten die in hun gebied plaats vinden. Overheden moeten dit principe toepassen wanneer zij ontwikkelingsprojecten of andere activiteiten willen uitvoeren in inheemse gebieden. Deze oproep getuigt van het sterke geloof van de inheemse volken dat het recht op toegang en beheer van de gemeenschappelijke inheemse gebieden en de natuurlijke rijkdommen van essentieel belang is voor de overleving van de inheemse volken. Garantie van de inheemse gebieden zorgt voor vermindering van armoede, voorkomt conflicten en lost deze op, en zorgt voor goed intern bestuur.
Daarnaast vraagt het Forum aan de General Assembly van de Verenigde Naties om de Verklaring voor Rechten van Inheemse Volken nog tijdens de huidige zitting van de Assembly aan te nemen. Zes maanden geleden werd de goedkeuring van de verklaring, die al wel is aangenomen door de VN Mensenrechtenraad, uitgesteld. Met name ten gevolge van bezwaren van Australië, Canada en Nieuw Zeeland. Afgelopen week diende een groep van Afrikaanse landen een aantal amendementen in. Deze werden door verscheidene inheemse organisaties verworpen als zijnde “onaanvaardbaar en niet in overeenstemming met internationale wetgeving voor de mensenrechten”. Tot op heden is er geen duidelijkheid wat er verder zal gebeuren met de Verklaring.
Tijdens de zesde sessie van het Forum werden tenslotte ook teksten omtrent armoedebestrijding, mensenrechten, en migratie naar de steden, goedgekeurd. Geconstateerd is dat veel regeringen in hun beleid voor armoedebestrijding vaak vergeten te spreken over inheemse volken en dat die volken ook niet deel hebben genomen aan het opstellen van dit beleid. Het Forum benadrukte dat het werken aan de Millenniumdoelstellingen van groot belang is, ook voor de inheemse volken.
Het Permanent Forum kwam bijeen in New York van 14 tot en met 25 mei. Het had de grootste deelname ooit, in totaal 2.500 personen. Het Forum, een subcomité van de Economische en Sociale Raad van de VN, bestaat uit 16 leden en heeft als hoofdtaak om deskundig advies te geven aan de genoemde Raad en aan het VN-apparaat over inheemse kwesties. Verder werkt het aan bewustwording en bevordert het de integratie en coördinatie van activiteiten met betrekking tot inheemse kwesties binnen het apparaat van de VN. Tenslotte bereidt het informatie voor over inheemse kwesties en verspreidt deze.
De Voorzitter van het Forum Victoria Tauli-Corpuz van de Filippijnen zei in de persconferentie: “Kwesties in verband met inheems land en natuurlijke rijkdommen zijn complex, maar de vertegenwoordigers van inheemse volken toonden tijdens de afgelopen twee weken dat zij geen slachtoffers zijn. Zij kwamen niet naar New York om te klagen, nee, zij kwamen om samen te werken en duidelijk advies te formuleren aan overheden en intergouvernementele organisaties over hoe zij kunnen voldoen aan de behoefte van de inheemse volken om te overleven.”
De volgende sessie van het Permanent Forum voor Inheemse Kwesties zal plaatsvinden van 21 april tot 2 mei 2008 in New York.
Bron: http://www.un.org/News/Press/docs//2007/hr4926.doc.htm
|
|
top
|
print |
|
In het zojuist verschenen jaarverslag 2007 van Amnesty's verslag van 2007 over de staat van de mensenrechten in de wereld onder meer aandacht voor de Tupinikim en Guarani indianen in hun strijd tegen het bedrijf Aracruz Celulose. Amnesty maakt melding van de gewelddadige ontruiming van enekle indianendorpen door de federale politie. Dertien indianen raakten gewond en twee dorpen zijn afgebrand tijdens een aanval met helikopters, honden, rubberen kogels en traangas. Aracruz Celulose gaf logistieke steun aan de aanval. Positief is dat justitie een zaak won tegen de campagne van Aracruz, die de indianen in een publiciteitscampagne discrimineerde en zwart maakte.
Verder maakt Amnesty melding van de rechtszaak tegen twee verdachten van de moord op Vicente Cañas Costa, een Spaanse Jezuïet die zich inspande voor de inheemse bevolking in de deelstaat Mato Grosso. De moord vond plaats 1987. Justitie erkent nu dat Vicente Cañas Costa werd vermoord en dat in het oorspronkelijke proces grove fouten zijn gemaakt.
Het volledige hoofdstuk over Brazilië (Engels)
Het
volledige rapport van Amnesty (Engels)
(Vertaling/samenvatting Bert Ernste)
|
top
|
print |
|
De leveringen van voedselpakketten aan het inheemse gebied Dourados zijn weer gestart en de overheid treft maatregelen om de situatie in het gebied te regularizeren.
Na de eerste Urgent Action van Amnesty ontkende het Ministerie van Gezondheid dat de sterfgevallen in het inheems gebied Dourados veroorzaakt zouden zijn door ondervoeding, hiermee een arts van Funasa (Fundação Nacional de Saúde - de Nationale Stichting voor Gezondheid), die de baby’s behandelde, tegensprekend.
Funasa liet wel weten dat één van de drie sterfgevallen in feite aan ouderlijke verwaarlozing toe te schrijven was, en niet, zoals in de kranten was geschreven, door ondervoeding was veroorzaakt, NGO’s die in Dourados werken zijn er echter van overtuigd dat ook dit sterfgeval alles te maken heeft met de bredere onderliggende armoede en sociale ontbering van de Kaiowa Guarani.
Publieke aandacht voor de sterfgevallen van de inheemse kinderen heeft uiteindelijk een belangrijke invloed gehad op het overheidsbeleid.
Op 28 maart organiseerde het Federale Openbare Ministerie een overleg met inheemse leiders, antropologen, activisten en federale autoriteiten om oplossingen te bespreken voor de ‘humanitaire crisis’ in Mato Grosso do Sul. Uit het overleg werd duidelijk dat de distributie van voedselpakketten gegarandeerd moest worden en dat de enige oplossing op lange termijn het versnellen van de identificatie en afbakening van inheems land is. In de woorden van een lid van de Guarani-gemeenschap, Ambrósio Vilalba: “dat wat honger bestrijdt is land”. (Quem combate a fome é terra).
Op 19 april, de Dag van de Indiaan (Dia do Índio), deed President Luiz Inácio Lula da Silva de belofte om een interministeriële commissie voor de situatie in Dourados in te stellen, en om te zorgen dat de samenwerking tussen federale organismen, zoals Funai (Fundação Nacional do Índio - Nationale Stichting voor Inheemse kwesties), Funasa en de Ministeries te verbeteren om toekomstige crisissen te verkomen. Ondertussen vragen federale afgevaardigden ook om een parlementair onderzoek naar de sterfgevallen door ondervoeding in het inheems gebied Dourados.
De onlangs benoemde voorzitter van FUNAI, Márcio Meira, bevestigde diezelfde dag in een radiogesprek dat het probleem van ondervoeding in Dourados “uiterst ernstig” was. Hij zei dat hoewel de laatste gezamenlijke actie van de federale overheid en staatsoverheid, het risico van ondervoeding had verminderd, “het land van de Kaiowa Guarani klein is, de situatie zorgelijk en dat wij hier een veel complexer probleem hebben̵. (As terras indígenas são precárias, são pequenas e temos um problema muito mais complexo ali.)
Structurele armoede, het opeen gepakt zijn in klein gebied, en sociale ontbering vragen nog steeds hun tol in Dourados. Volgens Funasa stierf op 25 april in het dorp Bororó wederom een baby van zes weken, Anderson Amarilha, aan een combinatie van ondervoeding, uitdroging en buikgriep.
Amnesty International hoopt dat de huidige maatregelen verdere sterfgevallen zullen verkomen en zal de situatie blijven controleren. Op dit moment wordt geen verdere actie gevraagd. Veel dank aan iedereen die heeft gereageerd.
|
|
top
|
print |
|
16th of April 2007, Porto Alegre - Brazil
Meeting in Parque Harmonia in Porto Alegre, Rio Grande do Sul, Brazil, 11-14 April, 2007, we Guarani people present in Brazil, Argentina, Paraguay, Uruguay and Bolivia, with more than 800 persons, wish to make public the historic accounts of our elders and to present our proposals for a better world. In spite of all the violence practiced throughout the past 500 years, we resist. Today we are more than 325 thousand people, one of the major peoples of America. By means of our continental meetings we hold the memory of the struggle of our ancestors and announce the hope for the future we construct with our own hands.
The lack of land is the principle problem afflicting our people. We cannot live without the land and the land cannot live without our people. We form a single body. The absence of land does not permit us to live according to our culture. Our youth are obligated to search for work in other locations not allowing time to learn from our elders.
Our people have always lived with much respect in relation to nature. The true forest is our principal location for construction of our villages and the living of our culture. Without the forest, the water, the rivers and all of the beings that inhabit it, it is not possible for us to live. For millions of years we have lived in this nature, respecting and living with her. Today we perceive, with profound sadness, that there remains little true forest, that the rivers are becoming polluted and the animals becoming extinct. In spite of this, what remains of the true forest is being transformed into reserves and environmental parks; these for us are sacred places, but the non-indigenous impede us from occupying them. This is due to non-Indian greed that needs to destroy everything in order to say that progress is being made. Still today the non-Indian is perceiving that their own land is warming up and could disappear. Our ancients always said that this could happen if nature was not respected. Because of this we affirm that the demarcation of our lands is a good for all humanity, because we will never destroy it.
Our territory, Yvy Rupá, was cut, various times, by borders between nations and states. There have been wars to rob our lands. For this, today, our people are divided between Brazil, Argentina, Uruguay, Paraguay and Bolivia. For us there are no borders. We continue to visit our families and attempt to walk freely as has been done in times past. However, we perceive each time these countries develop policies that prevent us from living our mode. In some countries we are called strangers, foreigners and told that it is not possible to recognize the right to our lands because they do not pertain to us. Just the same, we continue struggling for our territory and for the end of all type of boundary that impedes our living in liberty.
We always develop our education with a base in the values and teachings passed on by our ancients, our place of education and the house of prayer. Today we have schools in nearly all villages, and many schools do not respect our skill in teaching the children, wanting us to learn identically to the non-indigenous. In spite of our having sought laws that guarantee differentiated education, we perceive that some nations and states are not competent to develop the differentiated education. The school needs to be made in our manner, with our professors and programs developed by our people so that they contribute to our communities and that are not of a mode destructive to our culture. We need from nations and states special secretaries with professional competence to attend to the Guarani schools. In the same way, we want health care undertaken respecting our traditional knowledge.
|
|
top
|
print |
Voor het Nationaal Congres te
Brasilia hebben tijdens de Week van de Indiaan 1000 Indianen, van verschillende inheemse volkeren, hun tenten van
zwart plastic opgeslagen. Van de Braziliaanse regering eisen zij de afgrenzing
van wat hun oorspronkelijke grondgebieden zijn, en zij eisen een debat over de
grote infrastructurele projecten, die zeer negatieve effecten zullen hebben op
hun voorouderlijke gebieden.
Het tentenkamp heet A Terra Livre, hetgeen Vrij Land
betekent. Het wordt de vierde keer georganiseerd dit jaar. Het vindt altijd
plaats in de week van de 19de april, omdat in Brazilië dan de Nationale
Indianendag valt. De manifestatie begon maandag met een discussie over het
regeringsproject PAC (een soort versnellingsagenda voor de economische groei),
waarin verschillende infrastructurele projecten, zoals dammen en
waterkrachtcentrales, samenkomen en landelijk aan elkaar gekoppeld worden. Er
zijn geen onderzoeken gedaan naar de effecten van zulke projecten op de
gebieden van de inheemse inwoners, zoals overstromingen, de vernietiging van
visgebieden, de bevordering van monoculturen met hun negatieve gevolgen voor
het milieu.
"We wensen hierover ingelicht en erbij betrokken te worden
voordat deze werken een aanvang nemen", liet Jecinaldo Cabral, Indianenleider
en secretaris van de Indianenorganisatie Coiab, weten.
Een afvaardiging van de Funai, de regeringsorganisatie die
over Indianenkwesties gaat, was eveneens aanwezig op het tentenkamp, inclusief
de nieuwe directeur Marcio Meira. Tijdens zijn toespraak zegde hij toe de
demarcatieprocessen van dichtbij te zullen volgen en dat hij
ontwikkelingsprojecten zal laten uitvoeren in de reeds gedemarkeerde gebieden.
Ook kondigde hij aan de Indianengebieden vaker te bezoeken, met als doel een
permanente dialoog met de bewoners te onderhouden. Zijn laatste belofte was de
oprichting van een Nationale Raad voor Indianenbeleid, een reeds lang bestaande
eis van het tentenkamp. Een overwinning voor de inheemse volkeren!
Op 19 april vond het gesprek met president Lula plaats. Deze
installeerde inderdaad de Nationale Raad voor Indianenbeleid: 20 Inheemse
leiders en 4 vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties zullen
richtlijnen bekijken voor Inheems Beleid van de Federale Regering en zullen
wetsontwerpen gaan volgen. Lula sprak de hoop uit dat zowel de nationale
regering als de Inheemse Volken van nu af hun verantwoordelijkheid zullen
nemen.
Behalve dit succes was er ook nog de minister van Justitie
die zijn handtekening zette onder de demarcatie van 7 inheemse gebieden. Een
resultaat voor de indianen die na jaren van strijd eindelijk op hun
traditionele grond kunnen gaan wonen.
Bron: CIMI, 19 april 2007
|
|
top
|
print |
Op 9 januari j.l hebben grootgrondbezitters een groep Kaiowa-indianen aangevallen. Families, die waren teruggekeerd naar hun tekoha, hun oorspronkelijk woongebied, in de deelstaat Mato Grosso do Sul.
De indiaanse vrouw Kuret• Lopez, ongeveer 70 jaar oud, werd gedood door een schot in haar borst, toen de families op een hardhandige manier in een vrachtauto en bus werden geduwd. Dit gebeurde in de ochtend toen ook een inheemse man, Valdicir Ximenez, gewond was geraakt. De verdenking bestaat dat schutters, ingehuurd door grootgrondbezitters, de schoten hebben gelost. Nog niet voldaan van deze wreedheden dreven zij de andere inheemse mensen naar een plaats buiten de stad Coronel Sapucaia.
Op deze dag werden vier indianen gevangen genomen, toen zij probeerden hulp te zoeken voor hun familieleden. Zij werden aangevallen en een indiaans kind, dat flauw viel, werd door de grootgrondbezitters meegenomen. Opnieuw een bewijs van het geweld en de haatgevoelens waar de inheemse bevolking, op zoek naar een stuk land om te kunnen overleven, mee te maken heeft.
Private veiligheidsdiensten, door de boeren ingehuurd, kunnen straffeloos optreden. Alles wordt nog verergerd door het trage handelen van de federale regering om de afbakening van het inheems land te garanderen, hetgeen is bepaald in de Braziliaanse grondwet. Het is weerzinwekkend dat geweld en moordpartijen jegens de inheemse bevolking blijven voortduren. (In 2006 werden 40 inheemse mensen vermoord in Brazilië, van wie 20 in Mato Grosso del Sul.)
Vergelijkbare misdaden wachten nog op een gerechtelijk vonnis. CIMI vraagt een onmiddellijk onderzoek van de feiten en het bestraffen van de verdachten om meer lijden, doden en volkerenmoord van het Kaiowa-Guarani-volk te voorkomen.
Brasilia 10 januari 2007
Ondersteun de oproep aan de minister van Justitie!
www.indianeninbrasil.nl
|
|
top
|
print |
CIMI bracht eind mei een rapport uit over geweld en schending van rechten van Inheemse Volken over de jaren 2003-2005. De gegevens komen van de werkers in het veld van CIMI en van kranten. Vice-directeur Saulo Feitoso van CIMI ziet een omgekeerde relatie tussen de jaarcijfers over de teruggave van land en die over de geweldsituaties waarmee de Indianen geconfronteerd worden: hoe minder land er gedemarkeerd wordt, hoe meer geweldsfeiten er geregistreerd worden. Tegenover gemiddeld 6 demarcaties per jaar staan gemiddeld 40 gevallen van moord.
Over 2003, 2004 en 2005 worden achtereenvolgens 42, 37 en 43 gevallen van moord gemeld waarvan Inheemse Volken het slachtoffer werden. Opvallend daarbij is de toename vorig jaar van moord in eigen kring, als gevolg van familieconflicten en ruzies van intern-politieke aard.
Het merendeel hiervan vond plaats in de deelstaat Mato Grosso do Sul en heeft te maken met de enorme spanningen waarmee vooral de Guarani-KaiowÇgemeenschappen in het dagelijks leven kampen: zij moeten wonen op kleine stukjes grond, in tentenkampen langs de openbare weg en op gebieden toegewezen aan andere Indianenvolken met wie ze dan maar moeten samenleven. Grond om iets te verbouwen is er vrijwel niet en de mannen zijn gedwongen werk buiten hun dorpen te zoeken, werk met een salaris waarvan hun gezinnen nauwelijks kunnen leven.
De precaire situatie van de Guarani-KaiowÇ komt ook naar voren in het aantal gevallen van zelfdoding bij hen. In 2003 waren dat er 22, in 2004 18 en helaas in 2005 weer meer: 28 gevallen. Voor alle Inheemse Volken in Brazilië samen waren de cijfers voor deze jaren respectievelijk 24, 18 en 31. Vooral jonge Guarani onder de 20 jaar blijken weinig perspectief in hun slechte levenssituatie te zien. Daarbij komt het geloof van de Guarani, van oorsprong een nomadenvolk, een geloof dat hen leert "te zoeken naar het land zonder kwaad". Als ze dat land niet in dit leven kunnen vinden, zoeken ze het wellicht in een ander leven.
Pogingen tot moord
Voor heel Brazilië melden de cijfers 23 gevallen over 2003 . Deze waren 21 maal gericht op individuele personen en twee maal op de complete gemeenschap. In 2004 waren er 38 pogingen waarbij in totaal 51 personen betrokken waren en tot midden 2005 vonden er al 33 aanslagen plaats waarvan 62 personen het slachtoffer werden.
Doodsbedreigingen
Doodsbedreigingen worden geuit aan het adres van individuen maar ook van hele gemeenschappen. In 2003 bijvoorbeeld richtten die zich op 52 personen van de Xukuru-gemeenschap in de deelstaat Pernambuco, terwijl in de deelstaat Santa Catarina de complete Xokleng-gemeenschap van 1700 personen met de dood bedreigd werd. In 2004 werd de KoiupankÇ-gemeenschap in de deelstaat Alagoas bedreigd, evenals de leiders van Terena en de Guarani-KaiowÇ. In 2005 alle Macuxi- leerlingen van de Surumu-missiepost in de deelstaat Roraima.
Geweld en landconflicten
De landconflicten nemen eveneens toe. Geven de cijfers over 2003 een aantal van 26 aan, voor 2004 waren het er 41 en alleen al over de eerste helft van 2005 worden er 31 gemeld. Mato Grosso do Sul heeft telkens de hoogste aantallen, respectievelijk 23, 28 en 17.
De conflicten hebben te maken met acties die het toewijzen van grond aan de Indianen willen verhinderen, met terreinbezettingen, met acties gericht op het verkleinen van indianengebied, het niet erkennen van de rechten op de traditionele grond enzovoort. Tegenstanders van de Indianen zijn houtkapbedrijven, rijstboeren, grootgrondbezitters e.d. Zij steken stukken bos in brand, verwoesten akkers van de Indianen, sturen er hun vee op, kappen er hout.
Het toekenningsproces, officieel vastgelegd in de Braziliaanse grondwet, heeft enorme vertraging opgelopen. De laatste drie jaren zijn er gevallen bekend waarbij alleen de handtekening van de president al een jaar op zich heeft laten wachten. Eind 2005 lagen er op het Ministerie van Justitie 27 processen op afhandeling te wachten.
Slechte staat van het onderwijs
Het rapport stelt ook de onderwijssituatie in de inheemse gebieden aan de kaak. De Indianen hebben recht op eigen onderwijs, d.w.z. in de eigen taal (naast het Portugees) en met een eigen aangepast curriculum. In de deelstaten Amazonas, ParaÚba, Mato Grosso, ParÇ, Tocantins, Santa Catarina en ParanÇ is hier weinig van te merken. Het curriculum sluit er niet aan bij de dagelijkse werkelijkheid van de Inheemse Volken. Feesten en rituelen van de Indianen komen niet aan de orde; alleen nationale feestdagen worden gevierd. Meestal zijn er ook maar vier leerjaren. De dorpen eisen het volle programma en in sommige deelstaten wil men vervolgonderwijs in de dorpen, omdat leerlingen als ze naar de stad gaan te maken krijgen met discriminatie op school.
Het rapport wijst eveneens op de achterstand in betalingen aan het schoolpersoneel en op de vaak slechte staat waarin schoolgebouwen verkeren.
Geweld gericht tegen kinderen en jongeren
Het geweld waarmee de Inheemse Volken geconfronteerd worden beperkt zich niet tot de volwassenen. In de reeds genoemde gevallen van agressie jegens hele dorpen en gemeenschappen raakt dit ook de kinderen en de jongeren. Ze krijgen te maken met onzekerheid en afschuwelijke situaties, de angst en de ontberingen van de grondconflicten met de bezettingsacties, het opeengepakt moeten wonen op kleine stukken grond in de berm van de weg. In het op landbouwgebied zo rijke Brazilië sterven er Indianenkinderen van ondervoeding.
Het rapport vraagt speciale aandacht voor de jeugd en noemt opnieuw Mato Grosso do Sul als onrustbarend voorbeeld. Bij de 51 pogingen tot doodslag in 2005 was 10 maal het leven van jongeren in het geding.
Seksueel geweld
In het overzicht wordt een toename van seksueel geweld genoemd. Verkrachtingen, pogingen hiertoe, mishandeling en aanzetten tot prostitutie. Het betreft al meisjes tussen de 6 en 13 jaar. Dramatisch is dat hier ook Indianen niet alleen slachtoffers zijn, maar ook daders worden, met name waar zij dichtbij de steden wonen.
Geweld en ge”soleerd levende volken
In het slotdeel wordt de situatie genoemd van Inheemse Volken die geen of weinig contact hebben met de blanken. Van de 60 volken die men kent lopen er ten minste 17 het risico uit te sterven als gevolg van genocidenpraktijken. Illegale landbezetters, houtkapbedrijven en grootgrondbezitters nemen huurmoordenaars in dienst om een eind te maken aan de presentie van Inheemse Volken. De strategie is om zodoende demarcatie van het land en toewijzing van de grond aan de Inheemse Volken onmogelijk te maken.
Het rapport Geweld en schending rechten Inheemse Volken 2003-2005 werd de autoriteiten en de publieke opinie aangeboden op het secretariaat van de Braziliaanse Bisschoppenconferentie (CNBB). Aanwezig waren de voorzitter van de CNBB, bisschop Don Odilo Scherer en Don Tomaz Balduino, Lucia Helena Rangel, antropologe van de Universiteit van Sao Paulo en opsteller van het rapport, Tim Cahill, Brazilië-onderzoeker voor Amnesty, Saulo Feitosa, vice-secreatris van CIMI en vertegenwoordigers van de Inheemse Volken.
Het volledige rapport - in het Portugees ÕRelatŸrio de Viol•ncia contra os Povos IndÚgenas no BrasilÕ - is te vinden op de website van CIMI: www.cimi.org.br
Voor meer informatie: Magali Neumann of Stichting Steungroep CIMI, info@indianeninbrasil.nl ; tel. 045-572.25.03
|
|
top
|
print |
|
Kardinaal Don Paulo Evaristo Arns heeft op 10 mei tijdens zijn ontmoeting met Paus
Benedictus XVI, sinds gisteren op bezoek in Brazilië, een brief overhandigd van de
inheemse beweging. Don Paulo willigde het verzoek van Edilson Martins Melgueiro,
Baniwa-indianen, in om een document van de Articulatie van Inheemse Volken van Brazilië
(Apib) aan de leider van de katholieke kerk te geven. De andere twee keren dat de paus
op bezoek was in Brazilië vond er een directe ontmoeting plaats tussen de Indianen
en de Paus. Dit keer stond Benedictus XVI daar niet voor open.
De brief spreekt over de strijd van de inheemse volken, de vervolgingen, invasies,
moorden, epidemieÎn en het steriliseren van inheemse vrouwen, “een waar proces van
genocide”. Maar ondanks dit alles, zijn de inheemse volken de laatste jaren juist weer
gegroeid, door hun kracht en verzet. “We hebben altijd voor een pacifistische weg
gekozen in onze strijd om onze historische rechten en daarbij vonden we altijd de
solidariteit van de kerk, met ontelbare missionarissen in heel het land, aan onze zijde.”
Het document vraagt om haast te maken bij het toekennen van de inheemse gebieden. Op
dit moment moet dit voor 61,7% nog geregeld worden. Ook stelt het vragen bij het
nieuwe ‘Versnelde Groei Plan’ (PAC) van president Luiz Inácio Lula da Silva.
“We zijn niet tegen economische groei van het land, maar we accepteren niet dat het op
een manier gebeurt waarbij onze gemeenschappen niet worden gehoord, en onze gebieden,
onze rivieren en onze bossen, onze integriteit en onze culturen niet worden
gerespecteerd.”
Apib bestaat uit Coiab (Samenwerkende Organisaties van Inheemse Volken uit de
Braziliaanse Amazone, waar meer dan 100 organisaties lid van zijn), Apoinme
(Samenwerking van Inheemse Volken uit het Noordoosten, de staat Minas Gerais
en de staat EspÈrito Santo) en Arpin-Sul (Samenwerking van Inheemse Volken uit
het Zuiden).
de brief van de Indianen (in het Portugees)
Voor meer informatie of direct contact ter plaatse:
Edilson Melgueiro - Coiab - +55 61 8167 6331
Priscila Carvalho - Cimi (persvoorlichter, ook engels) - +55 61 9979 6912
| |
top
|
print |
Op 30 maart werd Abril Ind’gena, Inheems April, gelanceerd in Brazilië: een maand vol activiteiten door en voor indianen. De aanleiding voor deze maand is de Dag van de Indiaan op 19 april. In 1940 werd deze dag in Mexico uitgekozen en dit werd later door andere landen, waaronder Brazili‘, overgenomen (sommige andere landen herdenken de Inheemse volken op 12 oktober, omdat dat de Dag van het Inheemse ras is).
In Brazili‘ is het dit jaar verkiezingsjaar en de noodzaak om President Lula te wijzen op zijn gemaakte, maar niet nagekomen beloftes aangaande inheemse kwesties is groot. Een Nationale Raad van Indianen, een Nationale Inheemse Conferentie en de erkenning van alle inheemse gebieden voor het einde van zijn mandaat.
Om bij de laatste belofte te beginnen: Lula is de slechts presterende president sinds 30 jaar als het gaat om het afbakenen van inheemse gebieden. Hij kiest liever voor accoorden met multinationals of met grootgrondbezitters. Agrobusiness gaat voor in zijn beleid. Het aantal toekenningen van inheemse gebieden staat op dit moment op 16 en dat is zelfs lager dan tijdens de militaire dictatuur. Als dit proces in dit tempo doorgaat, zal het nog 46 jaar duren voordat alle 850 inheemse gebieden zijn afgebakend.
Wat betreft de eerste belofte heeft Lula vorige week, een half jaar voor het einde van zijn mandaat, eindelijk een decreet ondertekend waarin de oprichting van een Nationale Commissie werd vastgelegd. Een overwinning voor de indianen en de inheemse organisaties. Al vraagt men zich hier wel af of het niet alleen iets van doen heeft met het feit dat het verkiezingsjaar is.
Net zoals met de Conferentie, de andere belofte. Van 10 tot 20 april staat deze geagendeerd, maar het lijkt erop dat vooral indianenleiders uitgenodigd worden die door de regeringsorganisatie voor inheemse kwesties (Funai) zijn uitgekozen. Of dat de meest objectieve en kritische zullen zijn, is nog maar de vraag.
De dialoog met regering Lula is en blijft moeilijk. Slechts na de twee kampementen van indianen in april 2003 en 2004 was het mogelijk om een gesprek met hem te krijgen. Daarom hebben de indianen, ondanks de geplande Conferentie, besloten om toch weer een derde kampement te houden. Meer dan 500 indianen komen tussen 3 en 6 april naar de hoofdstad Brasilia om op de groene grasvelden voor het Congres hun kampement op te slaan. Zij discussi‘ren over onderwerpen waar zij zich zorgen over maken. Het niet afbakenen van hun gebieden, de slechte kwaliteit van onderwijs in de inheemse dorpen, en vooral de slechte gezondheidssituatie. De toename van het aantal malariagevallen onder de Yanomami, het hoge aantal kinderen met ondervoedingsverschijnselen en deze week stierven wederom twee Guarani-Kaiow‡ kinderen, omdat zij al drie maanden langs de weg kamperen, omdat zij van hun land zijn gezet. En dit terwijl dit land al als inheems gebied erkend was door president Lula. Een onrechtvaardigheid die door niemand is te begrijpen. Behalve door de grootgrondbezitters.
Andere activiteiten die in de maand april zullen plaatsvinden: een seminarium van inheemse vrouwen, de herdenking van de erkenning van Raposa Serra do Sol (een inheems gebied dat vorig jaar op 15 april na 25 jaar strijd werd erkend, en als symbool voor de strijd geldt), en politieke en culturele activiteiten in de verschillende deelstaten.
Meer informatie:
www.cimi.org.br (portugees, engels)
www.indianeninbrasil.nl (nederlands)
|
top
|
print |
Met pijn in ons hart berichten we u het plotselinge overlijden van Dom Franco Masserdotti, de bisschop die namens de katholieke kerk in Brazili‘ voorzitter van CIMI was. Dom Franco werd tijdens zijn dagelijks ontspanningsritje op de fiets op 17 september door een vrachtwagen overreden.
Zijn overlijden betekent voor CIMI een groot gemis. Dom Franco, bisschop van Balsas in de noordelijke deelstaat Maranh–o, gaf tegelijkertijd leiding aan de landelijke missionaire organisatie CIMI, die bestaat uit zo`n 400 werkers (leken en religieuzen). Als voorzitter van CIMI toonde hij de laatste jaren op belangrijke momenten en plaatsen al zijn engagement voor de positie van de Indianen en andere uitgesloten groepen in de Braziliaanse maatschappij.
Voor de Indianen en CIMI laat hij een getuigenis achter: de strijd voor gerechtigheid wordt elke dag en met een open hart gevoerd.
Steungroep Oat€
www.indianeninbrasil.nl
|
|
top
|
print |
President Luiz In‡cio Lula da Silva heeft 22 maart officeel het decreet getekend om de Nationale Commissie voor Inheemse Politiek te vormen. De taken van de Commissie zijn de volgende:
- de organisatie en begeleiding van de 1ste Nationale Conferentie over Inheemse Politiek;
- het wetsontwerp uitwerken voor het instellen van de commissie, die een onderdeel van het Ministerie van Jusitie moet gaan vormen;
- het voorstellen van verordeningen, instrumenten, normen en prioriteiten voor de Nationale Inheemse Politiek, zowel als strategi‘n voor begeleiding, monitoring en evaluatie van activiteiten ontwikkeld door organen van de Federale Regering, in overleg met vertegenwoordigers van de de Inheemse Volken;
- het ondersteunen van de verschillende organen en structuren die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten die gericht zijn op de inheemse gemeenschappen en daarbij de begrotingskwesties begeleiden zoals vastgesteld in het Meerjarenplan 2004-7;
- voorstellen doen om de wetgeving te actualiseren en de afhandeling van lopende voostellen en andere zaken mbt Inheemse Volken in het Parlement te bespoedigen;
- de deelname van Inheemse Volken versterken bij de formulering en uitvoering van de Inheemse Politiek van de Federale Regering;
- de know how versterken bij de uitvoerders van de Inheemse Politiek.
Het decreet kan de eerste stap vormen voor de realisering van de eisen van de Inheemse Beweging, die april vorig jaar in het Kampement Terra Livre, waar meer dan 800 Indianenleiders uit heel het land verenigd waren, het voorstel deden om de Raad in het leven te roepen.
De commissie zal gevormd worden door 13 vertegenwoordigers van regeringskant, 20 van de inheemse volken (waarvan er slechts 10 stemrecht zullen krijgen) en twee vertegenwoordigers van NGOâs die betrokken zijn bij Inheemse Zaken. De Commissie zal voorgezeten worden door de FUNAI (regeringsorgaan voor Inheemse Zaken); deze zal tevens het secretariaat verzorgen.
(Bericht: CIMI, 23 maart 2006).
|
top
|
print |
Tientallen kinderen die sterven vanwege een gebrekkige en vaak volledig afwezige gezondheidszorg: in een verklaring van 16 maart brengt CIMI de klachten van de inheemse volken naar buiten.
In vrijwel alle deelstaten is het droevig gesteld met de gezondheidszorg. Zo stierven in Tocantins de laatste maanden 15 kinderen van het ApinajŽ-volk door diarree, griep en koorts. In Mato Grosso do Sul tientallen kinderen van het Guarani-Kaiow‡-volk door ondervoeding. In Par‡ zeven Munduruku-kinderen als gevolg van maaginfecties. In de deelstaat Amazonas klagen inheemse organisaties er sinds tijden over dat de Nationale Gezondheidszorg (Funasa) het volledig laat afweten, terwijl infecties en besmettelijke ziekten toenemen. Bij de Yanomami in Roraima neemt de malaria weer sterk toe. In het zuidoosten van het land bij de Guarani en de Kaingang heerst ondervoeding bij de kinderen. En de opsomming gaat maar verder. Zelfs in die staten waar de inheemse organisaties sterk zijn en controle uitvoeren over de gezondheidszorg kan CIMI niet anders vaststellen dan dat medische apparatuur en transportmiddelen er zo slecht aan toe zijn dat ze naar de schroothoop kunnen.
Als belangrijkste reden voor het instorten van de gezondheidszorg voor de inheemse volken worden de volgende punten genoemd:
- de privatisering van de gezondheidszorg, ingezet tijdens de vorige regering en verder uitgewerkt tijdens Lula;
- het uitkleden van een politiek t.a.v. de gezondheidszorg;
- het einde van de eigen bevoegdheid van de regio's om te handelen op het gebied van de zorg.
Samen met de inheemse organisaties vraagt CIMI dringend om snel maatregelen te nemen. In bijna alle regio's hebben indianen herhaaldelijk de kantoren van de Funasa bezet om hun ongenoegen over de huidige aanpak in de gezondheidszorg en het verbreken van gemaakte afspraken te uiten.
Deze maand moet de Vierde Nationale Conferentie over de inheemse gezondheidszorg plaats vinden. De deelname van organisaties van de Indianen en ondersteunende organisaties zoals CIMI wordt evenwel afgehouden. Ook hiertegen wordt geprotesteerd.
CIMI vindt dat de regering haar politiek op het gebied van de inheemse gezondheidszorg moet bijstellen. Zij hoort de controle over uitvoering en kwaliteit weer op zich te nemen en daarbij voldoende geld en menskracht ter beschikking te stellen.
(Het volledige artikel is te vinden op de website van CIMI.)
|
top
|
print |
Een vorm van integratie tussen blanke en indio komt op gang in de toegangsstad naar de Amazone, Manaus. Midden februari dit jaar vond er op een plein in het centrum van de stad een vierdaagse markt met een cultureel festival plaats: 'Handen van het Woud - Pœ Kaa'. Zeventien inheemse volken van het Amazonegebied waren uitgenodigd om hun kunnen op culinair en cultureel gebied en op het gebied van kunstnijverheid te tonen aan de rest van de bevolking. Het doel was: meer van elkaar te weten te komen, een dialoog op gang te brengen en de autoriteiten beter bekend te maken met de problemen van de indianen.
In april vorig jaar organiseerden indianenfamilies in de stad samen met andere organisaties en CIMI de jaarlijkse Week van de Indiaan. Zij gingen ook een gesprek aan met burgemeester Serafim Corra, die aanbood mee te gaan werken aan verbeteringen van de levenssituatie van de indianen. Ze noemden vier concrete terreinen: de gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs en werk.
Meerdere afdelingen van het gemeentelijk apparaat werden ingeschakeld. Het arbeidsbureau organiseerde daarop verschillende gesprekken met de stadsindianen en samen werkten ze plannen uit om met ook niet-indianen kunstnijverheid en andere producten te gaan verkopen. Maandelijks vinden nu speciale markten plaats en de indianen volgen cursussen van het arbeidsbureau om hun producten te verbeteren en aantrekkelijker voor de markt te maken.
Het gaat om een experiment. De indianen willen via hun werk de culturen van de Amazonebewoners bekend maken. Er zijn al weer nieuwe idee‘n bijgekomen.
De stadsindianen behoren tot de volgende volken: Apurin‹, Arapaso, Baniwa, BarŽ, Dessano, Kambeba, Marubo, Munduruku, Mura, Pira-tapuia, SaterŽ MawŽ, Tariano, Tikuna, Tukano, Wanano, Wai-wai e Wapixana.
|
top
|
print |
"De dag van de inheemse Vrouwen"
Een initiatief van
SONLA i.s.m. Mapuche Stichting Folil en het LAFF
Datum: vrijdag 10 maart 2006
Locatie: http://www.louishartloopercomplex.nl Utrecht, Tolsteegbrug 1
Tijd: 20.00 uur- 00.00 uur
Entree: 3 Euro
Aanmelden: themaavond@sonla.nl / folil@mapuche.nl
|
In het kader van de «Dag van de Vrouw« op 8 maart 2006 organiseren wij een informatie avond over de Inheemse vrouwen in de wereld niet op 8 maart maar op vrijdag 10 maart 2006. Onze bedoeling is dat verschillende inheemse vrouwen hieraan deelnemen, tijdens deze meeting zullen verschillende thema«s worden behandelt zoals; Cultuur, Tradities, Problematiek met o.a. film materialen, dans en muziek.
We willen de inheemse vrouwen in Nederland zoveel mogelijk aan het woord laten en zaken behandelen die zij belangrijk vinden. Ter introductie zal het Latin American Filmfestival (LAFF) een stuk video-materiaal presenteren over dit thema en zal een SONLA -lid over zijn of haar ervaringen vertellen met een aan dit thema gerelateerd onderzoeksverhaal.
De inheemse vrouwelijke sprekers zijn oa.:
Argentinie (Mapuche)
Ramona Quiroga (stichting Decennium).
Thema: De schending van de rechten van inheemse vrouwen. (algemeen).
Chili (Mapuche)
Maria Railaf (stichting FOLIL).
Thema: De vervolging van Mapuche vrouwen en de vrouwen van de Mapuche
gevangenen in Chili.
Peru
Flor Buchuck.
Thema: Peruaanse dans.
USA
Francy Tailor.
Thema: Inheemse gedichten.
Venezuela (Amazone-inheemse)
Neris Jullao.
Thema: Spiritualiteit, inheemse ceremonies en sociale problematiek in
Venezuela.
Guatemala
Sophie Sanders is studente aan de VU en studeert antropologie, tijdens haar veldwerkperiode heeft ze vijf maanden onderzoek gedaan naar inheemse vrouwen en huiselijk geweld in Quetzaltenango in Guatemala. Het speelt zich af in een post-conflict periode waarin geweld bijna normaal is geworden. De positie van de vrouw staat centraal in haar onderzoek en er wordt gekeken of lokale juridische instituten een eventuele oplossing voor deze vrouwen zou kunnen betekenen.
|
top
|
print |

Meer dan 1000 Guarani-indianen bijeen in Brazili‘
Duizend Guarani-indianen uit Brazili‘, Argentini‘ en Paraguay hebben hun kampement opgeslagen in S‹o Gabri‘l, een plaatsje van ongeveer 40.000 inwoners in de deelstaat Rio Grande do Sul, het uiterste zuiden van Brazili‘. 7 Januari 2006 was het 250 jaar geleden dat een van hun voorouders, de leider SepŽ Tiaraju, door de Spanjaarden en Portugezen werd vermoord. Een gelegenheid om voor het eerst in de geschiedenis een continentale Assemblee te organiseren. Belangrijk op dit moment omdat de Guarani een zwaar jaar achter de rug hebben.Tijd om hun krachten te bundelen en te strijden voor een betere toekomst.
SepŽ Tiajaru
SepŽ werd waarschijnlijk geboren in 1723 in S‹o Luiz Gonzaga. Hij heette eigenlijk JosŽ en was al jong wees. Omdat hij een litteken op zijn voorhoofd had in de vorm van een zonnestraal, kreeg hij de bijnaam Tiaraju, wat fakkel van licht betekent.
Hij was in dienst van de Jezu•eten, toen Spanje en Portugal in 1750 een akkoord sloten, het akkoord van Madrid geheten, waarin werd afgesproken om twee gebieden te ruilen: het Spaanse Sete Povos das Miss›es voor het Portugese Col™nia do Sacramento.
Het akkoord verplichtte de Jezu•eten het Spaanse deel te verlaten en zich te begeven naar de overkant van de rivier. En met hen ook de 50.000 Guarani-indianen die in dit gebied woonden en werkten. Deze Indianen waren al sinds lange tijd christen, maar hadden hun eigen cultuur zeker nog niet verloren. Ze leefden volgens hun eigen collectieve regels: een deel van de week werkten ze op hun individuele akkers, de rest van de tijd op de collectieve gronden, waar ze producten verbouwden om de gemeenschap te kunnen onderhouden. Zo konden bijvoorbeeld weeskinderen en weduwen toch in de gemeenschap blijven wonen en leven.
SepŽ voelde er dus niets voor om het land van zijn voorouders te verlaten en wierp zich op als leider in de strijd tegen de Spanjaarden en Portugezen. Vijf jaar lang wist hij de kolonisatoren te weerstaan, maar op 7 februari 1756 werd SepŽ fataal getroffen door een lanssteek van een Portugees, gevolgd door een geweerschot van een Spanjaard. Drie dagen later werden nog eens 1500 Indianen op brute wijze vermoord.
Wat is er veranderd?
Veel. Maar in sommige opzichten ook weer weinig. Want de moord op Dorvalino Rocha, Guarani-leider in de gemeenschap Nhande Ru Marangatu (West Brazili‘), op kerstavond 2005, ligt nog vers in het geheugen van velen. Dit keer was er geen sprake van een deal tussen Spanjaarden en Portugezen, maar in feite was er wel, net als in 1750, over de hoofden van de Guarani heen, een akkoord gesloten, alleen nu tussen justitie en grootgrondbezitters. Het gebied waar het in dit geval om gaat bestrijkt 9000 hectares en werd officieel door President Lula in maart 2005 erkend. Toch kregen de grootgrondbezitters het in december voor elkaar dat justitie een uitspraak deed om het inheems gebied te ontruimen. Op 15 december verscheen een politiemacht van ruim 150 man, met paarden, honden en een helikopter, om de vreedzame Guarani uit hun gebied te zetten. Kort nadat ze hun grond verlaten hadden, staken de grootgrondbezitters de hutten en kleine akkers van de Indianen in brand. De 700 Guarani besloten om een kampement op te slaan naast de openbare weg die leidt naar hun grond. Want ze weten dat de grond van hen is. Al eeuwenlang.
Daar leven ze op dit moment onder erbarmelijke omstandigheden: regen, tropische stortbuien, brandende zon, hutjes van zwart plastic, honger, uitdroging, een grootgrondbezitter die met 300 stuks vee langs komt over de stoffige weg waarlangs de Indianen kamperen, een te vroeggeboren baby die het niet overleeft, een meisje van vier jaar dat sterft door overgeven en diarree, en op 24 december de moord op Dorvalino.
De Guarani weten al eeuwenlang te overleven, maar door dit soort gebeurtenissen is het moeilijk te blijven geloven in een Land zonder Kwaad (Terra sem Malas). Iets wat de Guarani in hun tradities nastreven.
Landkwestie
Redenen genoeg om bij elkaar te komen, proberen de moed niet te verliezen en elkaar te versterken. Duizend Guarani en 200 afgevaardigden van andere Indianenvolken, ruim duizend vertegenwoordigers van allerlei sociale bewegingen (MST, Via Campesina, beweging van werklozen enzovoort) en nog zo«n 500 jongeren, streken daarom neer in het plaatsje waar SepŽ Tiaraju in 1756 werd vermoord, S‹o Gabri‘l. Om hem te eren en om te laten zien dat zij strijden voor een andere, een rechtvaardige wereld. Waar plaats is voor iedereen.
Dat deze wereld nog ver weg is, wordt meteen al duidelijk als je hierheen reist. Nergens zijn kleine boerderijen te bekennen; het is het ene sojaveld na het andere, af en toe afgewisseld met eucalyptusplantages of een weiland vol vleeskoeien. Alles is in het bezit van een handjevol grote boeren. De realiteit in een groot deel van Brazili‘, waar 1% van de landeigenaren ongeveer 50% van alle landbouwgrond in handen heeft. Voor een Nederlandse blijft het moeilijk om te begrijpen dat er in zo«n enorm land (208 x Nederland) zoveel conflicten over land zijn.
De inheemse gebieden zouden ongeveer 12,5% van de oppervlakte van Brazili‘ innemen. Op dit moment is dit percentage nog niet bereikt, want veel gebieden zijn nog niet officieel erkend en dit gaat door alle juridische processen die grootgrondbezitters aanspannen, ook nog heel veel jaren duren. Volgens gegevens van CIMI zal het, als de Braziliaanse overheid doorgaat in het tempo dat ze nu hebben, nog 45 jaar duren, voordat de inheemse gebieden erkend zijn.
Vooroordelen
In het plaatselijke krantje van S‹o Gabriel staat een verslag van een extra vergadering die grote boeren uit de omgeving hebben belegd om te bespreken wat ze met al die Indianen in hun gebied moeten. Er wordt gewaarschuwd voor invallen en bezettingen. Op zo«n moment besef je, dat er nog veel onwetendheid is onder de Brazilianen. Indianen bezetten niet zomaar een stuk land; het gaat om land van hun voorouders: dat is heilig. Het land is als het ware hun moeder.
Ook wordt de lokale bevolking via de radio geadviseerd om binnen te blijven en eventueel winkels te sluiten, totdat dit mega-event weer voorbij is. Alsof het om een stelletje barbaren gaat.
En als je dan over het kampement loopt en de kinderen vrolijk ziet spelen met een stuk hout en een steen, broertjes ziet die lieflijk op hun kleine zusje passen, jongeren die uit een oude viool en een gitaar prachtige klanken weten te halen, en oudjes die instemmend knikken bij de toespraken van hun opvolgers, hoop je alleen maar dat de mensen uit het stadje vooral een kijkje komen nemen. Om hun vooroordelen voor eens en voor altijd te laten varen.
Alhoewel... als je wilt, kunnen vooroordelen ook altijd bevestigd worden: de kinderen zijn vies (tja, drie dagen in de bus, dan slapen onder een stuk zeil, 35 graden en niet voldoende water om te douchen; gelukkig is er wel een rivier in de buurt), ze zien er niet uit als indianen (jongeren met hippe zonnebril, jeans en moderne hiphopmuziek; dat maakt iemand wel of niet tot indiaan?) en het lijkt alsof er niks echt georganiseerd is (maar de Guarani weten wanneer ze waar moeten zijn, en hebben «onze« goedvoorbereide vergaderingen altijd het gewenste resultaat?). Het is zo makkelijk om van buitenaf te oordelen en te veroordelen.
Latijns-Amerika
Tijdens de debatten van de Guarani, waar grotendeels in hun eigen taal wordt gesproken, wordt vooral over de landkwesties gediscussieerd: het recht om te wonen en te leven op hun eigen grond, volgens hun eigen tradities.
De situaties in Brazili‘, Argentini‘ en Paraguay zijn vergelijkbaar. In de grondwet zijn wel rechten vastgelegd, maar de naleving ervan laat nog veel te wensen over. De Guarani debatteren in kleine groepen, presenteren hun bevindingen plenair en be‘indigen de drie dagen met een gezamenlijk document waarin onder meer wordt vastgelegd dat de Guarani zullen doorgaan met dit soort bijeenkomsten. Met als eerste gastland Bolivia, waar de van inheemse afkomst Evo Morales sinds kort president is.
De hoop dat Latijns Amerika voor eens en voor altijd zal veranderen in een land voor en door Indianen is merkbaar in alles aanwezig.
Meer informatie:
www.indianeninbrasil.nl
www.projetosepetiaraju.org.br (portugees)
|
top
|
print |
Precies 250 jaar na zijn dood op 7 februari 1756 wordt in S‹o Gabriel (RS) de indianenleider SepŽ Tiaraju herdacht. Duizenden indianen, boeren/innen, jongeren uit de stad en het platteland en vertegenwoordigers van sociale bewegingen komen naar de plaats waar SepŽ strijdend ten onder ging. Hij werd het symbool van het verzet tegen de Europese indringers: "Esta terrra tem dono" (dit land heeft eigenaars). Dit probeerde hij namens zijn volk aan de Spanjaarden en Portugezen duidelijk te maken. Deze hadden onderling besloten dat zeven gemeenschappen die behoord hadden tot Îde missiesâ van de Jezu•ten bij het opheffen hiervan naar een ander gebied aan de overkant van de Uruguay-rivier zouden vertrekken. Toen de indianen na de dood van SepŽ doorgingen met het verzet, werden 1500 van hen zonder pardon afgeslacht.
Tot vandaag beweren blanken in Brazili‘ dat hun voorouders een Îleegâ land, zonder bewoners, aantroffen en ze het dus zonder probleem konden inpalmen. Zoals ook zij vandaag over alle gebieden zouden willen beschikken. Maar: Îesta terra tem donoâ , en zoals SepŽ vocht voor zijn land, zo doen dat vandaag zijn nakomelingen, de Guaran’ en andere inheemse volken.
De herdenking van zijn strijd en dood zal plaatsvinden met meerdere bijeenkomsten, culturele programmaâs en een tocht naar de plek waar SepŽ werd vermoord. Naast Guaran’ van Brazili‘ zullen er Guaran’ uit Bolivia, Uruguay, Paraguay en Argentini‘ aan deelnemen.
Zoals een van hun leiders, Mario Karai, zegt: "door gebrek aan middelen om van te leven en onze opsluiting in te kleine gebieden biedt onze levenswijze ons weinig perspectief. Het leidt tot spanningen, alcoholmisbruik, een hoog aantal zelfmoorden, ondervoeding bij kinderen en een situatie van gewelddadigheid. Zonder grond is het niet mogelijk dat we onze cultuur en ons zelfbewustzijn weer opbouwen".
|
top
|
print |
Met de moord op Dorvalino Rocha op kerstavond, leider van de Guarani
Kaiow‡-indianen in het inheems gebied Nhande Ru Marangatu, komt het aantal
moorden op indianen in Brazili‘ op 38. Sinds 1994 is het aantal niet zo
hoog geweest.
Volgens onderzoek van Cimi, Conselho Indigenista Mission‡rio, is het totaal
aantal moorden in de laatste tien jaar 241, dat is een gemiddelde van meer
dan 24 per jaar, ofwel meer dan twee per maand. Cimi baseert haar cijfers op
gegevens van missionarissen in het veld en berichten verspreid door de pers.
Het hoogste aantal moorden in 2005 werd gepleegd in Mato Grosso do Sul, een
staat in het westen van Brazili‘, waar de conflicten over land het grootst
zijn. In 2005 verloren 28 indianen daar het leven. De laatste was Dorvalino
Rocha, die op kerstavond op laffe wijze werd neergeschoten door huursoldaten
in dienst van een grootgrondbezitter. Op 15 december jl. werden 500 Guarani
Kaiow‡-indianen ontruimd uit het gebied Nhande Ru Marangatu. Sindsdien
verblijven zij langs de kant van de weg in zelfgebouwde hutjes van plastic
en hout. Het genoemde inheems gebied werd in maart door president Lula
erkend, maar er werd door de grootgrondbezitters bezwaar aangetekend bij de
Hoge Raad, waarna de uiteindelijke erkenning werd uitgesteld.
Cimi wijdt de toename van het aantal moorden aan de traagheid waarmee de
Braziliaanse overheid de inheemse gebieden erkent. In het derde jaar van
regering Luiz In‡cio Lula da Silva werden slechts vijf gebieden door het
Ministerie van Justitie uitgeroepen tot inheems gebied (declaratie). Het
gemiddelde tijdens Lula«s regeringsperiode komt daarmee op zes gebieden per
jaar. Dit is minder dan tijdens de voorgaande regeringen: Fernando
Collor/Itamar Franco (1991-1992/1993-1994 gemiddelde van 16 gebieden per
jaar), Fernando Henrique Cardoso (1995-2002 gemiddelde van 11 gebieden) en
Jo‹o Baptista Figueiredo (1979-1985, einde militair regime, gemiddelde van
8 gebieden).
Als de toekenning van inheemse gebieden in dit tempo doorgaat, zal het nog
45 jaar duren voordat alle inheemse gebieden erkend zullen zijn en voordat
de grenzen die ter discussie staan herzien zullen zijn.
Bron: Cimi, 6 januari 2006
Meer informatie:
Geertje van der Pas
g.vanderpas@cmc.nu
+55 61 321061650
|
top
|
print |
In het kader van het programma Vergeten Verhalen, een alternatief jaaroverzicht van 2005 van de omroep Llink, waren Petra Spreij en Jefrim Rothuizen in Brazili‘ om het vergeten verhaal over indianen in Brazili‘ te filmen.
Het verhaal was ingestuurd door CIMI, een belangenorganisatie voor indianen. ƒŽn van de onderwerpen was de landkwestie Nhande Ru Marangatu, een inheems gebied van Guarani-Kaiow‡ indianen in de deelstaat Mato Grosso do Sul, west-Brazili‘.
Woensdagmiddag jl kwam het bericht bij het CIMI-team in Mato Grosso do Sul binnen dat de aangekondigde ontruiming van het inheems gebied vastgesteld was voor donderdag 15 december, 06.00uur. Op woensdagavond vertrok het team van Llink met drie Cimi-medewerkers naar het inheems gebied om daar de voorbereidingen te filmen. De politieke leiders van de indianen waren in gesprek over de te volgen strategie, de spirituele leiders zongen en baden tot hun voorouders en de kinderen maakten posters ter protest.
Het inheems gebied Nhande Ru Marangatu, bestaande uit 9000 hectares, is in maart jl officieel door president Lula erkend, de laatste fase in het afbakeningsproces van inheems gebied. Daarna zijn de grootgrondbezitters, die stellen dat het gebied van hun is, naar de rechter gestapt met verschillende zaken. EŽn daarvan vroeg om de ontruiming. En dat werd op woensdag 7 december goedgekeurd.
Om zes uur stipt cirkelde een helicopter over het gebied. Ongeveer 100 indianen, een tiental vertegenwoordigers van ondersteunende organisaties, waaronder CIMI en de mensenrechtenorganisatie CDDH, en verschillende journalisten, waren verzameld bij de ingang van het gebied. De situatie was gespannen. Wat zou er gaan gebeuren? Zou er geweld gebruikt gaan worden? Waar zouden de indianen heen worden gestuurd?
De indianen hielden emotionele toespraken en konden niets meer doen dan afwachten. Om half 8 verscheen de helicopter nog een keer en drie kwartier later doemde de politie op. Drie bussen, paarden en weer die helicopter. In totaal 80 man federeale politie en 120 militaire politie. Zwaar bewapend en totaal niet in verhouding met de 100 indianen, die bleven zingen en bidden. Op het moment dat de helicopter vlak over onze hoofden scheerden, brak de paniek uit. Vrouwen gilden, kinderen huilden en de reporters van Llink hadden door dat de situatie ernst was.
De politie benaderde de indianen en gingen in gesprek. Petra en Jefrim filmden de gebeurtenis, maar op het moment dat de politie ontdekten dat ze buitenlands spraken, werden ze vriendelijk verzocht met hen mee te gaan, om te checken of hun documenten in orde waren. Ook de Nederlandse medewerkster van CIMI, Geertje van der Pas, moest mee. Toen bleek dat de medewerkers van Llink geen of’ci‘le vergunning had aangevraagd om te werken in Brazili‘ (dat duurt namelijk een half jaar), maar op toeristenvisum binnen waren, werden ze meegenomen naar het politiebureau. Na een kort verhoor werden ze vrijgelaten. Boete 413 reais per persoon (ongeveer 150 euro) en binnen drie dagen het land verlaten.
Ondertussen werd er in Nhanda Ru Marangatu besloten dat de indianen hun gebied zouden verlaten. Welke keuze hadden ze? Ze mochten de spullen uit hun hutten halen en zouden een kampement langs de weg opslaan. De politie vertrok grotendeels en op dat moment kwam een aantal grootgrondbezitters het gebied binnen en staken de hutten in brand. Alsof de hele actie nog niet genoeg psychologisch leed had veroorzaakt.
Op dit moment hebben de indianen hutten van plastic langs de weg gebouwd en wordt er afgewacht wat de andere rechtszaken zullen uitwijzen. Want hoe kan een besluit van de president worden teruggedraaid? Waarom moet het op deze manier? Hoe kan een volk zoveel onrecht worden aangedaan? Vragen die de Nederlandse journalisten en ook de indianen zichzelf veelvuldig zullen blijven stellen.
Uitzending Llink Vergeten Verhalen Vrijdag 30 december, 20.30 uur, Nederland 3
www.llink.nl
Meer informatie:
Geertje van der Pas, g.vanderpas@cmc.nu,
www.indianeninbrasil.nl
|
top
|
print |
Door Bettine Robers, lid team Cimi TefŽ
Op 27 september nemen we hŽt openbare vervoersmiddel van de Amazone: de boot. We varen over Rio Solimoes naar de Rio Jurua, met twee mensen van CIMI en zeven vertegenwoordigers van andere organisaties die met indianen werken. Aan de rivier Jurua wonen de Madija indianen. Het gebied is officieel door de regering erkend en afgebakend en bestaat uit acht dorpen met in totaal zoân 530 inwoners.
De bootreis duurt een dag en een nacht. Een tijd die het team van de verschillende organisaties gebruikt om te vergaderen en te socializen. Een aantal maanden geleden hebben de indianen aangegeven dat er een probleem met alcoholisme in de gemeenschap is en zij er zelf iets aan willen doen. Het alcoholprobleem in de dorpen is erg groot en heerst al sinds de jaren 80. De consumptie is met de jaren toegenomen, wat te wijten is aan de salarissen die leraren, gezondheidsmedewerkers en gepensioeneerden in de dorpen ontvangen. Voorheen had men geen geld om naar de stad te reizen, laat staan om alcohol te kopen. Men leefde voornamelijk van ruilhandel. Leraren krijgen pas vanaf 2000 een salaris, omdat ze toen in dienst van de gemeente kwamen. Daarnaast stimuleren handelaren, vissers en niet-indianen getrouwd met indianen, de alcoholconsumptie. Enerzijds door de toegang tot alcohol te vergroten (handelaren gaan het gebied in en ruilen alcohol tegen landbouwproducten of vis), anderzijds door samen met hen te drinken. Het is zelfs zo erg dat als er geen alcohol is, de indianen benzine drinken. Met alle gevolgen van dien: moeders die hun kinderen in het water gooien en mannen die elkaar met messen en stokken te lijf gaan.
Deze reis is dan ook bedoeld om te kijken hoe dit probleem samen met de indianen opgelost kan worden.
Onderweg word ik op de hoogte gebracht door mijn collega over een ander probleem. Fransisco Paje. Een paar maanden geleden is deze man in het gebied geariveerd. Naar men zegt is zijn moeder Madija en zijn vader een niet-indiaan. Als kind zijnde woonde hij in een stadje niet ver van het gebied vandaan en later is hij in Manaus gaan wonen. Nu, na vele jaren, is hij in dit gebied gekomen, naar hij zegt om zijn 'familie' te helpen zich te organiseren. Hij weet echter weinig van het leven van de Madija, kent de taal, sociale structuur en politieke organisatie niet.
Eind juli van dit jaar heeft Fransisco 28 Madija-indianen met een 'geleende' boot meegenomen naar de stad Manaus. Hij beloofde de indianen dat ze van FUNAI (de regeringsorganisatie voor inheemse kwesties) gereedschappen, een motorboot, en plantmaterialen zouden gaan eisen. Maar in werkelijkheid had hij een ander doel: Fransisco gebruikte de indianen om zich sterk te maken bij de FUNAI om aangesteld te worden als ambtenaar van de FUNAI in het gebied van de Madija. De 28 mensen moesten dienen als achterban om aan te duiden dat ze hem echt willen op deze post in het inheemse gebied. Met deze functie zou hij kunnen doen en laten wat hij wil. De man die deze functie bekleedde had hij al weggejaagd. Ook heeft hij enkele traditionele leiders (Tuchaua genoemd) hun functie afgenomen en er zichzelf voor in de plaats gezet.
Francisco heeft inmiddels inderdaad twee vissersboten geregeld. Hij belooft de Madija dat de boten voor hen zijn, maar ze moeten betaald worden met vis. Zonder enige controle zijn de Madija beginnen te vissen in het grootste meer van de Madija: Uala. Sommige hebben er al genoeg van, want Fransisco laat ze geen tijd om op het land te werken en het meer raakt uitgeput. Maar niemand die iets tegen hem in durft te brengen, sommigen omdat ze bang zijn dat hij een echte Paje is (medicijnman met buitengewone krachten), anderen omdat het lijkt alsof de belangrijkste leiders hem steunen. Wat zeker is, is dat Fransisco Paje alle truukjes uit zijn kast trekt om de leiders aan zijn hand te krijgen.
Francisco heeft op verschillende die in het gebied werken, al zijn invloed uitgeoefend. Van educatie tot gezondheidszorg, van FUNAI tot FUNASA. Op de gezondheidspost heeft hij de hoofdverpleegster bedreigd haar te zullen vermoorden als zij hem geen benzine en een motor voor de boot zou geven. Deze benzine is eigenlijk bedoeld voor noodgevallen, als er iemand ziek is. Maar omdat hij de mensen van deze post al eerder bedreigd had, zijn de mensen die er werken vertrokken... geen mens die er onder deze omstandigheden wil blijven. En de indianen kunnen nergens meer heen met hun gezondheidsklachten.
Terug naar de bootreis: De rivier is erg droog en de boot kan daarom niet in volle vaart doorvaren. Af en toe raakt de bodem een zandbank en raken enkele mensen in paniek. De grote boot gaat naar een andere eindbestemming. Daarom stappen we over op een kleine motorboot waarmee we de rivier Jurua opvaren.
We zijn nog niet zo lang onderweg, of het CIMI-team komt ons tegemoet. Het team bestaat uit Fabiana en Ed. Ik ben erg benieuwd naar Fabiana, want die heb ik vorig jaar tijdens de cursus van CIMI leren kennen, toen ik nog amper portugees sprak. Het zou leuk zijn haar hier nu te ontmoeten, wellicht haar verbaasde gezicht te zien, en met haar te kunnen communiceren.
Maar het is een heel ander weerzien. Fabiana is erg in paniek, omdat ze bedreigd is. Zij en Ed waren een dag eerder vanuit hun standplaats in het gebied aangekomen en geconfronteerd met Fransisco. Hij vertelde Fabiana dat ze geen stap aan land mocht zetten. Fabiana dacht dat ze de steun van de indianen had en ging hier tegenin. Met het gevolg dat Fransisco het commando gaf haar vast te binden en in de rivier te gooien. Ed heeft toen, voordat er iets kon gebeuren, snel de motorboot van CIMI gepakt en is met haar gevlucht.
Met het hele team, inclusief Fabiana en Ed, zijn we doorgevaren. Fransisco wachtte daar nog steeds met twee boten vol met Madija, en we waren op alles voorbereid. Maar Fransisco was poeslief en nodigde ons uit een bezoek te brengen aan het dorp waar hij woont. Daar werd er gesproken over het doel van het team en de planning van de komende dagen. Fransisco ontkende dat er een alcoholprobleem was, maar stemde erin toe dat de dorpen bezocht mogen worden. Maar niet door het CIMI-team.
De volgende dag bij de burgemeester van het dichtstbijzijnde stadje Jurua werd duidelijk dat het alcoholprobleem nog wel degelijk bestaat. De burgemeester is Fransisco spuugzat: hij brengt de Madija elke twee weken naar de stad, waar ze een probleem vormen vanwege overmatig drankgebruik. Ook heeft Fransisco een team van de gemeente, dat een waterpomp wilden aanbrengen, uit de dorpen weggejaagd, net zoals een ander team dat malaria kwam bestrijden en nog een team dat de voedselvoorraad voor de school wilde brengen. Geen mens die er nog terug wil keren.
In de bijeenkomsten met de indianen de dagen daarna wordt duidelijk dat niet iedereen Fransisco steunt. De Madija zijn verdeeld.
CIMI heeft zich voorlopig teruggetrokken uit het gebied. We kunnen geen mensen onder deze omstandigheden in het veld laten werken. Via radiocontact proberen we op de hoogte te blijven met wat er in het Madijagebied gebeurt. Verder proberen we bekendheid te geven aan alle betrokken instanties van wat er gaande is. Het wachten is nu op de Madija om zich te verzetten tegen Fransisco Paje...
|
top
|
print |
De Amazone kampt met een ongekende droogte, zoals er sinds 1963 niet meer geweest is. Normaal gesproken is er een regen seizoen en een droog seizoen in de Amazone. Het waterniveau van de rivier stijgt en daalt en kan vari‘ren van 10-15 meter. Als het water hoog staat verbindt deze rivieren, beekjes en meren die anders geen verbinding hebben.
In de regio TefŽ is de chaos compleet. Dit jaar duurt de droogte al sinds de maand juni en zorgt ervoor dat de grote rivieren tot kleine beekjes gereduceerd zijn. Het enorme meer waar TefŽ aan ligt is gereduceerd tot een grote modderpoel met hier en daar een zichtbare zandbank. Geen boot die er meer door kan varen. Vele gemeenschappen zijn ge•soleerd en de landbouw producten gaat verloren door tekort aan water en opslagruimte.
Zo 25.000 vissers rond de Amazone rivier (Rio Solim›es) zijn genoodzaakt te stoppen met werken, wat zo 20% van de totale vissersbevolking is in dit gebied. Geen water in de rivieren gecombineerd met een slechte organisatie van de regering betekent geen transport, geen brandstof voor generators en electriciteits centrales, wat leidt tot gebrek aan basisbehoeften zoals schoon water (pomp werkt niet), en electriciteit. Ook de gevangen vis kan niet gekoeld worden en rot weg. De bewoners moeten water uit de hoofdrivieren drinken, wat sterk vervuild is.
Enkele gemeenschappen zitten zonder electrisch, omdat de energiecentrales geen dieselaanvoer hebben (wordt normaal gesproken met boten aangevoerd). Ook in TefŽ zitten we regelmatig zonder electrisch.
De ribeirinhos (mensen die normaal gesproken op paalhuizen aan de rivier wonen) wonen nu kilometers van het water vandaan. Ziektes verspreiden zich, zoals Dengue in TefŽ en meer in het binnenland overheerst Malaria.
De droogte laat naast de rivierbedding van de rivier Solim›es ook het gebrek zien van publieke service en dat er geen logica bestaat binnen de regeringsinstanties in deze chaos. Door gebrek aan samenwerking tussen de burgemeester en de gouverneur is er geen technische hulp voor het binnenland. De brandweer heeft geen recente kaart van de regio en er bestaat geen samenwerking tussen de krijgsmacht en het havenbestuur. Het lijkt wel alsof de droogte als een excuus dient voor het gebrek aan duurzame ontwikkeling in de regio en de afwezigheid van een strategisch plan. Daarnaast dient de droogte als een excuus voor de ineficiente werking van de staat en in de pers doet de regering alsof een beetje bruine bonen en een handvol medicijnen de misŽrie van de afgelopen tientallen jaren zouden kunnen oplossen.
Het ergste is dat veel werk van de lokale bevolking vrijwel verloren is, zoals de beschermde meren en lokale natuurlijke bronnen. De grote hoeveelheden vis hebben geen ruimte meer om te leven en de gemeenschappen hebben geen mogelijkheden meer om hun omgeving te beschermen en genoeg water aan te voeren om een enorm verlies te voorkomen.
Op het moment heeft het geen zin te praten over sociale organisatie, institutionele versterking, de strijd van de ribeirinhos, indianen, verzamelaars, kleine boeren. Bijna alle educatieve activiteiten in de gemeenschappen liggen stil. Met veel moeite kunnen bewoners van de dorpen elkaar nog bezoeken, laat staan de instanties die met ze samenwerken.
We hebben nog zo'n twee maanden droogte voor de boeg. De angst van de bevolking in TefŽ is dat er na een droogte zoals deze er altijd een periode van overmatige vloed volgt. Men zegt dat we een periode tegemoet gaan van enorme verliezen van natuur rond rio Solim›es (=de Amazone rivier). We hopen op regens, op het vullen van de rivier, maar hopen dat deze komt als een vergoeding voor het geleden verlies, de kans gevend aan de regerenden om hun persoonlijke conflicten te vergeten, zich uit hun stoelen te verheffen en te beginnen met het uitvoeren van publieke projecten, om noodhulp in de toekomst overbodig te maken.
Bettine Robers, 25 oktober 2005
Bronnen:
"Informe sobre a seca no Rio Solim›es-Amazonas", Fransisco Aginaldo Queiroz Silva, CIMI
"Decretada calamidade na Bacia Hidrogr‡fica do Rio Solim›es-Amazonas", jornal A Critica
"Vazante deixa 25 mil pescadores sem trabalho", jornal A Critica
|
top
|
print |
Bisschop Luiz Cappio is sinds 26 september in hongerstaking als protest tegen het prestige project van de Braziliaanse regering om de rivier Sao Francisco om te leiden.
De Sao Francisco is de belangrijkste rivier in het noordoosten van Brazili‘, het gebied dat al jaren te kampen heeft met grote droogte. Het project is er dan ook op gericht om kanalen vanaf de oorspronkelijke rivier te graven naar de droge gebieden met een totale lengte van 720 kilometer. Geraamde kosten: 4,2 miljoen reais (1,6 miljoen euro).
Er is veel kritiek op het project. De aanslag op het milieu zal groot zijn en men weet nog niet wat de gevolgen precies zullen zijn. Critici pleiten ervoor dat de Sao Francisco niet omgeleid moet worden, maar dat deze gerevitaliseerd moet worden. Dan zullen ook de problemen verderop in het gebied opgelost worden. Mensen die op dit moment dichtbij de rivier wonen, waaronder ook de oorspronkelijke bewoners, zoals de Truk‡-indianen, zijn bang dat de rivier straks voor droogte in hun gebieden gaat zorgen. Het probleem zou alleen verplaatst worden.
Voor meer kritiekpunten zie de bijlage.
Bisschop Luiz Cappio heeft in een brief aan president Lula aangegeven dat zijn leven in diens handen ligt. Hij zal niet eerder gaan eten tot het moment dat Lula het project stop legt. Op dit moment moet alleen IBAMA (Nationaal Instituut voor Milieu) nog een laatste goedkeuring afgeven om het project daadwerkelijk van start te laten gaan. Lula heeft inmiddels de bisschop aangegeven dat hij open staat voor dialoog, maar de bisschop wil een harde uitspraak van Lula over de kans dat het hele project niet doorgaat.
Luiz Cappio vierde vandaag, 4 oktober, zijn 59e verjaardag. Het is ook de sterfdag van Franciscus van Assisi (1182-1226). Deze Italiaanse geleerde stond bekend om zijn liefde voor natuur en milieu en zijn grenzeloze respect voor alles dat leeft. Een mooi gegeven dat de rivier dezelfde naam heeft. Respect voor de natuur is het issue waar het hier om gaat.
Deze speciale dag werd door veel Brazilianen aangegrepen om zich te manifesteren. Op diverse plaatsen in het land vonden er demonstraties plaats, indianen en niet-indianen (totaal 1600, met een vertegenowoordiging van 48 verschillende organisaties) die in het betreffende gebied wonen sloten de verbindingsweg tussen de steden Cabrob— (de stad waar de bisschop woont) en Petrolina af, en 5000 personen trokken naar de kapel waar de bisschop verblijft.
Er is een site over de hongerstaking van de bisschop (portugees): www.umavidapelavida.com.br
Bron: Cimi, www.cimi.org.br
|
top
|
print |
Op 20 september hebben de rechters van het Gerechtshof in Bras’lia (5e Turma do Superior Tribunal de Justia) unaniem voor «habeas-corpus« van de Truk‡-leider Aurivan dos Santos, beter bekend als Nequinho Truk‡, gestemd. Hiermee wordt de preventieve gevangenneming van Nequinho opgeheven. Ook de preventieve gevangenneming van twee andere Truk‡-indianen is opgeheven. Rechter Laurita Vaz gaf aan dat de gevangenneming ongegrond was.
Volgens Cimi was de gevangenneming van de indianenleiders puur een politieke actie om de indianen te criminaliseren en om op die manier de strijd om land te blokkeren. Ook Amnesty International veroordeelde de actie en startte een campagne.
De Truk‡ strijden om homologatie van hun inheems gebied, Ilha de Assun‹o, in de deelstaat Pernambuco, het noordoosten van Brazili‘.
Nequinho werd op 11 juli gearresteerd op verdenking van het stelen van vee in 2003. Deze arrestatie gebeurde kort nadat een broer van Nequinho, Adenilson dos Santos, en diens zoon van 17 jaar door de militaire politie waren vermoord.
Bron: Cimi, www.cimi.org.br
|
top
|
print |
En daar sta je dan met je goede gedrag voor een gesloten poort van de plek waar je een afspraak hebt...
Dit overkwam de groep van 36 Guarani-indianen afgelopen dinsdag in Brasilia voor de deur van het Superior Tribunal de Justia (Gerechtshof). Ze kwamen voor een afspraak met een van de ministers van STJ, omdat de dag erna de rechterlijke uitspraak over hun inheems gebied zou zijn. Zij zouden om 18.30 uur ontvangen worden door Francisco Peanha Martins. Maar toen ze rond 18 uur bij het meest lelijke gebouw van Brasilia (stijl voormalig Oost-Europa) arriveerden, werden ze niet ontvangen door de heer Martins, maar door vier politie-autos (militaire politie) die met gillende sirenes aan kwamen rijden. Waarom?
Omdat helaas het beeld over indianen nog steeds dat is van halve (of hele) wilden die gevaarlijk zijn en misschien wel met pijl en boog gaan schieten. "Kunt u vragen of ze zich kalm kunnen houden?", vroeg een agent aan een medewerker van Cimi (Conselho Indigenista Missionario), die bij de groep indianen was. "Wat bedoelt u? Heeft u het over deze ouderen, kinderen en vrouwen die op dit moment hun traditionele gebed in het Guarani, hun eigen taal, opzeggen en een rituele dans uitvoeren in de hoop op een goed resultaat?"
Nadat de advocaten van Cimi erin geslaagd waren de veiligheidsmensen van STJ duidelijk te maken dat er een afspraak was, vertrokken de agenten (op een drietal na) en mochten de indianen naar binnen. Daar ontstond de volgende verwarring, waaruit uiteindelijk duidelijk werd dat de groep opgesplitst moest worden, zodat ze naar twee ministers konden. EŽn groep mocht alvast naar binnen, de andere moest buiten wachten. En daar gebeurde het volgende staaltje van het hebben van vooroordelen.
"Een groep primitievelingen is aangekomen in onze wereld?", vroeg een medewerker van STJ, die blijkbaar nieuwsgierig was. (Na hetgeen er net aan de poort gebeurd was, vraag je je toch af wie hier de primitieveling is.)
Na een half uur wachten kwam de eerste groep terug met het bericht, dat zij al met beide ministers gesproken had. Waarom gaat het nooit zoals vooraf verteld? Zitten er bepaalde strategie‘n achter? Het verslag van de groep die wel met de ministers had gesproken was enigszins teleurstellend. De eerste minister had 10 minuten geluisterd naar de indianen en de advocaten, en wilde daarna vooral op de foto met de hele groep en ook nog even apart "met dat schattige indianenmeisje". De tweede ("hoe heette hij ook alweer, die dikke") had alleen maar zelf gepraat.
Deze gesprekken zijn een poging om de ministers duidelijk te maken dat ze woensdag tegen moeten stemmen. Tegen het verzoek van de grootgrondbezitters die de declaratie van 5 juli j.l. van het inheems gebied Yvy Katu ongeldig vinden. Zij gebruiken hiervoor een wet die gericht is op het administratieve proces van afbakening inheemse gebieden.
Als dit inderdaad gebeurt, als het verzoek van de grootgrondbezitters daadwerkelijk wordt gehonoreerd, zal dit een precedent scheppen voor andere processen van inheemse landerkenning. En dit zou de toekomst van vele indianen in gevaar brengen.
|
|
- 9454 hectares, ge•dentificeerd door de Regeringsorganisatie voor Inheemse Kwesties (Funai)
- gelegen in het zuiden van de deelstaat Mato Grosso do Sul (west Brazili‘)
- wel ge•dentifeerd, maar nog in het bezit van grootgrondbezitters (14 grote boerderijen)
- 1648 hectares wel officieel erkend (daar leven nu 3800 indianen, opeengepakt op een klein gebied)
- in 2003 nemen de Guarani-„handeva indianen een deel van hun inheems gebied terug
- daarna is het juridisch touwtrekken tussen indianen en grootgrondbezitters begonnen.
|
|
|
Na de twijfel van gisteren, vandaag de overwinning...
De Guarani-indianen,die gisteren aan de poort van het Gerechtshof (STJ, Superior Tribunal de Justia) nog behandeld werden als gevaarlijke primitievelingen, konden vandaag (14 september) met opgeheven hoofd naar buiten lopen, nadat het verzoek van de grootgrondbezitters om het inheems gebied Yvy Katu niet te erkennen, was afgewezen.
Van de negen ministers mochten er slechts vijf stemmen, omdat de anderen niet aanwezig waren geweest bij het voorafgaande proces over deze zaak. Er was enige discussie over wie er nu wel of niet mocht stemmen, maar uiteindelijk werd het 4-1.
Een glansrijke overwinning!
Nog een precedent?
Donderdag 15 september zal er een tweede belangrijk proces plaatsvinden. Dit keer worden we verwacht bij de Hoge Raad (STF, Supreme Tribunal Federal). Een aantal bedrijven (suikerfabrieken) heeft het verzoek ingediend tot het intrekken van de erkenning van het inheems gebied JacarŽ de S‹o Domingos in de deelstaat Para’ba (noordoosten Brazili‘). Zij beargumenteren dat er een verschil is in het aantal hectares dat eerst door het Ministerie van Justitie is aangewezen als inheems gebied en het aantal dat later, reeds in 1993, officieel door de minister-president is erkend. Het verschil is 314 hectares.
Het gaat om een gebied van 5.032 hectares, waar op dit moment 13.664 Potiguara-indianen wonen, die sinds de eerste jaren van de kolonisatie al weerstand hebben geboden tegen de Portugezen, Fransen en Hollanders (tussen 1630 en 1654 was een deel van Brazili‘, het noordoosten, een kolonie van de Republiek der Nederlanden). Ze wonen in het hele gebied, maar een deel ervan wordt gebruikt voor suikerrietplantages.
De bedrijven voeren eveneens aan dat het administratieve proces van afbakening stilgelegd moet worden op het moment dat er juridische processen gaande zijn. Dit zou betekenen dat het afbakeningsproces, dat inmiddels al meer dan 10 jaar loopt, nog jaren kan gaan duren.
|
|
Bron: Cimi, www.cimi.org.br
|
top
|
print |
7 september
Op 7 september wordt de MissieZendingskalender van CMC gelanceerd. Dit jaar staat deze in het teken van de Grito dos Excluidos, de Schreeuw van de Uitgeslotenen.
De afbeeldingen in de kalender zijn van de Equadoriaanse schilder Pavel EgŸez. Het gezicht van de sociale beweging Grito dos Excluidos.
Deze beweging is in 1995 vanuit de katholiek kerk in Brazili‘ begonnen om aandacht te vragen voor het lijden en de verzuchtingen van het volk dat zich uitgesloten voelt van alles wat het leven voor een mens de moeite waard maakt.
Inmiddels is de Grito dos Excluidos een begrip geworden in Latijns-Amerika. In meer dan twintig landen van de Amerika«s en de Cara•ben heeft de campagne haar vaste plaats op de kalender van kerken en sociale bewegingen.
In Brazili‘ is 7 september de Dag van de Grito dos Excluidos, tegelijk de Onafhankelijkheidsdag (onafhankelijk van Portugal, in 1822). En dit is niet toevallig zo gekozen: de nationale feestdag wordt lang niet door alle Brazilianen gevierd, omdat velen zich nog van welvaart en welzijn in dit land zien uitgesloten.
Landloze boeren, vrouwen, vluchtelingen, Afro-amerikanen en inheemse volkeren zullen op die dag de straten op gaan om hun 'Schreeuw' te laten horen. Het thema is dit jaar: «Brazili‘, verandering is in onze handen'.
|
|
- menselijke waardigheid voor iedereen;
- strijd tegen elke vorm van sociale uitsluiting;
- versterking van de soevereiniteit van inheemse volkeren;
- de verdediging van het leven;
- versterking en ondersteuning van alle vormen van protest tegen de uitsluiting;
- verzet tegen elke aanval op een gezond en schoon milieu;
- strijd tegen elke vorm van gedwongen migratie;
- stopzetting van de afbetaling van de buitenlandse schuld en herstelbetaling voor de sociale schade die daar het gevolg van is;
- be‘indiging van de militarisering van het continent;
- verdediging van universele waarden zoals Arbeid, Rechtvaardigheid, Leven, Vrede, Democratie, Inspraak, Participatie, Soevereiniteit, Solidariteit.
|
|
|
Meer informatie:
www.missiezendingskalender.nl (bestelmogelijkheid)
www.gritodosexcluidos.com.br
www.paveleguez.com
|
top
|
print |
Brazili‘, 30 augustus 2005
In het gebied Santa Helena, in de deelstaat Minas Gerais, zijn ongeveer 100 grootgrondbezitters het huis van twee missionarissen van Cimi (Conselho Indigenista Mission‡rio), een belangenorganisatie voor indianen, binnengevallen en hebben de bewoners bedreigd.
De reden voor de inval is het conflict tussen de Maxakali-indianen en de grote boeren. Sinds 18 augustus hebben 30 Maxakali-families een gebied bezet, dat volgens hen oorspronkelijk inheems gebied is. De Maxakali-indianen wonen in een inheems gebied van ongeveer 5000 hectaren, maar zeggen recht te hebben op nog eens 3000 hectaren. Volgens de Braziliaanse Grondwet hebben de indianen recht om op hun oorsponkelijke land te wonen. Alleen heeft de regeringsorganisatie voor inheemse kwesties (Funai) op dit moment het beleid om verzoeken tot uitbreiding van inheems gebied pertinent af te wijzen.
Volgens de grootgrondbezitters hebben de twee missionarissen, Gilce Freire (Braziliaanse) en Markus Breuss (Oostenrijker), de indianen aangespoord om het gebied te bezetten. Op dit moment zijn de twee missionarissen en de (zwangere) echtgenoot van Markus in Brasilia om bij diverse mensenrechtenorganisaties deze zaak aan te kaarten.
Bron: Cimi, www.cimi.org.br
Meer informatie:
Geertje van der Pas
G.vanderpas@cmc.nu
tel +55 61 21061650
www.indianeninbrasil.nl
|
top
|
print |
Brasilia, 15 augustus 2005
En toen bleek het document voor homologatie (laatste fase in het
erkenningsproces) al op 18 april van dit jaar door de Minister van
Justitie, Marcio Thomaz Bastos, naar de president van de Braziliaanse
Republiek te zijn gestuurd, om het te ondertekenen. Alleen heeft het
document het bureau van de president nooit bereikt en is het proces
inmiddels weer terug bij Funai, de regeringsorganisatie voor inheemse
kwesties.
Daar kwam een groep van twintig JavaŽ en Karaj‡-indianen afgelopen week
achter, toen zij in Brasilia waren om druk op de regering uit te oefenen
om eindelijk hun land te erkennen, want sinds augustus 2003 is het stil
rondom het I–awŽbohona-land, een inheems gebied gelegen in de deelstaat
Tocantins, centraal-Brazili‘. In augustus 2003 werd het proces tot
afbakening namelijk bij het ministerie van Justitie ingediend. Daar mag
het 30 dagen blijven liggen. Zoals zo vaak gebeurt, werd deze termijn
ruim overschreden en deed het ministerie pas op 18 april 2005 een
uitspraak. Het gebied zou erkend worden, al zou er door Funai wel nog
wel een onderzoek moeten worden gedaan naar de aanwezigheid van Ibama,
de organisatie voor bosbehoud, in hetzelfde gebied. En hier is het
misgegaan. Het document is teruggekeerd naar Funai, en daar is het
kwijtgeraakt.
De indianen proberen op dit moment gesprekken te hebben met Funai, Ibama
en het ministerie. Zodat het proces hervat zal worden en de homologatie
uiteindelijk getekend wordt.
Door dit voorval is wederom duidelijk geworden dat de indianenkwesties
geen prioriteit hebben bij de regering van Brazili‘. Helaas.
Bron: Cimi
Meer informatie: www.cimi.org.br (portugees) of www.indianeninbrasil.nl (nederlands)
|
top
|
print |
De 11e Internationale Dag voor Inheemse Volken is in New York en in de rest van de wereld herdacht met verschillende activiteiten en boodschappen. De Vice-Algemeen Generaal voor Economische en Sociale Zaken, liet in zijn bericht weten dat "het Tweede Internationale Decennium van Inheemse Volken cruciaal is: kunnen we onze beloftes omzetten in daden, zodat de situatie van de Inheemse Volken in de Wereld werkelijk verbeterd wordt?"
Na de tien jaar van het Eerste Decennium is het tijd om de problemen van de meer dan 370 miljoen indianen in de wereld aan te pakken: het geweld tegen de individuele en collectieve mensenrechten, het wegjagen van indianen uit hun traditionele gebieden, het bedreigen van hun cultuur en identiteit, de discriminatie en het leven in diepe armoede.
In Brazili‘ werd eveneens aandacht besteedt aan de Internationale Dag voor Inheemse Volken. In Recife, het noordoosten van Brazili‘, waren 50 Indianen van vijf verschillende volken (Pankar‡, Atikum, Xukuru, Truk‡ en Kambiw‡) aanwezig bij een openbare hoorzitting. Ook afgevaardigenden van sociale bewegingen, gemeenteraadsleden en twee parlementsleden van de staat luisterden naar de discussies over het groeiend geweld tegen de indianen in de staat Pernambuco tijdens het afgelopen jaar. Speciale aandacht ging uit naar de straffeloosheid van de daders, die meestal hun straf weten te ontlopen.
In Brasilia, de hoofdstad van Brazili‘, probeerden inheemse volken gehoord te worden door regeringsorganisaties. Na veel politieke druk werden twintig leiders van de JavaŽ eindelijk ontvangen door de president van Funai, de regeringsorganisatie voor inheemse kwesties. Zij wachten al twee jaar, sinds 12 augustus 2003, op een beslissing van het Ministerie van Justitie over de demarcatie van hun land. Er zijn op dit moment vele conflicten met IBAMA, de Braziliaanse milieudienst, over wie het recht op het land heeft. De situatie is op dit moment zo slecht dat de JavaŽ gedwongen worden om water te drinken, dat vol zit met gif van de omringende gronden van grootgrondbezitters.
De Guarani en Tupinikim-indianen uit Espirito Santo zijn met acht leiders in Brasilia om evneens met Funai te praten over de demarcatie van 11.009 hectare inheems gebied. Dit gebied is in het verleden ingenomen door Aracruz, wereld grootste fabrikant van eucalyptuspulp, waarvan papier wordt gemaakt dat over de hele wereld wordt ge‘xporteerd. De 11.009 hectare staan dus vol met eucalyptusbomen.
En bij de Europese Commissie in Brussel las Benita Ferrero-Waldner, commissaris voor Buitenlandse betrekkingen en Europees nabuurschapsbeleid, een boodschap voor waarin zij pleit voor ondersteuning en solidariteit met inheemse volken in de wereld. De Internationale Dag voor Inheemse Volken is een dag om de culturele diversiteit en de enorme bijdrage van de inheemse volken aan het mensdom te herdenken. "We geloven dat een actieve samenwerking met inheemse volken essentieel is om armoede uit te bannen en de mensenrechten te respecteren."
Cimi, www.cimi.org.br (portugees) of www.indianeninbrasil.nl (nederlands)
Meer informatie: Geertje van der Pas, G.vanderpas@cmc.nu
|
top
|
print |
Voor de 11e keer: Maar valt er wel iets te vieren?
Dinsdag 9 augustus zal de elfde VN Internationale Dag voor Inheemse Volken worden herdacht. In New York zullen verschillende inheemse volken zich presenteren; er zal een boodschap van de Secretaris Generaal, Kofi Annan, zijn en er wordt afgesloten met een paneldiscussie getiteld ÎDe Inheemse Zaak is onze zaakâ. Ook zal de nieuwe film ?Inheemse Volken en de Verenigde Naties? van Rebecca Sommer in premire gaan.
In 2005 is het Tweede Internationale Decennium van de Inheemse Volken ingegaan. Blijkbaar was tien jaar (Eerste Decennium) niet voldoende om de problemen van inheemse volken wat betreft mensenrechten, milieu, ontwikkeling, onderwijs en gezondheid op te lossen.
In Brazili‘ kunnen we helaas alleen bevestigen dat de problemen van inheemse volken nog niet zijn opgelost:
- Afgelopen jaar zijn slechts acht inheemse gebieden door de regering gehomologeerd; dit betekent dat in totaal nu ongeveer eenderde van de gebieden inderdaad teruggeven zijn aan de Indianen.
- Er zijn sinds januari van dit jaar al 40 Guarani-kinderen in Mato Grosso do Sul gestorven aan ondervoeding.
- 23 Indianen zijn in de eerste helft van dit jaar vermoord.
Afgelopen twee maanden werden twee Indianen vermoord door de militaire politie en twee door huurmoordernaars. Het geweld tegen Indianen neemt toe (zie ook het Amnesty-rapport elders op deze site).
- Er zijn meer dan 50 voorstellen ingediend om de wet aangaande inheemse rechten, zoals vastgelegd in de Braziliaanse Grondwet van 1988, aan te passen, en niet ten gunste van de Indianen.
- De ontbossing van het Amazonewoud, daar waar de meerderheid van de inheemse volken wonen, is afgelopen jaar met 6% toegenomen (in totaal 26.130 km2), ten gevolge van (illegale) houtkap en de opkomende sojaplantages.
In de staat Pernambuco (noordoosten van Brazili‘) zal op 9 augustus de Internationale Dag herdacht worden met een openbare hoorzitting, waarbij de laatste misdaden tegen de Truk‡-indianen centraal zullen staan. Op 30 juni jl werden twee Truk‡-indianen vermoord door de militaire politie en op 11 juli werd de Indianenleider Aurivan dos Santos (ook bekend als Nequinho) bij het afleggen van een getuigenisverklaring over deze moord gearresteerd voor het stelen van vee in 2003 (!). De Truk‡ zeggen dat ze hebben betaald voor het vee en dat ze daar ook bewijzen van hebben.
Dit is slechts ŽŽn van de vele voorbeelden die duidelijk maken dat de herdenking van de Internationale Dag voor Inheemse Volken nog steeds noodzakelijk is om de aandacht van het publiek te vragen voor deze problematiek. De publieke opinie is een effectief middel voor verandering. De kracht van het publiek maakt het regeringen en bedrijven moeilijk, en hopelijk uiteindelijk onmogelijk, om inheemse volken te onderdrukken.
Achtergrondinformatie (5 augustus 2005)
In Brazili‘ leven nog ongeveer 735.000 Indianen.
Deze zijn verdeeld over 235 verschillende stammen en verblijven in 24
van de 27 deelstaten in Brazili‘.
Er worden nog 180 inheemse eigen talen gesproken.
In de afgelopen 500 jaar, sinds de kolonisatie, zijn 1470 stammen
verdwenen; hiervan waren er 820 gesitueerd in het noorden van Brazili‘.
Van de 841 erkende inheemse gebieden zijn er 311 officieel erkend.
Inheemse volken leven op zeer verschillende manieren: sommige leven in hun reservaten, sommige in de stad, andere leven nog volledig ge•soleerd en hebben nog geen contact met de blanken gehad. En er zijn Indianen die nog maar net ervoor uitkomen dat ze van Indiaanse afkomst zijn.
|
top
|
print |
In de deelstaat Pernambuco, N-O Brazili‘, vonden Adenilson Dos Santos, van het Truk‡-volk, 38 jaar, en zijn 17-jarige zoon Jorge Dos Santos in de nacht van 30 juni de dood. Doodgeschoten door een lid van de Militaire Politie in burger, en volgens de Truk‡-indianen die aanwezig waren werd Adenilson van achteren belaagd. Jose dos Santos, eveneens een indiaan en 26 jaar oud, werd zwaar gewond in het ziekenhuis opgenomen.
Deze feiten vonden plaats tijdens een feest binnen het inheems gebied van de Truk‡, waarbij meer dan 400 indianen aanwezig waren. Het betreffende gebied is gedemarkeerd, maar tot op heden niet gehomologeerd. Men vierde het feest van S‹o Jo‹o, een feest ter ere van de oogst. Tevens werd er die dag de aanleg van een nieuwe verbindingsweg en de bouw van huizen aangekondigd. De Truk‡ hadden hierom verzocht, omdat wegen en huizen de afgelopen jaren zwaar beschadigd waren door overstromingen van de rivier de S‹o Francisco. Op de bewuste dag was minister Ciro Gomes van Nationale Integratie aanwezig geweest om de aanleg officieel te bevestigen. Reden voor een feest.
Maar het liep compleet anders.
De Truk‡ en de Militaire Politie hebben verschillende versies van de gebeurtenissen. De indianen bevestigen dat de politie, in burger, op het feest aankwam en zonder zich te identificeren de wapens trok. De politie daarentegen meldt dat zij slechts haar wapens trok toen ze bedreigd werd door de indianen. "De versie van de politie is alleen bedoeld om de executie goed te praten. We ontkennen niet dat er een arrestatiebevel was voor Adenilson, maar is het nodig om dat uit te voeren tijdens een feest met meer dan 400 personen om negen uur s'avonds?", vraagt Nequinho Truk‡, leider van de Truk‡ en broer van het slachtoffer, zich af.
De politiemannen waren eerder al weggestuurd door andere aanwezige politie, en hadden de order niet opgevolgd. Zij werden gezien door drie indianen, waarna zij er ŽŽn gijzelde en teruggingen naar het feest. Daar trokken ze hun pistool en raakten twee indianen. Adenilson begon met hen een gevecht, waarna hij vluchtte. Tijdens zijn vlucht werd hij in zijn been en rug geraakt. Liggend op de grond schoot de politieman nog tweemaal in de rug van Adenilson. Toen even later Jorge, zoon van Adenilson, op de plaats van het misdrijf arriveerde, schoot de politieman ook hem met twee pistoolschoten neer.
Het hoofd van de politie, kolonel Claude Hisses, bevestigt dat het optreden van de politiemannen onderzocht zal worden door de Federale Politie.
Criminaliseren
Adenilson werd onder andere gezocht wegens drugshandel, het stelen van vee en het oprichten van criminele groepen. Volgens de Truk‡ zijn dit voorbeelden hoe de politie al jarenlang hun volk probeert te criminaliseren. Sinds 1990 zijn de Truk‡ begonnen om hun rechtmatige land weer in te nemen. Dit land was in het bezit van grote boeren die daar ook marihuana op verbouwden. In een interview van februari j.l. vertelde Adenilson nog dat "alle processen dateren uit de tijd dat we ons land weer terugnamen; de grote boeren, gesteund door politici en politie, accepteerden dit niet goed en probeerden op allerlei manieren ons volk te criminaliseren. Justitie hier werkt langzaam en heeft er geen enkel belang bij om indianen vrij te spreken."
Het noordoosten van Brazili‘ is extreem arm en er bestaan geen wetten. De corruptie heerst. Als iets de politici en politie niet zint, dan zoeken ze wel een manier om indianen en andere mensen zwart te maken.
De Truk‡ proberen op dit moment bij de Braziliaanse overheid de zaak aan te kaarten en ook internationaal wordt er steun gezocht. Een afgevaardigde zal volgend jaar aanwezig zijn in GenŽve, wanneer daar vanaf 16 april de Werkgroep Inheemse Bevolking van de VN bijeenkomt, en ook Amnesty International is bezig de zaak te onderzoeken.
Het geweld tegen indianen in Brazili‘ is de afgelopen weken gestegen. In vijf weken tijd werden vier indianen vermoord. In Maranh‹o werd de 70-jarige Jo‹o Araœjo, leider van de Guajajara, vermoord en zijn 28 jaar oude zoon zwaar gewond. Inmiddels is de dader, een grootgrondbezitter die het inheems gebied binnen was getrokken, weer op vrije voeten gesteld. En in Mato Grosso do Sul vond bij een treffen met huurmoordenaars (pistoleiros) Dorival Benitez, Kaiow‡-Guarani, de dood en werden vijf anderen gewond, waaronder een zwangere vrouw. De Kaiow‡-Guarani probeerden eveneens hun traditionele land weer in te nemen
|
top
|
print |
In Rio Grande do Norte, een deelstaat in het noordoosten van Brazili‘, hebben drie indianenstammen een verzoekschrift ingediend tot erkenning van hun identiteit. Zij hebben meer dan een eeuw gezwegen over hun 'indiaan-zijn'.
Het gaat om drie gemeenschappen. In de eerste wonen de EleotŽrio en Serafim, ongeveer 800 personen. De tweede bestaat uit meer dan 2000 personen, behorend tot de Mendona-indianen. De laatste groep, Caboclos do Assu, telt slechts 150 personen op dit moment.
Alle drie de groepen zijn tientallen jaren geleden gevlucht van hun eigen land. Zij werden gediscrimineerd door de bewoners van nabijgelegen steden, behandeld als een achterlijk en lui volk. Elk van de drie groepen weet van een gemeenschappelijke geschiedenis en kent dezelfde verhalen. Antropologen en onderzoekers verrichten al enige tijd onderzoek naar deze indianen.
Zelf-identificatie is vastgelegd in de ILO-conventie 169, artikel 1.2, en betekent dat als indianen zichzelf indianen noemen dit gerespecteerd moet worden. De ILO-conventie is ondertekend door Brazili‘, dus ook hier geldt dit recht.
Het verzoekschrift wordt in behandeling genomen door Funai, de regeringsorganisatie die de inheemse zaken in Brazili‘ behartigt. Funai laat deze zelf-identificaties onderzoeken door een antropoloog, en dit resulteert soms in het niet erkennen van de zelf-identificaties. Dit gaat in tegen hetgeen is vastgelegd in de ILO-conventie.
Voor de EleotŽrio, Serafim, Mendona em Caobclos do Assu betekent dit dat zij achteraan kunnen sluiten in de lange rij wachtenden voor erkenning van hun identiteit. En dat het nog jaren kan duren voordat hun rechten (op land, gezondheid, onderwijs) erkend zullen worden.
Bron: Cimi Nationaal, www.cimi.org.br
Kijk ook op www.indianeninbrasil.nl
Brasilia - 17 juni 2005
|
top
|
print |
De 70-jarige JosŽ Araœjo Guajajara is op 21 mei in het inheemse gebied Bacurizinho, in de deelstaat Maranh‹o vermoord. Zijn 28-jarige zoon ligt gewond in het ziekenhuis. De aanslag vond plaats na bedreigingen van een grootgrondbezitter.
De grootgrondbezitter is gevangen genomen, terwijl zijn zoons die hielpen bij de moord nog voortvluchtig zijn.
De bedreigingen aan het adres van de indianen waren eerder gemeld bij de regeringsdienst voor Inheemse Volkeren, de FUNAI. En hoewel de indianen bescherming gevraagd hadden, werd die niet geboden.
Na de moord zouden de indianen houtskoolovens van grootgrondbezitters die in hun gebieden liggen vernield hebben. Het inheemse gebied Bacurizinho is 82.434 hectares groot. In 2001 hebben de Guajajara gevraagd om de grootte van het gebied te herzien en een Werkgroep van de FUNAI stelde antropologisch vast dat dit volk recht heeft op 62.000 hectares extra. Het rapport van de Werkgroep is echter nooit gepubliceerd. Het is juist deze grootgrondbezitter die de moord pleegde die het land illegaal bezet hield.
"Anders dan wat de lokale en landelijke media beweren zijn het niet de indianen die een bedreiging vormen voor de regio. Deze weten zich juist bedreigd door de grootgrondbezitters", stelt de cošrdinator van do Cimi in Maranh‹o, Rosimeire Diniz.
De indianen hebben om een vertegenwoordiging van de FUNAI in hun gebied verzocht om de demarcatie van het gebied op gang te brengen.
Brasilia, 25 de maio de 2005
|
top
|
print |
5 Juni is het Wereldmilieudag, een jaarlijks terugkomende dag, waarmee de Verenigde Naties wereldwijd het milieubewustzijn willen stimuleren en politieke aandacht voor het milieu en actie willen bevorderen. In Brazili‘ is er nog een lange weg te gaan....
Al weken staan de Braziliaanse kranten vol met artikelen over de toegenomen ontbossing van de Amazone, met als laatste nieuws het arresteren van 127 personen voor het medewerking verlenen aan illegale houtkap. Houtkappers, grootgrondbezitters, politici en zelfs medewerkers van het instituut dat onder andere is opgezet om illegale houtkap tegen te gaan, worden beschuldigd van het uitgeven van vergunningen om hout te kapen in gebieden die bedoeld zijn voor nationale parken of Indianen.
|
|
Brazili‘ is 204x zo groot als Nederland.
De Amazone beslaat ruim eenderde van Brazili‘.
Er wonen twintig miljoen mensen in de Amazone (180 miljoen in Brazili‘).
Ongeveer 150.000 Indianen wonen in de Amazone.
Er zijn 50 miljoen soorten planten en bomen in de Amazone.
Tussen augustus 2003 en augustus 2004 is er 26.130 km2 gekapt (60% van Nederland)
Dat is 6% meer dan het jaar ervoor.
In totaal is nu 17% van het Braziliaanse regenwoud gekapt.
Er is 43.000 hectare illegaal gekapt, ofwel 52.000 voetbalvelden.
Als dit illegale hout in vrachtwagens vervoerd zou moeten worden, zou dat met 66.000 vrachtwagens moeten die een rij van 2385 kilometer zouden vormen.
|
|
|
De grootste houtkap vindt plaats in de deelstaat Mato Grosso, waar de gouvernadeur tegelijkertijd de grootste sojaboer van de wereld is. Een deel van de houtkap is bedoeld om plaats te maken voor sojaplantages. Indianen van de volken Enawen-Naw, Irantxe (Manuke) and Kayabi kunnen hierdoor al lange tijd niet terugkeren naar hun land.
Een ander gevolg van de houtkap is de toename van het broeikaseffect. Volgens onlangs verschenen onderzoek draagt de ontbossing van de Amazone voor 75% bij aan de uitstoot van giftige gassen. Brazili‘ staat op dit moment op nummer 6 van de wereldranglijst als het gaat om de uitstoot van gassen.
Kortom op Wereldmilieudag is er in Brazili‘ geen reden tot een feestje!
|
top
|
print |
"De druk op regering Lula moet worden opgevoerd." Dat is de mening van de inheemse organisaties in Brazili‘ en de beweging van landloze boeren (MST * Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra).
In de maand april zullen er dan ook verschillende manifestaties zijn, cultureel (traditionele dansen, rituelen) en politiek (debatten over de strijd om land, het voortbestaan van indianen) om het Braziliaanse publiek kennis te laten maken met de rijke cultuur van de Indianen en om hen op de hoogte te brengen van de talrijke problemen.
Aan het eind van de maand zal er een gezamenlijke landelijke activiteit in de hoofdstad Brasilia zijn om de regering te laten zien en horen wat de problemen zijn. Ongeveer 500 Indianen slaan vanaf 25 april hun kampement op voor de deur van het Nationaal Congres in Brasilia en wachten daar op de protestmars van 10.000 landloze boeren, die op 1 mei eindigt in dezelfde plaats.
De mensenrechtensituatie met betrekking tot de Indianen is door het Amnesty onderzoek (Foreigners in our own country, 30 maart 2005) weer nationaal en internationaal onder de aandacht gekomen. "Brazili‘ faalt in de bescherming van haar indianenbevolking. Het toekennen van de inheemse gronden, zoals in de Braziliaanse grondwet is vastgelegd, stagneert, waardoor Indianen hun belangrijkste bron van voedsel en inkomsten verliezen. Daarnaast zijn Indianenleiders steeds vaker doelwit van moordaanslagen en is het stijgen van het sterftecijfer van kinderen van Indianen een schande voor het land."
Tijdens de persconferentie over de rode maand in Brazili‘ kwam vanzelfsprekend ook het Amnesty-rapport ter sprake. De inheemse organisaties onderschrijven het rapport. In een manifest in het kader van de activiteiten in april wordt de analyse gemaakt dat president Lula tot op heden het slechtst scoort van alle regeringsleiders als het om het toewijzen van de inheemse gebieden gaat (declaratie). "Lula heeft de afgelopen twee jaar slechts 11 gebieden gedemarkeerd. Dit is een lager aantal dan tijdens het militair regime. Hij heeft nog een kleine twee jaar om zijn belofte, alle inheemse gebieden erkend, na te komen."
Tijd dus om de druk op te voeren!
Ook in Nederland zullen in het kader van deze maand van de Indianen activiteiten plaats vinden.
|
top
|
|
Amnesty International heeft op 30 maart 2005 het onderzoek naar de situatie van de Indianen in Brazili‘ uitgebracht. Amnesty beschuldigt Brazili‘ dat ze faalt in het beschermen van de Indianen en in het toekennen van het land.
Lees hier het complete rapport (engels):
Foreigners in our own country.
U kunt het rapport ook downloaden in Microsoft Word formaat:
Amnesty2005.doc (158 Kb).
|
top
|
print |
Vanuit een warm Porto Alegre (zuid-Brazili‘ een kort berichtje. Na drie weken cursus van Cimi, ben ik nu vijf dagen aanwezig bij het Wereld Sociaal Forum. Samen met nog zo slordige 150.000 mensen. Meerderheid Brazilianen, maar Nederland, Gambia, Argentini‘, India enzovoort zijn ook vertegenwoordigd. En al deze mensen geloven dat een 'OUTRO MUNDO', een andere wereld, mogelijk is.
Wil je er meer over weten:
www.fsm.org.br (engels)
Of wil je een kort interviewtje over Cimi met mij horen:
www.noticias.nl/wsf2005.php (nederlands)
zie ook www.geertjevanderpas.waarbenjij.nu
|
top
|
print |
Porto Alegre, 29 januari 2005
Tijdens een gezamenlijke persconferentie op 28 januari j.l. tijdens het Wereld Sociaal Forum hebben de indianen in Brazili‘ hun klacht over de regering Lula naar voren gebracht. Leiders van de Makuxi, Xavante, Guarani Kaiow‡, Patax— H‹ H‹ H‹e en Xukuru vertelden over de problemen die in hun gebied aan de orde zijn en boden een brief aan Lula aan.
In Brazili‘ leven op dit moment ongeveer 735.000 indianen, verdeeld over 235 verschillende volken en vertegenwoordigd in 24 van de 26 staten. Het grootste probleem is tot op heden de erkenning van hun land. Volgens de Grondwet van 1988 hebben de indianen het recht om op hun oorspronkelijke land te wonen. Het gaat hierbij om 825 gebieden. Van deze gebieden zijn er 311 officieel erkend (bron: CIMI, 17 december 2004). Tijdens de regering Lula, inmiddels twee jaar, zijn er slechts elf gebieden bijgekomen, terwijl er in diezelfde periode 50 indianen zijn vermoord en de invasies in de gebieden door grootgrondbezitters, soja- en rijstproducenten en vertegenwoordigers uit de hout- en delfstofindustrie zijn toegenomen. Lula kiest voor agrobusiness, export, en niet voor het oplossen van de problemen in zijn eigen land.
De indianen spraken tijdens de persconferentie ook hun bezorgdheid uit over het nieuwe wetsvoorstel ((PLS 188/2004) dat op de agenda van de regering Lula staat, waarin de toekenning van de gronden steeds meer een militaire kwestie wordt. Dit is het gevolg van het feit dat veel inheemse gebieden gelokaliseerd zijn aan de grens van Brazili‘.
De indianen spraken hun dankbaarheid uit om aanwezig te kunnen zijn op het Wereld Sociaal Forum en zij hopen dat het WSF de mensen hier aanwezig veel energie en inspiratie mag geven, om verder te werken aan die 'andere wereld'. Die mogelijk is!
(Samenvatting en toelichting: Geertje vd Pas)
|
top
|
print |
MO* - Alma De Walsche
Met hun indrukwekkende verenkronen en lichaamsbeschilderingen zijn de zowat 300 indianen op het WSF een kleine maar erg opvallende groep deelnemers. Hun belangrijkste politieke bekommernis is de strijd tegen de biopiraterij en de erkenning van hun territoria.
Helemaal aan het uiteinde van het WSF-dorp, in het zogenaamde Puxirum, ver weg van de politieke discussies, bevindt zich het terrein van de inheemsen. Indianen uit Mexico, Guatemala, Suriname, Venezuela, Ecuador, Peru, Bolivia, Colombia, Argentini‘ en Brazili‘ hokken hier samen. Ondanks de ongetwijfeld goede bedoelingen, doet het wat aan een reservaat denken.
"We zitten hier inderdaad wat ge•soleerd", zegt Rafael Pandam, Shuar-indiaan uit Ecuador en verantwoordelijke voor de buitenlandse relaties van de inheemse koepel Conaie. Het feit dat we elkaar hier vinden, maakt het ons wel makkelijker om nieuwe contacten te leggen en netwerken te smeden en te overleggen over gezamenlijke strategie‘n."
De organisatoren van het WSF hebben de indianen zelf die keuze laten maken. "Jarenlang zijn wij vertegenwoordigd geweest door anderen, door ambassadeurs, door ngo's. De Conaie is nu opgenomen als volwaardig lid in het WSF-gebeuren en vanaf nu zullen wij ook op andere fora aanwezig zijn."
|
top
|
print |
Voor de bezoeker doet het leven in het Puxirum nogal folkloristisch aan. 's Morgens wordt de dag hier geopend met een ritueel, en de indianen pakken uit met handwerk en hun kennis van zaden en medicijnen. "Onze taal, onze kennis van de biodiversiteit, de energie, de dieren en de planten, onze gebruiken en rituelen vormen een onderdeel zijn ons wapen in de strijd", zegt Pandam.
De strijd in kwestie draait om grond en om het behoud van natuurlijke rijkdommen. Op de debatten in het Puxirum dreef ŽŽn thema boven: de biopiraterij van hun traditionele medicinale planten door farmaceutische bedrijven. Om meer zichtbaarheid te geven aan die problematiek, hielden de Braziliaanse indianen een gezamenlijke persconferentie op 28 januari.
Een panel met vertegenwoordigers van Makuxi, Guarani, Kaiowa, Xavante en Xukuru gaven veel lucht aan hun ontgoocheling over het beleid van de Braziliaanse president Luiz In‡cio Lula da Silva. EŽn van hen bracht het getuigenis van Raposa Serra do Sul, in de deelstaat Roraima. De grenzen van dat territorium werden afgebakend in 1998, maar omwille van politieke druk blijft de offici‘le erkenning van die demarcatie uit. De Braziliaanse grondwet verleende de inheemsen in 1988 nochtans het recht op eigen territoria.
|
top
|
print |
Raposa Serra do Sul wordt geplaagd door invasies van kolonisten en goudzoekers. In december werden drie gemeenschappen met tractoren volledig overhoop gehaald. Hun huizen vernield, hun bezittingen verbrand. In deze conflicten hadden de indianen meer steun verwacht van Lula, om samen de strijd aan te gaan tegen de corrupte lokale politici.
De indianen uitten vooral hun bezorgdheid over een wetvoorstel dat in de senaat ter discussie ligt en een herziening beoogt van die demarcatiewetgeving. In het nieuwe voorstel zou elke demarcatie nog eens moeten goedgekeurd worden door de federale senaat en zou ook de Nationale Defensieraad zich erover moeten uitspreken indien het gaat om territoria aan grensgebieden.
"De grond is voor ons geen park waar wij onze vrije tijd wat willen doorbrengen. Wij leven van de grond. Wij zijn de behoeders van de grond. Wij zijn wandelende aarde," zo klonk het uit de mond van de man uit Roraima.
|
top
|
print |
"Wij, Inheemse Volken van Brazili‘ en leden van de Kring Inheemse Kunsten en Wetenschappen op het Vijfde Mondiaal Sociaal Forum verheffen onze stem om een aanklacht uit te spreken tegen het kolonisatieproces dat zich vandaag de dag blijft ontwikkelen in ons land.
Wij hebben er genoeg van steeds maar weer documenten op te sturen naar de regering en daar aan deuren te moeten kloppen zonder dat er oplossingen komen voor de ernstige problemen waarmee we geconfronteerd worden
Ondanks alle inspanningen van onze gemeenschappen, volken en organisaties blijft de regering nalatig en traag in het demarkeren van onze gebieden.
Wij constateren dat de kapitalistische winst en uitbuiting voor de Regering Lula belangrijker zijn dan het fysieke en culturele voortbestaan van onze volken. Immers alleen zo valt te verklaren, waarom er in de laatste twee jaar slechts 11 inheemse gebieden afgebakend zijn, het Baœ-gebied van het Kayap—-volk ingeperkt is, het gebied Raposa Serra do Sol in de deelstaat Roraima niet als Inheems land bekrachtigd is en waarom er commissies ingesteld worden om in heel het land onze gebieden te gaan inperken.
|
top
|
print |
Nu Brazili‘ door de moord op Amerikaanse missionaris Zuster Dorothy Slang, haar ogen weer eens richt op de realiteit van het platteland, spreekt CIMI haar zorg uit over de resultaten van twee jaar Lula voor de inheemse bevolking van Brazili‘: een toename van geweld * de afgelopen twee jaar zijn 63 Indianen vermoord * en de bedreiging van milieu en cultuur, waardoor het voortbestaan van de Indianen en hun manier van leven continu onder druk staan.
Lula houdt zich op dit moment vooral bezig met het onderhandelen over (internationale) handelsakkoorden en bekommert zich nauwelijks om de sociale problemen in zijn eigen land. Dit manifesteert zich het duidelijkst in het nog steeds niet ondertekenen van het toekenningsdocument (homologatie) van het inheemse gebied Raposa Serra do Sol, in het noorden van Brazili‘. De lokale autoriteiten aldaar werpen steeds opnieuw juridische obstakels op en Lula kiest ervoor om te luisteren naar deze politici, waarvan bekend is dat ze van oudsher tegen het toekennen van de rechten van Indianen zijn, en hun eigenbelangen voorrang geven.
Maar er zijn meer voorbeelden te geven van het schenden van de rechten van Indianen en ze spelen zich af in het hele land. In Par‡ wordt het gebied van de Arara-Indianen, die nog maar recentelijk in contact zijn met de maatschappij, ingevallen door houtproducenten en grootgrondbezitters. Zij nemen de grond illegaal in bezit en bedreigen de Indianen met fysiek geweld. Par‡ is een deelstaat in het noorden van Brazili‘, waar al jarenlang veel conflicten zijn tussen grootgrondbezitters en kleine boeren, die strijden voor een klein stukje grond om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Het is de staat waar ook Zuster Dorothy Slang werkte en er afgelopen week nog drie boeren zijn vermoord.
Een ander voorbeeld speelt zich af in Acre, aan de grens met Peru, waar de staat onderhandelt over het vertrek van de Apolima-Arara uit hun inheems gebied. In dezelfde staat heeft het volk Nawa problemen met de erkenning van hun gebied, omdat de staat pretendeert duurzame natuur- en ecotoerismeprojecten te vestigen in hetzelfde gebied. Het risico dat veel van de cultuur van de Nawa-Indianen hiermee verloren gaat, is groot.
Ook gaan de bedreigingen van houtkappers aan het adres van de Myki-Indianen in de staat Mato Grosso (west-Brazili‘) nog steeds door en wordt het werk van Cimi in dit gebied bemoeilijkt.
Tenslotte spreekt Cimi haar bezorgdheid uit over het verplaatsen van het water uit de rivier de S‹o Francisco, de belangrijkste rivier in het noordoosten van Brazili‘. Het project is bedoeld om de droogte in dit gebied te bestrijden, maar er wordt weinig nagedacht over de negatieve gevolgen voor Indianen en vooral geluisterd naar wat grootgrondbezitters en bedrijven willen.
|
top
|
print |
Programma op het Latijns-Amerikaans Filmfestival (LAFF) - Utrecht
Zaterdag 6 mei 2006: 12.30-15.00 uur
Plaats: Louis Hartlooper Complex, Tolsteegbrug 1, Utrecht
12.30 uur: Argentijnse Mapuches contra Benetton:
Benetton heeft in Zuid Argentini‘ uitgestrekte landerijen opgekocht voor de schapenteelt. Mapuche-indianen, de oorspronkelijke bewoners van die grond, proberen hun voorouderlijke leefgebied via landbezetting te herwinnen.
- Film: 'Marichew', Engels ondertiteld, 20 min.
- Korte uiteenzetting van de campagne tegen Benetton door Mar»a Railaf van de Stichting FOLIL, 10 min.
13.00 uur: Braziliaanse Tupinikim contra Procter & Gamble.
De cellulosegigant Aracruz S.A., hoofdleverancier van het Amerikaanse concern Procter & Gamble, heeft eucalyptusplantages op het vroegere grondgebied van de Tupinikim- en Guarani-indianen in de Braziliaanse deelstaat Esp»rito Santo. Het Amerikaanse concern is o.a. producent van Tempo-zakdoekjes, door de Consumentenbond onlangs nog uitgeroepen tot een van de betere en milieuvriendelijke papieren zakdoekjes.
Met veel geweld en groot machtsvertoon verjoeg de Federale Politie samen met Aracruz in januari jl. twee indianengemeenschappen, die zich weer op hun oude grondgebied hadden gevestigd, en brandden hun dorpen plat. CIMI en FASE in Brazili‘ ondersteunen de indianen bij hun strijd om de grond. De Duitse milieuorganisatie Robin Wood voert internationaal campagne om deze indianen het recht op hun gronden terug te geven.
- Uiteenzetting Tupinikim- en Guarani-vertegenwoordigers.
- Film: 'Waargebeurde (indianen)verhalen', regie Petra Spreij, duur: 10 min, Nederlands ondertiteld. Eerder uitgezonden door omroeporganisatie Llink.
- Uiteenzetting van de campagne door Peter Gerhardt van Robin Wood (Nederlands).
- In gesprek met: Peter Gerhardt, twee vertegenwoordigers van de Guarani en Tupinikim uit Brazili‘ en Geertje van der Pas (CMC/CIMI).
Stand met info van Noticias, Llink, FOLIL, CMC/CIMI.
Sites: www.noticias.nl,
www.mapuche.nl,
www.indianeninbrasil.nl,
www.laff.nl
Organisatie : Noticias i.s.m. met Steungroep CIMI en FOLIL.
|
top
|
print |
Brasilia, 7 april 2005 - De afspraak stond: met Lula zelf of een vervanger, donderdag 6 april om 17.00u. Na 20 minuten wachten binnen het Palacio Planalto, komt het bericht dat er niemand beschikbaar is om de indianen te ontvangen of om tenminste het document in ontvangst te nemen. De tevredenheid na de gesprekken met de Senaat, het Parlement en het Hoge Gerechtshof, slaat om in teleurstelling.
Terra Livre, Vrij Land, is de naam van de manifestatie die ruim 500 indianen uit heel Brazili‘ (86 verschillende volken) naar de hoofdstad Brasilia bracht in de week van 2 april. Zij bouwden daar maandagnacht een kampement op, recht voor de imposante hagelwitte regeringsgebouwen van architect Oscar Niemeyer. De indianenarchitectuur bestaat uit kleine hutten van zwart zeil, bamboe en riet. In een uurtje staan er een 20-tal hutten in een mooie cirkel om een grote circustent. Het is het derde jaar dat deze manifestatie plaatsvindt. Bedoeld om direct aan de regering te laten horen dat er nog veel mis is met het beleid aangaande inheemse kwesties. De belangrijkste thema†s op dit moment zijn de erkenning van de inheemse gebieden en de zorgelijke gezondheidssituatie.
Wachten op erkenning
Volgens artikel 231 in de Grondwet van Brazili‘ hebben de indianen recht op hun oorspronkelijke land (*). In Brazili‘ zijn er volgens CIMI (Conselho Ind»genista Missionario) 850 inheemse gebieden. Hiervan zijn er op moment van schrijven 323 afgebakend. Van de andere liggen verschillende processen te wachten bij het Ministerie van Justitie of bij het Hoge Gerechtshof. Wanneer een werkgroep van antropologen namelijk de grenzen van een gebied heeft vastgesteld, kan er bezwaar worden aangetekend. En dat dit door grootgrondbezitters, sojaboeren en multinationals veelvuldig gedaan wordt, zal niemand verwonderen. Net zoals niemand ervan op zal kijken dat de invloed van degene die bezwaar aantekenen groter is dan die van de indianen. Het begin van jarenlang getouwtrek.
Een belangrijke case als voorbeeld is het inheems gebied Nhande Ru Marangatu van de Guarani-Kaiowa. Dit gebied was in maart 2005 officieel erkend door President Lula, maar in december van dat jaar werden de indianen alsnog van dit land gezet, omdat drie grootgrondbezitters met succes naar de rechter waren gestapt. Sindsdien leven de Guarani-Kaiow€j onder erbarmelijke omstandigheden langs de kant van de weg en zijn er in de maand maart wederom twee kinderen gestorven. De zaak ligt bij het Hoge Gerechtshof en de belofte dat er in februari een uitspraak zou zijn, is alvast niet nagekomen.
Het Hoge Gerechtshof heeft ook nog steeds geen beslissing genomen over het toestaan tot offici‘le verwijdering van degene die illegaal in de inheemse gebieden zijn (rijstboeren, grote bedrijven), zoals in Caramuru-Paraguassu van de Patax‡ H–-H–-H–e indianen en in het gebied Raposa Serra do Sol.
Daarnaast is voor 229 gebieden nog niet eens een werkgroep tot identificatie van het gebied ingesteld. De belofte van Lula dat alle inheemse gebieden tijdens zijn mandaat, dat in 2007 afloopt, erkend zouden zijn, zal hij met het huidige ritme pas in 2045 kunnen nakomen. De kans is groot dat hij herkozen wordt in oktober, maar dat hij tot 2045 blijft regeren, is onmogelijk. Dat er iets moet veranderen in zijn beleid aangaande inheemse zaken is voor alle indianen meer dan duidelijk.
Gezondheid
Een ander veelvuldig besproken thema tijdens het kampement Terra Livre is de slechte staat van de gezondheidszorg in de inheemse gebieden. Er sterven nog steeds kinderen aan ondervoeding, overgeven, diarree en griep. Iets dat in een modern en rijk land dat Brazili‘ inmiddels is, niet meer zou hoeven voorkomen. Ook is het aantal malariagevallen onder de Yanomami-indianen het laatste jaar voor het eerst weer toegenomen. De reden dat dit gebeurt is volgens de indianen dat de verantwoordelijke instantie voor de gezondheidszorg in de inheemse gebieden, Funasa, vaker niet als wel aanwezig is in de inheemse gebieden, en dat het hen ontbreekt aan kennis over en respect voor traditionele geneeswijzes.
Terra Livre
Na twee dagen van discussies tijdens het kampement werd op woensdagavond het offici‘le document afgesloten en ondertekend. Donderdag stonden er afspraken gepland met de Commissie Mensenrechten van de Senaat, met de voorzitter van de Kamer, met een minister van het Hoge Gerechtshof en met een vertegenwoordiger van de presidenti‘le macht.
Beschilderd en met kleurige verentooien of andere hoofddeksels, maar zonder de gebruikelijke instrumenten (die zijn verboden in het Congresgebouw), gaan de 500 indianen al zingend en dansend de straat op. Begeleid, natuurlijk, door strengkijkende politie-agenten. Het is een prachtig plaatje, de romantiek, het nostalgische van de indianen in contrast met de strakke zakelijkheid van de moderne gebouwen. Fotografen zijn dan ook in grote getale aanwezig. Jammer dat de dag erna in ÿÿn van de belangrijkste kranten van het land alleen een mooie foto verschijnt, zonder verder uit te leggen waar het de indianen werkelijk om te doen is.
Het gesprek met de Kamer en de Senaat levert de belofte op dat er een speciale commissie voor inheemse kwesties zal worden samengesteld en bij het Hoge Gerechtshof zegt minister Ellen Gracie toe dat de juridische zaken over de inheemse gebieden in een versnelde procedure opgenomen zullen worden. Nu maar hopen dat deze beloftes ook in daden omgezet gaan worden. En wel nog voor oktober. Want dan zijn de verkiezingen en kan alles in dit land weer anders worden.
Artikelen in het portugees: www.cimi.org.br
Algemeen: www.indianeninbrasil.nl
(*) Art. 231 S–o reconhecidos aos »ndios sua organizaþ–o social, costumes, l»nguas, crenþas e tradiþíes, e os direito origin€rios sobre as Terras que tradicionalmente ocupam, competindo ‰ Uni–o demarca-las, proteger e fazer respeitar todos os seus bens.
|
top
|
print |
De Mensenrechtencommissie van de VN bespreekt dit voorjaar in haar 62ste Zitting het rapport dat de Speciale Rapporteur gemaakt heeft naar aanleiding van zijn bezoek aan Brazili‘ in oktober j.l. In het rapport wordt de regering ervan beschuldigd haar verantwoordelijkheid t.a.v. de inheemse volken niet na te komen.
De Rapporteur, Doudou Di"ene, heeft als taak te kijken naar de situatie van hedendaags racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en intolerantie. Met betrekking tot de situatie van inheemse volken levert hij zware kritiek en doet een serie aanbevelingen om de problemen in het land te boven te komen. Met name noemt hij daarbij de noodzaak de inheemse gebieden officieel af te bakenen (demarkeren).
Het hele rapport (Engels) is te vinden op:
www.cimi.org.br
|
top
|
print |
10 ý 25 mei 2006
In het kader van het Uitwisselingsproject tussen CIMI (indianenpastoraat) in Brazili‘ en CMC ý Mensen met een Missie in Nederland werkt Bettine Robers sinds 2004 voor CIMI met Inheemse Volken in de regio Tefÿ/Manaus (Amazonegebied).
Binnen haar takenpakket hoort het informeren en betrekken van de Nederlandse samenleving bij de huidige situatie van deze Inheemse Volken. Met name gaat het dan om de strijd om hun landrechten en het voortbestaan van hun eigen cultuur. Eveneens hoe Nederland partij is.
Van 10 tot 25 mei a.s. zal Bettine in Nederland zijn en beschikbaar voor groepen en activiteiten die haar ervaringen willen horen en over het werk van CIMI ge¾nformeerd willen worden en de inspanningen die de Indianen doen om zich te organiseren.
Bettine is van beroep land- en bosbouwkundige, werkte een aantal jaren in de Filippijnen en is nu dus werkzaam in de regio Tefÿ, waar de indianenpopulatie op 8.000 personen wordt geschat (verdeeld over 11 etnische groepen, wonend in veertig inheemse gebieden en in meer dan tachtig dorpen).
Bettine beschikt voor haar voorlichting in Nederland over een PowerPoint presentatie, fotoÈs, muziek en eventueel filmbeelden.
Voor een goede planning voor haar activiteiten ontvangen wij graag spoedig reacties van belangstellenden.
Dat kan via Magali Neumann:
tel: 045-572.25.03
email: magali.n@wanadoo.nl
|
top
|
|
|