Achtergrond


Print dit item print
Indianen, Galileo Galileï en Newton

18 juli 2009

Vertaald door : Paul Wolters en Geertje van de Pas

Braziliaanse Indianen deden een ontdekking die zelfs Galileo Galilei over het hoofd zag en die Isaac Newton pas ongeveer een eeuw later deed: namelijk dat de maan de belangrijkste oorzaak is van de getijden. En ook van de getijdengolf (in het Portugees: Pororoca).

Een getijdengolf vormt zich wanneer het de opkomende vloed botst met het rivierwater dat richting zee stroomt, waardoor zich een hoge, doorlopende golf landinwaarts ontstaat. Dit gebeurt altijd, zo wisten de indianen al, rond nieuwe en volle maan.

Dit alles staat al vermeld in zeer oude mythes van de Indianen, zo ontdekte de astronoom Germano Bruno Afonso, gastprofessor van de Nationale Raad voor Wetenschappelijk en Technologische Ontwikkeling (CNPq) aan de Universiteit van Mato Grosso do Sul (UEMS). Hij maakte deze ontdekkingen onlangs bekend tijdens een wetenschappelijke conferentie in Manaus.

Zon en maan

Volgens de astronoom publiceerde Galileo in 1632 het boek ‘Tweegesprek over de twee belangrijkste wereldsystemen, het Ptolemeïsche en Copernicaanse’. Hierin stelt Galileï dat de voornaamste oorzaak van de getijden de twee cirkelvormige bewegingen van de aarde zouden zijn: de rotatie om zijn as, die zich elke dag voordoet, en de omwenteling rond de zon, die in één jaar plaatsvindt. Hij zag echter de invloed van de Maan over het hoofd. Het was isaac Newton die een halve eeuw later, in 1687, aantoonde dat de oorzaak van de getijden de aantrekkingskracht is van de zon en, meer nog, van de maan op de aarde.

Echter, vóór de publicatie van het werk van Newton in 1614, publiceerde de Franse kapucijner missionaris Claude d'Abbeville in Parijs al het boek 'Geschiedenis van de missie van de Kapucijnervaders op het Maragnaneiland en de omliggende gebieden. In dit werk vertelt d'Abbeville over zijn leven met het inheemse volk Tupinambá, een van de Tupi-Guarani volken, waar hij vier maanden verbleef. Dat was in het gebied van de huidige Braziliaanse deelstaat Maranhão, in de buurt van de evenaar.

Eén van de aantekeningen van de Franse missionaris zegt: “De Tupinambá schrijven eb en vloed van de zee toe aan de invloed van de maan en maken duidelijk onderscheid tussen het hoogtij van volle maan en bij nieuwe maan of een paar dagen later.” Dit bevestigt dat deze volkeren al lang voordat de theorieën van Galileo en Newton bekend werden, wisten over de relatie tussen de getijden en de fasen van de maan.

Etno-astrologie

Aan het einde van de jaren '70 deed professor Alfonso promotie-onderzoek in Frankrijk, waar hij toegang had tot het boek van d'Abbeville. De Franse Kapucijner noemt hierin enkele namen van de sterrenbeelden in de Tupi-taal, zoals 'curuçá' (´t Zuiderkruis), 'seichu' (de Pleiaden), 'tuibaé' (Oude Man) en 'nhandutim' (de Emu).

Na nauwgezet onderzoek concludeerde hij dat deze sterrenbeelden overeenkomen met de sterrenbeelden van de Guarani hedentendage, hoewel ze meer dan drieduizend kilometer verderop leven en er inmiddels vierhonderd jaar verstreken zijn. Op basis van deze ontdekking begon Alfonso onderzoek te doen in alle regio's van Brazilië.

“In andere landen is deze discipline, de etno-astronomie, al langer bekend”, aldus Afonso. “Veel weten we bijvoorbeeld over de astronomische kennis van de Inca, Maya en Navajo indianen, maar over de Braziliaanse Indianen weten we nog bitter weinig. Je kunt alleen deze kennis opdoen door veldwerk te doen, want er is niets in de bibliotheken te vinden”, evalueert de deskundige, die een andere grote ontdekkingen deed juist tijdens eerder veldwerk.

In 1991 vonden archeologen aan de oever van de Rio Iguaçu, in de deelstaat Paraná, waar de waterkrachtcentrale van Itaipú werd gebouwd, een archeologisch voorwerp waarvan zij de betekenis niet konden achterhalen. Bij het bestuderen van de verticale rots, stelden de onderzoekers vast dat het om een instrument voor zonne-observatie ging, beter bekend als 'gnomon'. De rots was zo uitgehakt dat hij vier zijden had, die ieder een windrichting aangaven. Hij sprak met de Guarani in de regio om te zien of de rots inderdaad deze betekenis voor hen had, wat zij bevestigden. Vervolgens trof hij soortgelijke instrumenten aan op diverse andere locaties in Brazilië.

Volgens de onderzoeker was één van de belangrijkste belangen van de inheemse astronomie het gebruik ervan voor de landbouw. Maar de eeuwenoude kennis van de indianen kan ook tegenwoordig nog grote waarde hebben, betoogt de onderzoeker. “Door middel van observatie van de maan, wisten ze bijvoorbeeld dat er veel meer muggen zijn bij volle maan dan bij nieuwe maan. Deze gegevens kunnen nuttig zijn bij de gezondheidszorg in Brazilië, bijvoorbeeld bij het bestrijden van de Aedes Aegypti mug, de mug die dengue (knokkelkoorts) overbrengt, om te bepalen wat de beste periode is voor de bestrijdingsacties.”

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op: www.farolcomunitario.com.br

Bron: Elton Alisson, persdienst SBPC

top

Print dit item print
Verdwijnen van Inheemse talen

16 juli 2009

Vertaald door              : Paul Wolters en Geertje van de Pas
met toestemming van : auteur Jussara Mangini, Manaus Agentschap Fapesp

Van de ongeveer 150 inheemse talen die nog gesproken worden in Brazilië, worden er ruim dertig (21%) ernstig bedreigd met uitsterven op korte termijn. De oorzaak: het slinkende aantal sprekers en de lage snelheid van overdracht aan de nieuwe generaties. Dit blijkt uit nieuw onderzoek.

De Amazone is de regio waar de meeste inheemse volken wonen en dus verbaast het niet dat tweederde van alle inheemse talen in Brazilië daar gevonden wordt.

Alleen al in de staat Amazonas ligt het aantal levende talen nog steeds tussen de 50 en 56, volgens de recente verschenen studie van taalonderzoeker Dennis Albert Moore, conservator van het Goeldi-museum in de staat Para. Er zijn ook vele talen verdwenen sinds het contact met niet-inheemse personen. Zoals Baré, Mura, Kokama en Torá. Deze volken bestaan nog wel, maar ze gebruiken het Portugees als taal. Of het Nhenngatu, een universele taal die bestaat uit een mengsel van Portugees en verschillende inheemse talen. Deze taal wordt in het hele Amazonegebied door tal van etnische groepen gebruikt, zoals bijvoorbeeld de Baré, wiens traditionele taal niet meer wordt gesproken.

De meeste talen hebben weinig sprekers meer, minder dan 100. Talen met meer sprekers, tot vier duizend, zijn: Sateré (6.219), Baniwa (5.811), Tikuna (ongeveer 35.000), Tukano (8.000), Yanomami (6.000), Yanomam (4.000) en de Algemene taal Amazônica (6.000).

Nooit onderzocht

In de deelstaat Pará, die ook deel uitmaakt van het Amazonegebied, heeft onderzoeker Moore 26 inheemse talen geklassificeerd, evenveel als het aantal gesproken talen in West-Europa. Van deze 26 zijn er twee nog nooit onderzocht. Van de overige talen is de helft op doctoraal niveau onderzocht en met als resultaat veel gepubliceerde artikelen, 31% is op master niveau bestudeerd en van 12% van de talen bestaat alleen een goede beschrijving.

Taaloverdracht

Volgens de onderzoeker wordt de toekomst van een taal bepaald door de overdracht aan de volgende generatie. Dit is vaak moeilijk vast te stellen. In Pará bestaan vijf talen (19%) die niet meer doorgegeven worden. In onderzoekerstermen: met een transmissie-index van 0. Twee andere talen (8%) hebben een lage transmissie, drie talen (12%) hebben een gemiddelde overdracht en 16 talen (62%) hebben een goede of hoge transmissie.

In de staat Roraima, een andere deelstaat die de Amazone-regio omvat, zijn er, volgens Maria Odileiz Sousa Cruz van de Federale Universiteit van Roraima, 61 inheemse bevolkingsgroepen met minder dan 200 native speakers en vijf volken waar nog 10 tot 20 duizend mensen de inheemse taal spreken. Het aantal sprekers per taalfamilie is: Makuxí (ongeveer 12.000), Taurepang (600), WaiWai (2.500), Ingarikó (1.170), Waimiri-Atroari (970), Ye’kuana (426), Wapixana (4.000), Atoraiú (1) en Sapará (1). De Yanomami worden niet meegerekend, omdat zij geïsoleerd leven en weinig contact hebben met de niet-inheemse maatschappij.

Verwarring

Voor Moore is één van de uitdagingen van het goed documenteren het uitzoeken of geregistreerde talen ook daadwerkelijk unieke talen zijn, of dat het verschillende dialecten van een en dezelfde taal zijn, ontstaan door etnische en politieke tegenstellingen.

Moore, die heeft meegewerkt aan de productie van de VN-atlas van bedreigde talen, geeft als voorbeeld de case van de Monde taal, van de stam Tupi. "De taal van de Gavião-indianen in Rondônia en de taal van hun buren de Zoró-indianen zijn beide als aparte taal opgenomen, terwijl het in feite dialecten zijn, die net zo dicht bij elkaar liggen als het Portugees van de stad Salvador en het Portugees van Rio de Janeiro."

In een artikel gepubliceerd in Scientific American in september 2008, getiteld ‘De uitdaging van het documenteren en het behoud van de talen in het Amazonegebied’, legt Moore, samen met andere deskundigen, uit dat bij het verzamelen van gegevens de tendens bestaat om het spreken van een taal door een aantal individuen binnen een gemeenschap, te verwarren met het spreken van die taal door de heel groep. "Dus in feite is het aantal sprekers van een taal vaak veel kleiner dan wordt gedacht. De situatie van de taal is dus eigenlijk zelfs nog slechter," zei hij.

Taalpolitiek

Een mogelijke manier om dit scenario om te keren zou de formulering en uitvoering kunnen zijn van een Taal- en Wetenschapsbeleid. Dit was één van de belangrijkste conclusies van de Ronde Tafel over ‘inheemse talen in de Noordelijke Regio: vooruitzichten voor documentatie, onderhoud en onderzoek’, gehouden tijdens de 61ste Jaarlijkse Vergadering van de Braziliaanse Organisatie voor de bevordering van wetenschap (SBPC), in Manaus (Juli 2009).

Volgens de deelnemers zou dit beleid kunnen helpen bij het documenteren van talen. Bijvoorbeeld, werken we per taalfamilie of per taalkundig etnografisch gebied? Dat laatste zou worden bepaald door bijvoorbeeld geografische grenzen aan de taal. zoals rivieren, of afgaande op wat de sprekers zelf denken. Een andere mogelijkheid is het bevorderen van het herstel en de verspreiding van de inheemse talen.

"Het proces van documentatie is essentieel voor het vergroten van de kennis over de diversiteit en het doorgeven van de inheemse talen," zei Pacheco Frantomé, hoogleraar aan het Departement voor Antropologie van de Federale Universiteit van Amazonas, en voorzitter van de het Ronde Tafelgesprek.

Strategieën voor taaloverdracht

Steeds meer inheemse groepen vragen om documentatie van hun taal. Die vraag is de laatste jaren snel gestegen. Euclides Pereira, zelf een Makuxi, is technisch manager van het project “Voorbeeld Projecten voor Inheemse Volken” van het ministerie van Milieu. Hij onderstreept deze eis. Maar documentatie en bescherming is niet voldoende, benadrukt hij. “De taal moet ook verspreid worden. Maar als je een mondelinge taal wilt leren, moet je de structuur goed kennen. Sommige woorden worden alleen door mannen gesproken, anderen alleen door vrouwen, en ook ontstaan er nieuwe woorden door contact met andere volken en niet-inheemse personen.

"Je kunt het Makuxí niet op dezelfde manier onderwijzen als het Portugees. De universiteit zou kunnen adviseren over de productie van materialen die niet alleen over het schrijven van de taal gaan, maar waarin ook beelden, verhalen, myten en traditites van de taal aan de orde komen voor de studenten. Misschien kunnen video's en cd's het begrip over en de verspreiding van de taal bevorderen”, stelt Pereira voor.

Digitalisering

In Brazilië zijn de digitalisering en het optekenen van opnames van de talen nog in de beginfase. Het Goeldi Museum verzamelt en bewaart moderne digitale bestanden op de servers. “Bestanden die met name bedoeld zijn voor de inheemse groepen zelf, zoals we ook zien in Australië, waar 95% van de raadplegingen van de bestanden gedaan worden door de Aboriginals.”

Er zijn ook programma's voor alfabetisering en hergebruik van talen, maar de resultaten zijn tot nu toe niet systematisch verzameld en geëvalueerd. Eén van de initiatieven is het onderzoek naar de status van alle talen in Brazilië, de Nationale Inventarisatie Taalverscheidenheid, gepland door het Instituut voor Historisch Erfgoed en Nationale Kunst en Cultuur (IPHAN) in samenwerking met de Braziliaanse Taalvereniging (ABRALIN).

Inheemse radiouitzendingen

In Roraima zijn er enkele initiatieven om de sprekers van de inheemse talen te ondersteunen door te werken met de geschiedenis van de taal in verschillende fasen. Zo zijn er twee radiozenders die educatieve programma's uitzenden in de inheemse talen. En de Federale Universiteit van Roraima startte de Insikiran Opleiding voor Inheems Onderwijs, waar vandaag de dag 240 studenten studeren. Daarnaast bestaan er nog andere cursussen, te volgen bij verschillende instellingen van de staat.

top